25 september, 2010 | Auteur: Vivian Bos | Beeld: Erik Wallert | Trefwoord: europa
Milieu en politiek zetten de voedselmarkt onder druk
De kroket in de toekomst een luxeproduct? Als we de speculanten mogen geloven moet daar rekening mee worden gehouden. En wat te denken van de goudgele rakker? Ook de prijzen van het bier gaan stijgen. Schaarste aan graan heeft gevolgen voor de voedselprijzen van de hele wereldbevolking. Wat zijn de oorzaken van deze voorspelde prijsstijging? En wordt het niet eens tijd dat de EU haar landbouwbeleid gaat herzien?
Sinds de uitvoerstop van graan in Rusland vorige maand wordt de stijging van de voedselprijzen weer volop bediscussieerd. De Europese Unie voert jaarlijks iets minder dan een miljoen ton graan uit Rusland in en produceert tussen de 280 en 300 miljoen ton zelf. Half augustus besloot premier Poetin de uitvoer van graan tot het einde van het jaar stil te leggen. Dit omdat Rusland een stijging van graanprijzen in eigen land wil voorkomen. Als gevolg van de vele recente bosbranden in Rusland is namelijk ruim een kwart van de graanoogsten verloren gegaan.
Voedselcrisis
Hoewel de Europese Commissie geen grote problemen verwacht door deze stop van Rusland, is het voedseltekort in andere delen van de wereld een serieus probleem aan het worden. In 2007 braken hierdoor op verschillende plaatsen in de wereld rellen uit en werd zelfs de term ‘voedselcrisis’ gebruikt. Hiermee wordt de politieke en economische onrust bedoeld die door de stijging van voedselprijzen wordt veroorzaakt. Deze onrust speelt zich voornamelijk af in ontwikkelingslanden.
Nu, drie jaar later, keert de onrust terug. De fors gestegen graanprijzen leidden deze zomer weer tot rellen en arrestaties in Mozambique. In Egypte waren er protesten en experts verwachten betogingen in het Midden-Oosten en Afrika. Daarom hebben de Verenigde Naties op 24 september 2010 een speciale bijeenkomst aangekondigd voor overheden vanwege de snelle stijging van de voedselprijzen. VN-Rapporteur Olivier de Schutter verklaarde op 7 september 2010 in De Telegraaf : “De meeste arme landen zijn nog steeds kwetsbaar. Ze blijven buitensporig afhankelijk van voedselimport, waarvan de prijs steeds hoger en veranderlijker wordt.” Volgens De Schutter is graan op de internationale markt 70 procent duurder dan vorig jaar, mede door droogte en branden in Rusland.
Oorzaken
In het artikel ‘Bevolkingsgroei en welvaart motor voor de voedselcrisis’ dat het NRC Handelsblad in mei 2008 publiceerde, werd de oorzaak van de stijgende voedselprijzen gevonden in de steeds schevere verhoudingen tussen vraag en aanbod op de wereldmarkt. Door de groei van de wereldbevolking is de vraag naar voedsel groter. Vooral landen in Azië, zoals China en India, groeit de bevolking. De voorspelling is dat India er tot en met 2025 wel 301 miljoen mensen bij krijgt, nog veel meer dan China met 123 miljoen.
Volgens het NRC Handelsblad is het echter niet alleen de bevolkingstoename, maar ook het bestedingsgedrag en de welvaart van de mensen in China en India dat verandert. De middenklasse in deze landen wordt steeds rijker, waardoor er meer vraag is naar luxeproducten als vlees, zuiver en suiker. Voor bijvoorbeeld vlees moet vee worden gevoed, voornamelijk met graan.
Maar de problemen liggen niet alleen aan de vraagkant. Veel zorgelijker is dat natuurrampen en klimaatverandering een verband houden met de stijgende prijzen. De bosbranden in Rusland zorgen nu voor een exportstop van graan, maar ook overstromingen, extreme droogtes en koude winters veroorzaken slechte oogsten in alle delen van de wereld. Marc Laan schreef in het artikel ‘Brood, kleding en bier flink duurder’ op 27 augustus 2010 in Het Parool dat de Internationale Graan Raad voorspelt dat de graanoverschotten in de wereld voor het eerst in drie jaar omslaan in een tekort.
Volgens het Amerikaanse ministerie van landbouw liggen de graanreserves nu 10 procent lager dan tien jaar geleden, terwijl de wereldbevolking elke dag met tweehonderdduizend mensen stijgt. De Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) schrijft de hoge graanprijzen toe aan speculanten die hun slag slaan na de berichten over de tegenvallende graanoogsten in Rusland en Oekraine. Uit het rapport van de Wereldbank blijkt dat speculatie de belangrijkste oorzaak was van de voedselcrisis in de periode 2007-2008.
Grootste boosdoeners
De grootste zwarte piet wordt door critici gegeven aan de politieke regelgeving met name als het gaat om het gebruik van biobrandstoffen en het landbouwbeleid. De EU heeft afgesproken in 2020 10 procent biobrandstoffen in te zetten om tot een verlaging van de CO2-uitstoot in Europa te komen. Alleen blijkt nu dat de vraag naar biobrandstof de voedselschaarste in de wereld behoorlijk verergert. Dit komt doordat voedingsstoffen zoals maïs en rogge als biobrandstof worden ingezet. Een oplossing voor dit probleem is geld investeren in onderzoek naar tweede of derde generatie biobrandstoffen zoals niet-eetbare gewassen of plantaardig restmateriaal, die prijsstijgingen op eetbare gewassen kleiner maken.
Het Europese landbouwbeleid, dat al uit de jaren ’60 stamt, heeft de afgelopen jaren al meer kritiek te verduren gehad. Dit beleid van exportsubsidies en importheffingen heeft invloed op hoeveel voedsel er wereldwijd wordt geproduceerd en tegen welke prijs. In Europa ligt het kostenniveau van landbouwproducten hoger dan in de rest van de wereld omdat we op relatief kleine schaal produceren. Het landbouwbeleid is dus opgesteld zodat boeren uit de EU kunnen blijven concurreren met boeren buiten de EU. Europese landbouwbedrijven bieden hun producten op de wereldmarkt aan tegen een voor hen veel te lage prijs. Het verschil tussen het EU-niveau en het niveau van de wereld betaalt de EU. Dit beleid zet boeren buiten de EU buiten spel en zorgt voor een scheve verdeling van voedsel wereldwijd.
Landbouwbeleid herzien
De groei van de wereldbevolking in aantal en welzijn is op korte termijn niet te reguleren. Dus ligt de taak bij de beleidsmakers om de prijsstijgingen en wereldwijde voedseltekorten onder controle te krijgen. Het is nu een mooi moment voor de EU het zwaar bekritiseerde landbouwbeleid te herzien. Op 8 juli 2010 heeft het Europees Parlement gepresenteerd hoe het landbouwbeleid er na 2013 uit moet komen te zien. De slogan van het parlement luidt: ‘groener en competitiever’. Er wordt hierbij voornamelijk rekening gehouden met klimaatverandering en voedselzekerheid.
In het verleden waren de problemen van het landbouwbeleid, dat was opgezet met het idee: ‘Hoe meer je produceert, hoe meer geld je ontvangt’, de enorme productieoverschotten, zoals een boterberg en melk-, olijfolie- of wijnplassen. Al vanaf de jaren ’90 zijn er hervormingen doorgevoerd waarbij productie en subsidies van elkaar werden losgekoppeld. De conclusies voor nieuwe hervormingen zijn dat subsidies meer gekoppeld moeten worden aan maatschappelijke waarden, zoals het milieu en kwaliteit van het voedsel. Daarnaast moet er meer rekening worden gehouden met de vraag naar een product.
Concreet houden de hervormingen dus in dat Europese subsidies worden uitgekeerd als een boer milieuvriendelijk produceert, aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet en oog heeft voor dierenwelzijn en zijn gebied. Ook is er steun voor innovatie. Het budget voor het landbouwbeleid moet volgens het Europese Parlement hetzelfde blijven en uit een centrale pot in Brussel komen. Dit om de eerlijke concurrentie te verzekeren en te voorkomen dat landen boeren nog extra gaan subsidiëren. Het budget bedraagt jaarlijks 58 miljard euro, bijna de helft van de EU-begroting.
Gebrek aan eensgezindheid en innovatie
Als dit de belangrijkste hervormingen zijn, wordt er niet gedacht aan de productieverschillen op de wereldmarkt. De hervormingen geven geen oplossing voor de oneerlijke verhouding tussen Europa en ontwikkelingslanden. Voorlopig is er binnen de EU nog geen eensgezind plan van oplossingen voor de voedselcrisis. Er zijn wel initiatieven vanuit de EU zoals het EU Food Facility Programme, dat geld schenkt aan ontwikkelingslanden en een microkredietprogramma voor boeren in ontwikkelingslanden. Maar de EU moet zich meer richten op het verbeteren van technologie en kennis in ontwikkelingslanden om de voedselproductiviteit te verhogen.
De Europeaan merkt de stijging van de voedselprijzen nog niet drastisch in de portemonnee. Toch zal de consument er volgens Rabobankeconoom Dirk-Jan Kennes rekening mee moeten houden dat alle kostprijs verhogingen die niet opgevangen kunnen worden in efficiëntie vroeg of laat op het bord van de consument terecht komen (NOS, 5 augustus 2010). Eind november bespreekt eurocommissaris Siloş de hervormingen van het landbouwbeleid. Het is voor de rest van de wereld te hopen dat de plannen voor het beleid na 2013 worden heroverwogen.