23 juni, 2010 | Auteur: Anne Burgers | Beeld: Nicole Westerkamp | Trefwoord: nederland

Wel een beperking, toch naar een reguliere school

Het project Weer Samen Naar School van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap heeft als doel het dure speciaal basisonderwijs (SBO) in te perken. Kinderen die het aan kunnen gaan naar een reguliere basisschool. Met Passend Onderwijs, dat over twee jaar waarschijnlijk wordt ingevoerd, gaat de overheid nog een stap verder.

In de aanloop naar de verkiezingen draaiden de debatten met name om de economie en de nasleep van de crisis. Als het onderwijs aan bod kwam ging het vooral om het al dan niet afschaffen van de basisbeurs voor studenten, of de hervorming van de kinderopvang. Maar er zijn ontwikkelingen gaande die op een aantal kinderen en scholen van grote invloed kunnen zijn. In 2012 wordt namelijk de zorgplicht ingevoerd. Deze wet houdt in dat scholen verplicht zijn om alle leerlingen die aangemeld worden de zorg en begeleiding te geven die ieder kind specifiek nodig heeft. Op die manier wil de overheid tegengaan dat reguliere scholen kinderen met een handicap of stoornis, zorgleerlingen genoemd, buiten de deur houden. De regelgeving rond de manier waarop bijvoorbeeld een blinde of autistische leerling dan op een reguliere school begeleid wordt, heet Passend Onderwijs.

Vóór Passend Onderwijs werd in de jaren negentig al het project Weer Samen Naar School (WSNS) gestart, waarin scholen voor speciaal basisonderwijs (SBO) en reguliere scholen een samenwerkingsverband aangaan om er zo voor te zorgen dat meer kinderen doorstromen naar het reguliere onderwijs. Zo zijn WSNS en Passend Onderwijs stappen op weg naar de inperking van het dure SBO en speciaal onderwijs (SO).

SBO en SO worden regelmatig met elkaar verward, maar zijn toch twee heel verschillende onderwijstypen. Het SBO is voor kinderen met leer- en opvoedingsproblemen en het SO is bedoeld voor gehandicapte kinderen en leerlingen met zwaardere gedrags- of psychiatrische problemen. Waar kinderen in het SBO meedoen met het reguliere onderwijsprogramma en normaal gesproken doorstromen naar het gewone voortgezet onderwijs, valt het SO onder een andere wet en heeft dus ook een minder uitgebreid onderwijsaanbod. 

Het SO is verdeeld in vier clusters: het eerste voor kinderen met een visuele handicap, het tweede voor leerlingen met een communicatiestoornis zoals doofheid en het derde voor lichamelijk gehandicapte kinderen en kinderen met leerproblemen. Het vierde cluster is voor kinderen met een psychiatrische stoornis of leerlingen die wegens emotionele, gedrags- of ingewikkelde leerproblemen verbonden zijn aan pedagogisch instituut.

Optimale begeleiding

De doelgroep van Weer Samen Naar School omvat SBO-kinderen of leerlingen die wel op een reguliere basisschool zitten, maar dreigen af te glijden naar speciaal basisonderwijs. Deze kinderen kampen met problemen als autisme, dyslexie en ADHD maar ook bijvoorbeeld hoogbegaafdheid. Door intensieve samenwerking tussen docenten uit het regulier onderwijs en leraren uit het SBO, moeten kinderen met leer- of gedragsproblemen op de gewone school optimale begeleiding krijgen. Het gevolg hiervan zou zijn dat het dure speciaal basisonderwijs kleiner wordt, terwijl die besparingen niet ten koste gaan van de ontwikkeling van leerlingen.

Omdat WSNS in de jaren negentig is begonnen, is er al veel onderzoek gedaan naar de werking en resultaten. In 2005 was er een uitgebreide evaluatie, met verschillende conclusies. Wat bleek? Het aantal leerlingen in SBO was inderdaad afgenomen: in 2002 ging 3,25% van de kinderen naar een speciale basisschool, een half procent minder dan in 1991. Analyses lieten zien dat de resultaten op schoolniveau positief waren. Zo werden problemen sneller geconstateerd en was de leerlingenzorg verbeterd. De andere kant van de medaille was echter dat er binnen de klas nog wel problemen waren. Het omgaan met verschillen bleef moeilijk voor docent en leerlingen.

De overwegend positieve resultaten van WSNS toonden nog een andere keerzijde. Ondanks de afname van het aantal kinderen in het SBO, kwamen er juist meer leerlingen in het speciaal onderwijs terecht. Met name de uitstroom naar cluster vier voor kinderen met ernstige gedrags-, ontwikkelings- of leerproblemen groeide. Daarom werd in 2003 de Leerling Gebonden Financiering (LGF), beter bekend als het 'rugzakje' ingevoerd. Kinderen met een SO-indicatie krijgen sindsdien een eigen budget. Ouders kunnen kiezen of ze hun kind naar een SO-school sturen of naar een reguliere school met extra begeleiding. 

Rugzakje

In de praktijk blijkt echter dat scholen soms huiverig zijn om kinderen met een rugzakje op te nemen, waardoor ouders alsnog gedwongen zijn hun kind in het speciaal onderwijs aan te melden. Om dit tegen te gaan, wordt in 2012 de zorgplicht ingevoerd: scholen zijn dan wettelijk verplicht om kinderen passend onderwijs te bieden. Deze zorgplicht is tevens het fundament van de wet voor Passend Onderwijs die – zoals WSNS voor het SBO doet – ervoor moet zorgen dat meer leerlingen uit het speciaal naar regulier onderwijs doorstromen. Zo zal ook het speciaal onderwijs kleiner worden, is het idee.

Vanuit het veld is er kritiek op WSNS en Passend Onderwijs. Martin Langeslag is directeur van een Amsterdamse basisschool. Zijn school heeft veel zorgleerlingen en hoewel hij een voorstander is van onderwijs waarin iedere leerling de zorg krijgt die hij of zij nodig heeft, ziet hij dat met WSNS en Passend Onderwijs niet gebeuren, tenzij er extra wordt geïnvesteerd in handen voor de klas.

Langeslag:  “Een tweede belangrijke voorwaarde is dat er wijkgericht te werk wordt gegaan. Nu houden een aantal scholen in dezelfde wijk zorgleerlingen buiten de deur, zodat de andere scholen deze kinderen opnemen. Weer Samen Naar School is een wassen neus zolang scholen binnen een wijk niet eerlijk en open met elkaar in gesprek gaan over hoe ze de kinderen in hun buurt een passend onderwijsaanbod kunnen doen. Scholen doen alsof ze met elkaar concurreren, daar moeten we vanaf.” Langeslag verwacht dat door de zorgplicht sommige scholen hun toelatingseisen zullen aanpassen, waardoor ze de dans ontspringen en alsnog geen zorgleerlingen aannemen.

Problemen

Ook vanuit het SO klinkt kritiek. Titia Tebben is ambulant begeleider en werkt vanuit de Professor Burgerschool in Amsterdam op verschillende scholen voor regulier onderwijs. Ze ondersteunt docenten in de omgang met slechthorende leerlingen en wijst ouders op mogelijkheden en rechten als remedial teaching en andere vormen van extra zorg. Ze heeft begrip voor het feit dat ouders een reguliere school kiezen voor hun kind. “Alle ouders willen dat hun kinderen op de school om de hoek kunnen en daar vriendjes maken, net zoals anderen.”

Maar Tebben ziet ook de problemen die een slechthorend kind kan hebben in een reguliere klas. “Door hun slechthorendheid zijn kinderen geïsoleerd. Ik zie vaak dat ze er maar bijhangen en onzeker zijn. Ze schamen zich voor hun aandoening, en dat kan heftige gevolgen hebben. Zo had ik een keer een jongetje dat nooit zei wanneer hij iets niet verstond. Hierdoor ontstonden misverstanden en conflicten. Dus niet alleen op sociaal vlak hebben deze leerlingen een grote achterstand, ook op het gebied van lesstof en kennisvergaring blijven ze achter.”

De gevolgen van Passend Onderwijs kunnen volgens Tebben negatief uitpakken. “Door de zorgplicht mogen scholen geen kinderen meer weren, maar de ouders verliezen zeggenschap over het rugzakje. Nu kunnen ze ambulante begeleiding inschakelen voor advies en hulp. Met de invoering van Passend Onderwijs gaan scholen zelf bepalen hoe het extra geld besteed wordt. Mogelijk blijft het dan hangen in bureaucratie en bij besturen. Bovendien is er op reguliere scholen een gebrek aan kennis die nodig is om een kind met een handicap te begeleiden. Als er dan een slechthorend kind op school komt, wordt dat opgevangen door een orthopedagoog dat een boek over slechthorendheid heeft gelezen. Passend Onderwijs gaat zo ten koste van de kwaliteit van het onderwijs voor een gehandicapt kind.”

Ook uit de onderzoekswereld klinken geluiden dat het nog te vroeg is om Passend Onderwijs in te voeren. In mei vorig jaar stipte onderzoeker Ed Smeets in onderwijsvakblad Didaktief nog een aantal knelpunten van de invoering aan. Een belangrijk probleem is volgens hem dat er nu vooral op directieniveau aan Passend onderwijs gewerkt wordt, waardoor de docenten misschien het gevoel hebben dat het hun zaak niet is. En dat terwijl zij degenen zijn die de plannen uiteindelijk ten uitvoer moeten brengen. Daarnaast benadrukt Smeets dat leraren niet planmatig genoeg te werk gaan en meer hulp en advies uit het speciaal onderwijs nodig hebben.

In september 2009 gaf toenmalig staatssecretaris van Onderwijs Sharon Dijksma gehoor aan de adviescommissie Passend Onderwijs om de invoer uit te stellen tot  2012. Inmiddels is het onderwerp, na de val van het kabinet, controversieel verklaard, maar alle geïnterviewden gaan ervan uit dat de volgende regering de zorgplicht zal introduceren.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.