2 april, 2009 | Auteur: Sjoerd Arends | Trefwoord: nederland
Amerikaanse wet maakt antipedofielensite mogelijk
Hoe ze eruit zien, waar ze wonen, wat voor strafrechtelijk verleden ze hebben. Op internet is dit allemaal terug te vinden over Nederlandse veroordeelde pedofielen. Toch hebben we in Nederland een wet die strenge regels bindt aan het publiceren van persoonsgegevens.
Nadat de Nederlandse antipedofielenstichting Stop Kindersex onder de aandacht kwam, verschenen er in verschillende media berichten over lastig gevallen, veroordeelde pedofielen. Het Algemeen Dagblad meldde dat een man in Gelderland herhaaldelijk telefonisch met de dood werd bedreigd en dat bij een man in Limburg, waarvan de gegevens ook online stonden, de ruiten werden ingegooid.
De stichting heeft een site online gezet met daarop een link naar een Amerikaanse website waar de persoonsgegevens van de pedofielen op staan. Op de site van Stop Kindersex wordt duidelijk gemaakt dat de Amerikaanse site aan hun stichting alleen een informatiekanaal heeft en dat het gaat om een Amerikaanse internetsite, opgezet door Amerikaanse staatsburgers, die persoonsgegevens publiceren. Dit maakt de aanpak aanzienlijk moeilijker, want de Amerikaanse privacywetgeving komt totaal niet overeen met de Nederlandse. Het is in de VS toegestaan dit soort gegevens online te zetten en intercontinentaal zijn er weinig afspraken over het omgaan met persoonsgegevens.
Dr. Gerrit-Jan Zwenne, hoofddocent recht aan de Universiteit van Leiden en advocaat, kan zich niet goed voorstellen dat deze publicaties voldoen aan alle eisen van de privacywet. Zwenne heeft een expertise in het telecommunicatierecht en het privacyrecht. “Dit gaat over persoonsgegevens, zelfs strafrechtelijke gegevens, waarvoor extra strenge regels gelden.” Volgens Zwenne moet er toestemming zijn gegeven door de persoon in kwestie, of er moet een belangenafweging hebben plaatsgevonden.
“Om te kijken of er een gerechtvaardigd belang is, moeten afwegingen worden gemaakt tussen aan de ene kant de schade die de publicatie toebrengt aan de desbetreffende persoon en aan de andere kant het publieke belang. Het belang zou kunnen zijn dat de veiligheid toeneemt omdat mensen dan weten of er iemand in de buurt woont die een pedofiel verleden heeft. Schade zou in dit geval kunnen voorkomen in het persoonlijk leven van de personen die onderwerp zijn van de publicatie. Het dalen van een kans op een baan zit er ook wel in”, aldus Zwenne.
Een man uit Haarlem heeft ondertussen een aanklacht ingediend tegen het publiceren van zijn persoonsgegevens. Het Openbaar Ministerie (OM) laat weten bezig te zijn met het onderzoeken van de mogelijkheden tot vervolging. Het OM geeft nog geen duidelijkheid over wie er mogelijk vervolgd kan worden. Een woordvoerder laat wel weten dat er onderzocht wordt of de internetproviders een verantwoordelijkheid dragen voor de publicatie. Dit zijn tenslotte de gene die de publicatie mogelijk maken in Nederland.
Volgens Zwenne hebben de providers wel degelijk een verantwoordelijkheid en wordt hier ook af en toe beroep op gedaan vanuit het bedrijfsleven. Er worden regelmatig internetsites geblokkeerd, ook zonder dat daar een strafrechtelijke zaak aan vooraf gaat. Een voorbeeld geeft hij aan de hand van zogenaamde torrentsites. Dit zijn sites waar mensen bestanden kunnen delen met elkaar. Het komt voor dat deze sites auteursrechten schenden en geblokkeerd worden.
De wet die omgang met persoonsgegeven moet beschermen is de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP). In september 2001 trad deze in werking. De WBP moet er onder andere voor zorgen dat de burger iets kan ondernemen als zijn persoonsgegevens in het geding zijn. Hij of zij kan op deze manier optreden tegen het schenden van zijn privacy.
Dat dit optreden niet altijd gebeurt blijkt uit een onderzoek dat werd uitgevoerd door Rijksuniversiteit Groningen in samenwerking met het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum. Op 16 februari werd het onderzoeksrapport aan de Tweede Kamer aangeboden.
In het onderzoek kwam naar voren dat de wet nog maar kort bestaat en dat burgers en bedrijven onvoldoende zijn geïnformeerd, waardoor ze weinig kennis van de wet hebben. Er is alleen geen onderzoek gedaan naar het intern functioneren van de toezichthouder op persoonsgegevens in Nederland, het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP).
Het CBP kan illegale omgang met persoonsgegevens in Nederland tegengaan door middel van bestuursdwang. Dat wil zeggen dat de organisatie of persoon in kwestie een bepaalde termijn heeft om de overtreding ongedaan te maken. Gebeurt dit niet, dan kan het CBP de actie ongedaan maken en de kosten verhalen op de schuldige. Het CBP was niet bereikbaar voor commentaar over dit onderwerp en het is niet duidelijk hoe het CBP te werk gaat met dit soort internationale kwesties. Maar volgens de richtsnoeren van het college gaan ze illegale publicatie van Nederlandse persoonsgegevens op internet tegen.
De uitvoering van de wet is ook onderzocht. Zo is er gekeken hoe zinvol het is om een melding te maken van een overtreding. De onderzoekers concludeerden dat dit “te wensen overlaat. Het opnemen van een melding in het meldingenregister bij het CBP lijkt op zichzelf niet erg zinvol. Uit de door ons afgenomen interviews maken wij op dat het register slechts in (zeer) beperkte mate door betrokkenen wordt geraadpleegd. Daar staat tegenover dat het CBP aangeeft dat het meldingenregister jaarlijks ruim 20.000 maal wordt geraadpleegd. Het CBP weet niet door wie dat gebeurt.”