12 november, 2009 | Auteur: Ramón Tukker | Trefwoord: tanzania
Gayo (1): ‘Kingo moet mensen aan het lachen maken’
Cartoons zijn in Tanzania zo sterk verankerd in de samenleving, dat uitgevers eind vorige eeuw nog tabloids maakten die geheel uit strips bestonden. Cartoonisten bepaalden lange tijd de toon van het publieke debat en wisten vele landgenoten met hun tekeningen te vermaken. Echter, ongeveer vijftien jaar geleden deed televisie zijn intrede. Ineens was er een alternatief.
In het nieuwe televisietijdperk bleven cartoons nog een tijdje bestaan, maar toen de krantenoplagen verminderden, zakte het marktaandeel van cartoons onvermijdelijk ook. Toch zijn zij nog razend populair.
In dit drieluik brengt Ramón Tukker de visie van drie hedendaagse, toonaangevende Tanzaniaanse cartoonisten in beeld. Zij spreken over de invloed van cartoons op de verhoudingen in hun land, hun werk en hun vrijheden. Vandaag cartoonist James Gayo. Hij begon 25 jaar geleden met tekenen.
James Gayo vertelt: (full-qoute)
“Toen ik met het tekenen van cartoons begon, namen die de plaats in de samenleving in die televisie nu heeft. Ze combineerden entertainment en informatie. Ze waren beter gelezen en kwalitatief superieur aan gewone kranten. De meest gerenommeerde cartoons hebben nog steeds een boel invloed. Het is tegenwoordig lastig ons beroep te blijven uitoefenen. Je moet er verschillende dingen naast doen. Als ik niet was gaan differentiëren door in veel meer kranten te publiceren, had ik jaren geleden al moeten stoppen.
Zo focus ik me niet meer redactionele cartoons. Het huidige karakter van mijn strip hoeft niet per se verbonden te zijn aan de actualiteit. Redactionele strips vergen veel van je. Ik focus me liever op het leven van mijn stripfiguur zelf. Ik ben een eigen tijdschrift gaan uitgeven, Kingo Magazine. Kingo Magazine staat bol van politieke satire. Voor de distributie van kranten is de infrastructuur in dit land echter een probleem. Ik heb geprobeerd mijn verzamelde strips landelijk uit te geven. Maar helaas hebben we niet één uitgever die ze kan distribueren. Dus daar ben ik maar weer mee opgehouden.
Kingo is nu ruim 23 jaar bij me. In die tijd is hij behoorlijk veranderd, en niet alleen visueel. Ooit sprak hij. Nu verbeeld ik alle humor. Met het schrijven van dialoogballonnen ben ik gestopt om van dit werk te kunnen leven. Ik droomde altijd al van een groter Afrikaans publiek. Maar ik ben niet zo goed in talen. En een stomme strip is door iedereen te begrijpen. Kingo wordt nu dagelijks gepubliceerd in Tanzania, Uganda, Kenia, Zambia, Namibië, en soms in een Fins dagblad. Dat hield wel in dat Kingo inhoudelijk algemener moest worden. Maar dat kon prima, omdat het denken in verschillende Afrikaanse landen overeenkomt. Bijvoorbeeld over hoe we ceremonies als bruiloften en begrafenissen organiseren.
Kingo moet mensen aan het lachen maken, dat is het allerbelangrijkste. Dat doe ik door de draak te steken met dingen waar we hier elke dag tegenaan lopen. Hij verbeeldt wat ik zelf dagelijks doormaak. Kingo is een gewone man met een normaal gezin, een vrouw en een kind, die oploopt tegen alles wat het leven hier kenmerkt. Ik plaats Kingo graag in lastige situaties waar hij gedwongen wordt met een creatieve oplossing te komen. Hij heeft daar zo zijn eigen vermakelijke manieren voor.
Er wordt hier veel getolereerd. Wel weet ik nog dat, toen een Keniaanse cartoonist ooit iets over onze president schreef, de Tanzaniaanse media compleet over hem heen vielen. Maar niet de politiek. Mijn voornaamste reden om te stoppen politiek getinte cartoons in kranten te publiceren, is dat we geen sterke uitgevers met een groot lezerspubliek hebben. Geen enkele krant heeft een oplage van boven de 15.000. Vergelijk dat met buurland Kenia, waar kranten oplages van 200.000 halen.
Dus concentreer ik me op Kingo, een strip over een gewone man. Veel makkelijker te verkopen. Mijn publiek is niet erg intellectueel. Het opleidingsniveau van tachtig procent van de bevolking is niet zozeer erg laag, maar wel slechts nogal gemiddeld te noemen. En dus teken ik gewone dingen voor gewone mensen.
Religie vind ik wel een gevoelig onderwerp. Je ziet Kingo soms naar de kerk gaan en een priester iets grappigs doen. Toch vermijd ik het vaak. Ik kom niet aan het geloof van anderen. Voor mij is dat een kwestie van respect. Over de hele wereld zie je het werk van tekenaars op dit gebied problemen veroorzaken. Er was ook in Tanzania een tijd dat Tanzanianen zich hardop afvroegen hoeveel ministers van hun bepaalde stam of geloof vertegenwoordigd waren. Met als gevolg dat de politie religieuze gebouwen moest gaan bewaken.
Stammen en geloven veroorzaken Afrika’s grootste problemen. Het bewind van voormalig president Nyerere die dit land stichtte, heeft erg zijn best gedaan om dat te stoppen. Religie speelde geen rol tijdens zijn regime. Er is in dit land zoveel rust ontstaan, met allerlei groepen gelovigen die vreedzaam naast elkaar leven. Mensen beschouwen elkaar als broeders en zusters. Ze zien hun eigen geloof niet als beter dan dat van een ander. Ik zou niet willen dat mijn strip aanleiding is voor mensen om naar elkaar te gaan wijzen. Er zijn zoveel andere onderwerpen waarover ik kan tekenen.”