12 oktober, 2009 | Auteur: Sjoerd Arends | Beeld: Rogier ten Hacken | Trefwoord: nederland
Opnieuw politieke lobby voor een vleesbelasting
In een zoektocht naar duurzame voedselconsumptie behandelt de politiek steeds complexere ideeën. Momenteel onderzoekt het kabinet de mogelijkheden voor een vleesbelasting, terwijl dit idee in 2007 nog is verworpen.
Meer dan 100.000 handtekeningen werden in 2007 verzameld voor een belasting op ‘fout vervaardigd vlees’. Deze handtekeningen werden verzameld naar aanleiding van de actie Stop Fout Vlees van Milieudefensie. Dit verplichtte het kabinet om het idee in behandeling te nemen. Uit een debat bleek dat de meeste partijen een vleesbelasting te ver vonden gaan.
Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren (PvdD) heeft de strijd niet opgegeven. Dit jaar diende ze tijdens de algemene beschouwingen een motie in voor een milieubelasting op vlees. Nadat Balkendende had toegezegd de mogelijkheden tot een dergelijke belasting te laten onderzoeken, trok Thieme haar motie in. Volgens haar is het niet alleen rechtvaardig als de vervuiler moet betalen, maar blijkt deze aanpak ook goed te werken.
Al eerder kwam de partijvoorzitter van de PvdD in de publiciteit met de film Meat the Truth, die werd uitgebracht in oktober 2007. De film kan worden gezien als een antwoord op An Inconvenient Truth en probeert de kijker te overtuigen biefstuk te laten staan in plaats van je auto. Stichting Natuur en Milieu neemt hetzelfde standpunt in en wil daarom ook een milieubelasting. Volgens de stichting is een goede maatstaf voor de hoogte van de belasting, de milieuschade die het produceren van vlees veroorzaakt. Ter illustratie: kip uit Nederland moet nauwelijks worden belast maar rundvlees uit Brazilië des te meer. Stichting Natuur en Milieu baseert haar uitspraken op rapport Milieubalans 2009.
Dit rapport wordt elk jaar samengesteld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Milieubalans onderzoekt onze omgang met het milieu en de invloed daarvan. Het rapport van 2009 schetst een dramatische verandering van het klimaat en de biodiversiteit op de wereld als we op deze manier vlees blijven consumeren. Wereldwijd zorgt de vleesproductie voor twaalf procent van de uitstoot van broeikasgassen. In Nederland is dit elf procent. Mondiaal gebruiken we tachtig procent van alle landbouwgrond voor veehouderij. Nederland gebruikt 2,2 miljoen hectare voor zijn vleesproductie. Voor een dichtbevolkt land als Nederland betekent dat slechts één vijfde van de productie binnen de landsgrenzen gebeurt. Volgens het rapport is een overschot aan veehouderij slecht voor de biodiversiteit.
Met opkomende economieën zoals Brazilië, Rusland, India en China zal de vleesconsumptie wereldwijd toenemen. Onderzoekers verwachten dat in 2050 de wereldbevolking 9 miljard inwoners telt in plaats van de huidige 6,8 miljard. Dit resulteert in een stijging van vleesconsumptie van zestig procent tussen 2003 en 2030, aldus het PBL. Vaak is vleesconsumptie te verbinden aan de welvaart in een land. De consumptie in de V.S. en Nederland is bijvoorbeeld twee keer het wereldgemiddelde.
Dr. Andre Aarnink, verbonden aan Wageningen UR Lifestock Research, doet onderzoek naar verduurzaming van de veehouderij in Nederland. Volgens hem is het wel mogelijk om op dezelfde schaal vlees te blijven eten zonder dat het milieu en het klimaat ernstige schade worden toegebracht. “Er komen schadelijke stoffen vrij bij het houden van vee zoals ammoniak, geur, methaan, fijnstof en ziektekiemen. Maar ik denk dat we een heel eind kunnen komen met passende oplossingen. We hebben al diverse toepassingen om ammoniak, geur en fijnstof te verminderen.” Aan de andere kant staat Aarnink niet negatief tegenover een milieubelasting. “Als de vervuiler betaalt, wordt het economisch aantrekkelijk om wat aan het probleem te doen.”
Consumenten letten meer op geld dan op het milieu. Dit blijkt uit een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Het Landbouw-Economisch instituut heeft onderzocht wat de keuze van de consument het meest beïnvloedt. Hieruit blijkt dat de prijs het meest doorslaggevend is bij de aankoop van een product, op de gezondheidsfactor na. Milieuvervuiling is van kleinere waarde voor een consument. Gemiddeld negen procent van een aankoop bestaat uit milieubewust geproduceerde producten.
De vleestax kent ook vele tegenstanders. Niet verrassend is de Koninklijke Nederlandse Slagersorganisatie faliekant tegen de plannen. De organisatie liet weten dat de toename van de vleesconsumptie in het buitenland zit en niet in Nederland. Ze vinden het onrechtvaardig dat slagers zouden moeten boeten terwijl volgens hen de meeste uitstoot uit andere delen van de wereld afkomstig is.
In de politiek verzet onder andere de VVD zich. Zij vinden dat het niet aan de overheid is of mensen vlees eten of niet. Volgens VVD-Tweede Kamerlid Janneke Snijder kunnen mensen zelf een keuze maken en voor advies terecht bij het voedingscentrum. Dit komt overeen met de ideeën van het ministerie LNV. De plannen van het ministerie van LNV richten zich vooral op onderzoek en voorlichting. Het maakt geld vrij voor onder andere publiekscampagnes, groen onderwijs en een jaarlijks onderzoek naar onze consumptiegewoonten.
Ook op internationaal gebied wordt de milieuvervuiling door vleesconsumptie in kaart gebracht. In 2006 heeft Food and Argiculture Organisation (FAO) van de Vereningde Naties een rapport gepubliceerd met extremere cijfers dan het Nederlandse onderzoek. Zo zou achttien procent van de broeikasgassen in de wereld worden veroorzaakt door de vleessector. Dit is hoger dan de uitstoot van de transportsector. Dit verschil komt volgens de onderzoekers van het PBL doordat het FAO verouderde richtlijnen heeft gehanteerd.
Het Intergovernmental Panel of Climat Change pleit eveneens voor een wereld waarin minder vlees wordt gegeten. In een interview met Trouw liet de voorzitter Rajendra Pachauri weten dat we moeten beginnen met een vleesloze dag per maand. Overheden zouden actief campagne moeten voeren om de vleesconsumptie te verminderen. En ook Pachauri vindt een vleestax onvermijdelijk.
Het huidige beleid van de Europese Unie strookt niet helemaal met het terugdringen van vleesconsumptie. Aan de ene kant subsidieert de E.U. onderzoek naar de aantasting van het milieu door vleesconsumptie. Aan de andere kant steunt de Europese overheid reclamecampagnes voor bepaalde soorten vlees. Een recent voorbeeld hiervan zijn de televisiespotjes om kalfvlees te promoten. Deze spotjes zijn niet meer te zien na felle protesten van dierenwelzijnorganisaties. In de reclamespotjes werd een beeld gegeven waarin kalfjes een goed leven hebben. Volgens de Dierenbescherming worden kalfjes veel te vroeg bij hun moeder weggehaald en hebben ze beton of een rooster als ondergrond. De Europese Unie gaf drie miljoen euro subsidie voor het aanprijzen van kalfsvlees. De reclames zijn volgens Stichting Kalfsvlees nodig omdat koeien geen melk kunnen produceren zonder kalveren te krijgen. Hierdoor ontstaat een overschot.
Er komen wereldwijd steeds meer, partijen, instanties, panels en stichtingen die vinden dat we dit soort overschotten niet moeten oplossen met extra consumptie. Het lijkt niet mogelijk dat het Westen op deze manier blijft dooreten, terwijl ook landen als China en Brazilië die consumptiepatronen overnemen. Volgens onderzoeken kan de wereld dat niet aan. De vraag is of de verantwoordelijkheid ligt bij de burgers of bij de politiek. Met voorlichting probeert de overheid milieubewust consumptiegedrag op gang te brengen. Maar dit schijnt niet voldoende te werken en dus zoekt de politiek naar verdergaande maatregelen.