14 oktober, 2010 | Auteur: Stephanie Waasdorp | Beeld: Stephanie Waasdorp | Trefwoord: sahara
Bedolven onder het zand
Zo’n zesduizend jaar geleden was de Sahara nog een savannegebied, waar vele verschillende plantensoorten groeiden. Tegenwoordig is het een enorme zandbak en worden steeds meer omringende landen bedreigd door het zand. Deze zogenaamde Sahel-landen willen een groene muur aanleggen als oplossing voor het probleem.
Lang werd gedacht dat het gebied dat we nu de Sahara noemen vrij plots uitdroogde, in een tijdspanne van enkele eeuwen. De klimaatsverandering zou het gevolg geweest zijn van een kleine verandering van de aardbaan. Via onderzoek door middel van sedimentboringen, toonden Gentse wetenschappers in 2008 echter aan dat er sprake was van een geleidelijk proces. De afname van moessonneerslag uit het zuiden zorgde er namelijk voor dat het land stilaan steeds droger werd, waarna een fragmentatie van het grasland en een grootschalige mobilisatie van fijn stof volgde.
De verwoestijning neemt toe. Dat is onder andere te wijten aan overbegrazing en niet duurzame vormen van landbouw. Verkeerde irrigatietechnieken leiden ertoe dat de bodem verzilt, waardoor planten afsterven. Een andere, toenemende oorzaak van verwoestijning zijn klimaatveranderingen. De temperatuurstijgingen leiden tot extra verdamping en daarmee tot een drogere grond. Wanda Hebly van stichting Sahara-Roots, actief in Zuid Marokko, maakt de verwoestijning van dichtbij mee. “Als je in de dorpjes komt die vlakbij de oprukkende duinen liggen, zie je dat de duinen de dorpjes binnen ‘kruipen’. Voor sommigen is het heel moeilijk om 's ochtends hun deuren open te krijgen. Vooral als er een zandstorm is geweest. Die komen steeds vaker en heftiger voor en tegenwoordig ook gedurende alle seizoenen.”
Met name de boeren hebben het zwaar te verduren, vertelt Hebly. “Het vruchtbare land waar gewassen verbouwd worden raakt eveneens bedolven onder het zand. Bovendien is er een enorm tekort aan water door te weinig regen. Dit leidt ertoe dat veel mensen wegtrekken uit deze dorpen, waardoor het probleem steeds groter wordt.”
Vergroening in Niger
Er zijn echter ook plekken waar de woestijnvorming verminderd is. In een NOS radio interview van 19 juni 2010 vertelt Chris Reij, van het Centrum voor Internationale Samenwerking van de Vrije Universiteit Amsterdam, dat hij optimistischer is over de Sahel dan 30 jaar geleden. Hij neemt als voorbeeld het land Niger. Daar is een aantal boeren in 1885 begonnen met het beschermen en het beheren van spontane en natuurlijke regeneratie van bomen en struiken. Waar ze voorheen twee bomen op één hectare hadden, hebben ze nu 40 tot 80 bomen op één hectare. Het grootste voordeel hiervan, is dat ze minder last hebben van de wind. Vroeger moesten boeren drie keer zaaien in een seizoen, terwijl nu één keer volstaat.
De vergroening is vooral te zien in gebieden met een hoge bevolkingsdruk, legt Reij uit. Doordat er in die gebieden steeds meer mensen bijkomen zijn er steeds meer monden te voeden. Dit betekent dat boeren met hun rug tegen de muur staan, ze moeten iets doen om hun landbouwsystemen te intensiveren. Ook in Niger is dat het geval. Echter, in gebieden met een lage bevolkingsdruk zet de verwoestijning langzaam maar zeker door.
De Sahel-landen zien in de verwoestijning een bedreiging die zo groot is, dat de handen ineen geslagen moeten worden. Een groene muur van Senegal tot Djibouti, 7.775 kilometer lang en 15 kilometer breed, moet de oplossing zijn. Afrikaanse leiders van elf landen kwamen in de week van 14 juni bijeen in N’Djamena, de hoofdstad van Tsjaad, om hierover te praten.
Het plan werd vijf jaar geleden al bedacht, maar is nooit van start gegaan, mede door geldgebrek. Het milieufonds van de Wereldbank heeft tijdens de bijeenkomst 96 miljoen toegezegd. “Wij gaan het grootste menselijke project van onze tijd beginnen”, zo zei de Senegalese President Abdoulaye Wade, tevens initiatiefnemer, tijdens de bijeenkomst. De muur moet zorgen voor vertraging van de bodemerosie, vermindering van de windsnelheden en meer opname van regenwater. (NRC, 18 juni 2010)
Zowel binnen als buiten Afrika wordt over het algemeen positief gereageerd op het plan van de groene muur. Waar Afrikaanse landen voorheen vaak een apathische houding hadden tegenover hun eigen problemen, nemen ze nu zelf het initiatief. Zo is te lezen in het artikel Grote groene muur door Afrika uit Onze Wereld (oktober 2010). In hetzelfde artikel staat echter ook vermeld dat er tevens de nodige kritiek is op het plan.
De schaduwzijde van de muur
Het eerder genoemde artikel uit Onze Wereld noemt water als het grootste knelpunt van het plan van de groende muur. Omdat er in het betreffende gebied weinig neerslag valt, zal er een irrigatiesysteem aangelegd moeten worden om de jonge bomen een kans van slagen te geven. Dat water is echter ook hard nodig in de landbouw voor de groei van gewassen. Het schaarse water kan daar volgens sommigen veel beter voor gebruikt worden. Des te meer gezien het feit dat tachtig tot negentig procent van de aanplant van jonge bomen en struiken binnen twee jaar dood gaat.
Een ander punt van kritiek dat uit hetzelfde artikel naar voren komt, is de beschikbaarheid van geld. Als je omrekent hoeveel geld de Wereldbank beschikbaar heeft gesteld, dan kom je uit op zo’n acht euro per hectare. Dat is een schijntje en er zullen dus nog veel financiën beschikbaar gesteld moeten worden. De totale kosten worden geschat op zo’n twee miljard euro.
Tot slot geeft een groene muur volgens Reij geen garantie op het tegengaan van verwoestijning ten zuiden van de muur. Hij haalt in het NOS radio interview nogmaals het voorbeeld van Niger aan. Daar hebben de boeren al eerder hun grond geprobeerd te beschermen door middel van vergroening. Als je kijkt naar het gebied in Noord-Nigeria dat ten zuiden van de muur ligt, dan zie je dat er sprake is van een hele sterke bodemdegradatie. De verwoestijning lijkt zich daar gewoon voort te zetten.
Ook Hebly plaatst vraagtekens bij het plan. “Watertekort is de grootste vijand van pasgeplante boompjes. Bovendien ben ik meer voor het kleinere werk, omdat je de plaatselijke bevolking er dan directer bij kunt betrekken.” Sahara-Roots werkt samen met lokale stichtingen, en met succes. Ze organiseren verschillende activiteiten om mensen in de dorpen bewust te maken van hun natuurlijke omgeving en er zijn projecten waarbij bomen geplant worden.
“Het probleem van het vechten tegen de 'moving sands' in dit gebied vergelijk ik vaak met het gevecht tegen het water in Nederland”, vertelt Hebly. “Dit is iets wat je niet alleen kunt oplossen als lokale gemeenschap en het is fijn als anderen je hierbij willen helpen”. Of een grootschalig initiatief zoals de groene muur en de bijbehorende steun van de Wereldbank voldoende zullen zijn om het zand tegen te gaan, zal de toekomst uit moeten wijzen.
Bronvermelding:
www.hier.nu/klimaat/verwoestijning
Radio interview NOS http://nos.nl/audio/166052-groene-zone-bij-sahara.html
Grote groene muur door Afrika, Onze Wereld 10, Oktober 2010: http://www.onzewereld.nl/index.php?page=3&articleId=843
NRC artikel ‘Afrika wil een groene muur optrekken’, 18 juni 2010