15 november, 2009 | Auteur: Ramón Tukker | Trefwoord: tanzania
Kinya (2): ‘Ik zie mezelf als de stem van de meerderheid’
Cartoons zijn in Tanzania zo sterk verankerd in de samenleving, dat uitgevers eind vorige eeuw nog tabloids maakten die geheel uit strips bestonden. Cartoonisten bepaalden lange tijd de toon van het publieke debat en wisten vele landgenoten met hun tekeningen te vermaken. Echter, ongeveer vijftien jaar geleden deed televisie zijn intrede. Ineens was er een alternatief.
In het nieuwe televisietijdperk bleven cartoons nog een tijdje bestaan, maar toen de krantenoplagen verminderden, zakte het marktaandeel van cartoons onvermijdelijk ook. Toch zijn zij nog razend populair.
In dit drieluik brengt Ramón Tukker de visie van drie hedendaagse, toonaangevende Tanzaniaanse cartoonisten in beeld. Zij spreken over de invloed van cartoons op de verhoudingen in hun land, hun werk en hun vrijheden. Vandaag cartoonist King Kinya. Hij tekent al 16 jaar politieke satire.
King Kinya vertelt: (full-qoute)
“Met alle ervaring die ik de afgelopen zestien jaar heb opgedaan blijft de vraag: ‘Wat moet ik nu gaan tekenen’ telkens de lastigste. Ik moet van zoveel dingen op de hoogte zijn, vooral het nieuws. Ik vertegenwoordig en leef samen met allerlei mensen. Zelf kom ik uit een arm milieu. Het is heel ongebruikelijk dat onze leiders en de onderklasse met elkaar mengen. Maar op die manier ontvang ik informatie. Als onderklasse burger kan ik die verspreiden naar mensen uit mijn eigen klasse. Zo zie ik mezelf als stem van de meerderheid. Ik kan met mijn stem belangrijke mensen bereiken. En soms worden zij daar boos om.
Ik word weleens gevraagd waarom ik nou nooit eens iets iets aardigs teken wanneer onze volksvertegenwoordigers iets goeds doen. Dat ik hen alleen maar portretteer als ik iets te bekritiseren heb. Maar ik vind dat dingen goed doen de verantwoordelijkheid is van onze leiders. Het hoort bij hun taak. Daarom voel ik me er beter bij hen te bekritiseren als ze iets niet goed doen. Voormalig president Nyerere, de stichter van ons land, wees er al op dat wanneer we onze leiders bekritiseren ons land daar alleen maar sterker van wordt. En dus loof ik mensen zelden.
Gebaseerd op wat ik zie van hoe ons land wordt gerund, worden de rijken rijker en de armen alleen maar armer. Onlangs vroegen parlementsleden om een loonsverhoging naar zo’n 1.000 dollar per maand. Massa’s mensen leven van minder dan een dollar. Daarom vertegenwoordig ik de onderklasse. Ik herinner mensen eraan dat verschillen bestaan.
Omdat ik in verschillende Afrikaanse landen heb gewoond en heb kunnen zien hoe media daar functioneren moet ik zeggen dat ik in Tanzania een stuk vrijer mijn werk kan doen dan in omringende landen. In Congo Kinshasa kon ik bijvoorbeeld de redactionele cartoons die ik hier teken niet maken. Je moet daar erg oppassen.
Hetzelfde geldt voor Burundi. In Zimbabwe is het zelfs onmogelijk om een gelijkend portret van Mugabe te tekenen. Daar tekenen ze een pratende schoen. Een schoen! En dus blijf ik nu lekker in Tanzania. Jammer genoeg zijn hier geen opleidingen waar je kunt leren tekenen, je moet echt talent hebben om ergens te komen. Maar je kunt hier wel aan de universiteit over journalistieke ethiek leren.
In het verleden ben ik weleens belemmerd. Maar inmiddels komen er bij de kranten waar ik voor werk minder klachten over mij binnen. Ik censureer mezelf in het werk dat ik maak dat geen wezenlijke bijdrage zou leveren aan de maatschappelijke discussie. Bijvoorbeeld als ik iemand onheus bejegen. Jaren geleden heb ik Mugabe eens getekend als een inhalige hond met een bot dwars in zijn keel. Een junior-redacteur bij ons op kantoor is Zimbabwaans staatsburger. Onze redacteuren oordeelden dat we de collega geen recht aan zouden doen door deze cartoon te publiceren, en vroegen me een gekuisde versie te tekenen. Ik was furieus, maar had weinig keus. Ik zou graag zien dat mensen mijn bedoelingen begrijpen, en dat er een tijd komt dat de overheid cartoons op waarde weet te schatten. Daar ontkom je niet aan als je de bevolking serieus wilt nemen. Cartoons zijn niet zomaar getekende figuren. Zij vormen de opinie van het volk.”