16 mei, 2009 | Auteur: Laura Metiary | Beeld: Geesje van Haren | Trefwoord: nederland
Niet harder wel eerder agressief
Het vrouwenvoetbal is nog altijd een ondergeschoven kindje in een door mannen gedomineerde wereld. De laatste tijd hebben topclubs steeds meer interesse voor vrouwenteams. Door aanwezigheid van vrouwenteams zou de voetbalwereld gemoedelijker worden. Er zijn echter ook andere geluiden te horen. “Het spel is niet harder dan bij de mannen, maar vrouwen reageren wel eerder agressief.”
Het Nederlandse vrouwenvoetbal is de snelst groeiende teamsport in ons land. In januari 2008 telt de KNVB 100.000 vrouwelijke voetbalsters. Daarmee is het vrouwenvoetbal samen met het vrouwenhockey één van de grootste vrouwelijke teamsporten. In het seizoen 2007 – 2008 start de eerste Nederlandse profcompetitie: de Eredivisie Vrouwen. Clubs uit de traditionele top drie van Nederland, zoals Ajax en Feyenoord, denken er sterk over de komende jaren toe te treden tot de Eredivisie Vrouwen. Louis van Gaal, voormalig coach van de kersverse landskampioen AZ, maakte zich sterk voor het damesvoetbal en gaf een paar maanden geleden het vrouwenelftal van AZ een trainingssessie.
Bijna iedereen in de voetbalwereld heeft een mening over vrouwenvoetbal. Hoewel de sport nog niet helemaal genormaliseerd lijkt, ontstaan er steeds meer positieve geluiden. Een belangrijk aspect dat vaak genoemd wordt, is dat de aanwezigheid van vrouwen de voetbalwereld gemoedelijker maakt. Zo zegt de bondcoach van het Nederlandse vrouwenelftal Vera Pauw dat profclubs als Arsenal en Barcelona de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal juist om die reden toejuichen. Zij noemden hun stadia gezelliger en minder gewelddadig.
Vrouwen voetballen al sinds de negentiende eeuw. Wereldwijd kent het vrouwenvoetbal 45 miljoen speelsters, bijna twee maal zoveel als tennis. Toch wordt het vrouwenvoetbal nog niet door iedereen geaccepteerd. En dat terwijl de eerste wedstrijd tussen twee vrouwenteams al gespeeld werd in 1895. Deze wedstrijd vond plaats in Engeland, het geboorteland van het voetbal. In 1921 verbiedt de Engelse Voetbalbond (FA) het damesvoetbal. Reden: de sport zou niet passen bij het vrouwelijk beeld dat er in het Westen heerst. Pas in 1962 wordt het vrouwenvoetbal weer georganiseerd door de nationale bond.
Nederland
In Nederland verloopt de ontwikkeling iets anders dan in Engeland. De eerste officiële vrouwenvoetbalclub, de Oostzaanse Vrouwenvoetbal Vereeniging (O.V.V.), komt in 1924 van de grond. O.V.V. voert van begin af aan een strijd tegen de Nederlandsche Voetbalbond (NVB, voorloper van de KNVB). De bond, die veel waarde hecht aan het christelijke karakter van Nederland, vindt dat ‘vrouwen vooralsnog echtgenote, moeder of geliefde van voetbalspelers’ moeten zijn.
In de jaren dertig zakt het vrouwenvoetbal, mede door de economische crisis in Nederland, in elkaar als een kaartenhuis. Door het ontbreken van een wil om te voetballen onder de vrouwen zelf en het negatieve beeld ontwikkelt de sport zich niet verder. In de vooroorlogse jaren en tijdens de Tweede Wereldoorlog is het door de onrust onmogelijk voor vrouwen om de sport te beoefenen. Tijdens de wederopbouw staat de feministische strijdlust op een laag pitje: vrouwen schikken zich in hun verzorgende rol in de privésfeer. Hun rechten zijn weer beperkter en aan voetbal wordt niet gedacht.
Heribo
Tien jaar na de Tweede Wereldoorlog plaatst Willy van Bruggen, zomaar een persoon die vrouwenvoetbal van de grond wil hebben, een advertentie in de krant waarin ze een oproep doet aan vrouwen die er iets voor voelen om te gaan voetballen. Kort daarna wordt de vrouwenvoetbalclub Heribo opgericht. De 61 leden trainen op een parkeerplaats en ontvangen uit verschillende hoeken kritiek: niet alleen mannen komen kijken om de vrouwen uit te lachen, ook de NVB weigert Heribo te steunen.
Ondanks alle tegenwerking schieten de damesteams als paddenstoelen uit de grond. Op 16 april 1955 start de eerste landelijke competitie voor vrouwen. Er doen 14 teams uit het hele land mee. De NVB noemt de inmenging van vrouwen in voetbal ‘een grote inbreuk op de mannencultuur’ en ‘een nutteloze bijdrage aan de vooruitgang van het voetbal’. Lang kunnen ze de groei niet tegenhouden en in 1962 staat de bond voor het eerst toe dat een vrouwelijke scheidsrechter een jeugdwedstrijd fluit.
Begin jaren zeventig wordt er vrijwel overal in het land door vrouwen gevoetbald. In januari 1971 spelen er minstens 130 vrouwenvoetbalteams. Een kwart daarvan is georganiseerd in specifieke vrouwenvoetbalclubs. Het grootste deel was ondergebracht in reeds bestaande, algemene voetbalverenigingen. In 1972 worden is het aantal elftallen uitgelopen van 130 naar 550 en voetballen er ruim 8.000 speelsters.
In de jaren tachtig komt het vrouwenvoetbal centraal te staan bij de KNVB. Bert van Lingen wordt in 1981 de bondscoach van het eerste vrouwelijk Nederlands Elftal. Van Lingen begint in 1984 het eerste officiële ‘meisjesproject’ van de KNVB. De slogan van het project luidde als volgt: ‘Voetballen een jongenssport…? We leven niet in het stenen tijdperk!’. Het jaar 1988 wordt zelfs uitgeroepen tot het themajaar ‘Vrouw in het voetballen’.
In 1997 viert de KNVB het 25-jarig bestaan van het vrouwenvoetbal. Tot 2007 is het hoofdklassenniveau het hoogst haalbare voor voetbalvrouwen. Op 10 november 2006 komen de KNVB en de Landelijke Organisatie Vrouwenvoetbal (LOVV) bij elkaar om te spreken over de oprichting van de eerste vrouwelijke profcompetitie. Het thema is ‘Topsport: tijd en kwaliteit’. Er wordt een symposium gehouden onder leiding van (sport)journalist Henk Spaan waaraan 120 personen deelnemen. Een jaar later is de Eredivisie Vrouwen een feit: vrouwenteams van FC Twente, AZ, SC Heerenveen, FC Utrecht, ADO Den Haag en Willem II strijden om het eerste kampioensschap. De dames van AZ worden de eerste kampioen ooit van de Eredivisie Vrouwen. Afgelopen seizoen voegde Roda JC zich in het eredivisierijtje en ook bij Feyenoord en Ajax wordt druk gepraat over eventuele deelname aan de Eredivisie Vrouwen.
‘Belachelijke vertoning’
Niet iedereen is blij met de opkomst van het vrouwenvoetbal. Johan Derksen, hoofdredacteur van Voetbal International, is niet te spreken over de Eredivisie Vrouwen. Zo wijst hij aan het begin van seizoen 2007 – 2008 in het televisieprogramma Voetbal Inside de uitnodiging af om een wedstrijd van het dameselftal van FC Twente te komen bekijken. Hij benadrukt ook geen aandacht aan de Eredivisie Vrouwen te willen besteden in zijn magazine en stelt: “Het is niveauloos en het zal nooit het niveau van het mannenvoetbal bereiken. Ik vind het ronduit belachelijk. Denk maar niet dat ik naar die vertoning kom kijken.”
Degenen die wel een steentje bij willen dragen aan de ontwikkeling van het damesvoetbal kaatsen terug dat het logisch is dat de sport het gewenste niveau nog niet haalt. Sinds het moment dat vrouwen zich op het veld begeven voeren zij een strijd. Het is pas sinds de jaren zeventig in ontwikkeling en alleen op amateurniveau. Vera Pauw vindt het onzin dat er nog steeds gedacht wordt dat voetbal geen vrouwensport is. “Dat is óók zo’n mechanisme: jongens worden altijd gepusht, meiden altijd beschermd. Hierover heeft in het verleden zelfs een hoog aangeschreven medicus verklaard dat voetbal gevaarlijk was voor vrouwen omdat ze een borstkneuzing zouden kunnen krijgen. Ik weet niet wat dat is, heb het in 22 jaar voetbal ook nooit gekregen, maar in die periode wél veel mannen kermend op de grond zien liggen omdat zij een bal op de verkeerde plek kregen. Daar is dus nooit over gesproken, want voetbal is het terrein van de man.”
Gemoedelijker?
In een interview met NRC Handelsblad stelt Pauw dat er nog iedere dag gevochten moet worden voor verbetering van de situatie. Zo worden bijvoorbeeld nog steeds niet alle wedstrijden van profclubs in het stadion gespeeld. Pauw zegt dat het niveau vanzelf hoger wordt en benadrukt het belang van de aanwezigheid van vrouwen in de voetbalwereld. “Je hoort van clubs dat het gemoedelijker wordt, eerst door de toename van vrouwen op de tribune, nu op het veld. Ook bij buitenlandse topclubs als Arsenal en FC Barcelona roemen ze de positieve uitwerking van vrouwen in de voetbalwereld.”
Delen andere betrokkenen ook de mening van bondscoach Pauw? Mario Kaalte (69) fluit regelmatig een wedstrijd bij een lokale club in de buurt van Amsterdam. Hoewel hij voorheen altijd wedstrijden tussen jongens- en mannenteams heeft geleid, vindt hij het nu fijn om een wedstrijd van meisjes of dames te fluiten. “Eerlijk is eerlijk, het gaat minder snel. Ik kan het dus beter bijhouden”. Van meer geweld kan Mario niet spreken. “Nee hoor, ik heb nog nooit een vechtpartij meegemaakt. Tuurlijk worden er harde overtredingen gemaakt, maar die komen in het mannenvoetbal ook voor. Wat wel waar is, is dat dames langer blijven zeuren om een beslissing.”
Kaalte vindt het geen probleem om een vrouwenvoetbalwedstrijd te fluiten. Gertjan van Heyningen van de website Ladiessoccer.nl weet echter te vertellen dat van dit enthousiasme niet altijd sprake is. “Ik had er laatst eentje die op vakantie ging en er absoluut geen zin in had. Na afloop van een wedstrijd vertelde ik hem dat ik hem heel slecht vond fluiten en dat hij niet zijn assistenten controleerde bij het vlaggen. Zegt hij dat de dames hem geen inspiratie bezorgden om beter zijn best te doen omdat alles op B junioren niveau is en dat hij daardoor geen stap harder gaat lopen”. Over agressie en geweld heeft de bewuste scheidsrechter niets te melden.
Willem Metiary (55) traint al 15 jaar meisjes- en damesteams bij een Tielse club. Voor die tijd is hij altijd bij jongensteams betrokken geweest. Als hem gevraagd wordt naar de agressie binnen het vrouwenvoetbal, verschijnt er een glimlach op zijn gezicht. “Ik zal niet zeggen dat het perse agressiever is, wel dat het langer door blijft sudderen. Vooral in de wat lagere klassen, waar het niveau toch minder is en er wat harder gespeeld wordt. Het is ook niet raar dat conflicten in vrouwencompetities wat langer duren, want soms zit je ook jarenlang in dezelfde competitie. ‘Mijn’ meiden wisten op een gegeven moment precies tegenover wie ze stonden en wie ze een lesje gingen leren.”
Snoeihard
Bob Lijster (29) traint sinds een paar jaar een meidenteam in de buurt van Enschede. Ze zijn net begonnen en hij constateert regelmatig onenigheden. “Ja hoor, vrouwen vinden nu eenmaal dat ze soms niet aangeraakt mogen worden. En er vindt nou eenmaal vaak lichaamscontact plaats bij voetbal. Ze zijn wat ongeduldiger en sneller op hun tenen getrapt. Het spel is niet harder dan bij de mannen, maar vrouwen reageren eerder agressief”.
Gea Kaspersma voetbalt zo’n 14 jaar. Dit moment komt ze uit voor ONS in Sneek. Zij vindt het vrouwenvoetbal niet harder of gemener dan het mannenvoetbal. “Absoluut niet! Het verschilt wel per klasse. In de vijfde klasse spelen heel veel vrouwen die niet echt kunnen voetballen. Die zijn dus heel vaak te laat en kunnen dan iemand snoeihard onderuit trappen. Of gewoon vrouwen die veel duwen omdat ze geen andere kwaliteiten hebben. Maar goed, in de hogere klassen zijn de meiden weer wat fanatieker en zijn ze fysiek wat harder omdat de drang om te winnen hoger is.” Zelf is ze nooit betrokken geweest bij een ruzie, maar erkent wel dat het gebeurt. Mannenvoetbal is volgens haar wel gewelddadiger, omdat ‘mannen nu eenmaal van nature agressiever zijn’. Ze denkt dat er minder kaarten vallen bij het meisjes- en damesvoetbal, vooral omdat het minder serieus genomen wordt door scheidsrechters.
Minder kaarten
Marlou Kleijnen (24) voetbalt al meer dan 10 jaar en heeft het nodige meegemaakt. “Ik heb al een keer voor de tuchtcommissie moeten verschijnen. Ik had een meisje geschopt, waarna ik geslagen werd. Toen ik nog in de vierde klasse voetbalde, heb ik veel ruzie gehad. We speelden toen in de buurt van Dordrecht en je weet, ‘hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt’. Nee, wij waren ook geen lieverdjes.” Toch vindt de middenveldster het vrouwenvoetbal niet harder dan de mannelijke variant. “Nee hoor, het spel is fysieker, maar mannen staan sneller op en gaan door. En er vallen zeker meer gele en rode kaarten in het mannenvoetbal – bij ons hadden scheidsrechters soms hun kaarten niet eens bij!”
De laatste man van LSC 1890, Naomi (16), beaamt dat ze weleens betrokken is geweest bij een ruzie. Toch denkt ook zij dat er meer ruzies voorkomen in het mannenvoetbal. “Die hebben vaak toch een korter lontje dan vrouwen hebben. Vrouwen gaan eerder schelden dan mannen, die slaan meteen.”
De opmerkingen over de arbitrage van webmaster Van Heyningen en voetbalsters Kaspersma en Kleijnen tonen eens temeer dat het vrouwenvoetbal nog altijd niet serieus wordt genomen. Dit blijkt ook uit het feit dat er geen gegevens bekend zijn bij de KNVB wat betreft rode of gele kaarten, laat staan op wat voor manier deze verkregen zijn. Net zo min wordt het aantal tuchtzaken binnen het vrouwenvoetbal bijgehouden. Er zijn wel aantallen bekend omtrent tuchtzaken en kaarten, maar deze zijn enkel gemeten per district en leeftijd.
Vrouwenvoetbal is vanaf de geboorte een gevecht geweest. Zowel op als buiten het veld vochten en vechten vrouwen tegen vooroordelen en stereotypen. Aan de ene kant wordt geroepen dat de aanwezigheid van vrouwen de voetbalwereld gemoedelijker maakt. Aan de andere kant blijven ook voetbalvrouwen strijd voeren. En zo nu en dan wordt deze strijd weerspiegeld op het veld.