8 november, 2007 | Auteur: Mirella Obdam | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: nederland

"Niet alles moet wijken voor veiligheid"

Na de film van Al Gore kan niemand er meer om heen. We hebben te maken met een klimaatverandering. Voor Nederland is water de grootste natuurdreiging. Maar de kans dat je verdrinkt, is niet groot. Frans Klijn, waterdeskundige en werkzaam bij WL Delft Hydraulics, vertelt over risico's van water en oplossingen.

"Nederland is de veiligste rivierdelta van de wereld," vertelt Klijn. "We hebben de strengste normen ter wereld en in 2015 halen we die. Dit bekent dat in het rivierengebied de overstromingskans kleiner dan 1 keer in de 1.250 jaar is en bij de kust lager dan 1 keer in de 10.000 jaar. Zonder dijken kan dertig tot veertig procent van Nederland onder water lopen. Ons land ligt aan zee en zakt door ontwatering al zo'n duizend jaar langzaam naar beneden. Sinds die periode bouwen we ook dijken."

Nederland beschermt zich steeds beter tegen water, maar het land is ook steeds kwetsbaarder. Hoe kan dat? "Vroeger woonden de mensen in houten huisjes met een dak van stro. We hadden vaker een overstroming. Als je huis wegspoelde dan bouwde je weer een nieuw huis. Tegenwoordig hebben mensen meer eigendom te verliezen. Een natuurverschijnsel vinden we minder acceptabel," vertelt Klijn.

Verschil

Het contrast is groot tussen de hedendaagse luxe en het natuurgeweld. Toch blijft water iets dat bij Nederland hoort. Klijn geeft aan dat waterdeskundigen zich op dit moment vrij druk maken over de stijgende zeespiegel. Sinds de ijstijd, zo'n tienduizend jaar geleden, neemt het water al in hoogte toe. In de laatste duizend jaar ging het om een stijging van ongeveer 200 centimeter. In veengebieden daalde plaatselijk de bodem 500 centimeter. De zeespiegel steeg in de laatste eeuw 35 centimeter. Klijn verwacht voor nu een maximale stijging van een centimeter per jaar. Ervan uitgaande dat deze lijn doorzet, komt de rekensom uit op een maximale stijging van 100 centimeter voor de komende eeuw.

Onzeker

Hoe bezorgd moet je zijn? "We hebben Nederland voor een heel groot deel ontworsteld aan de zee. Ik denk dat we het land bij de kust vanaf de duingrens vast kunnen houden. Wat wel toeneemt, is het hoogteverschil tussen het zee- en landniveau. Ook voor de riviergebieden is de kans groot dat we het de komende eeuw drooghouden." De eerder genoemde cijfers geven een kleine overstromingskans aan, maar Klijn benadrukt dat statistiek een onzekere wetenschap is.

Wat gebeurt er als morgen de hoogte van het water heel snel toeneemt? "Stel dat de Rijn enorm stijgt, dan krijgt eerst Duitsland problemen. Wanneer het water tussen de dijken blijft dan komt het bij Lobith ons land binnen. Dan gaat het langs de Ooijpolder naar de Betuwe. Hier zijn op dit moment de dijken het laagst en op deze plek zal de klap vallen. Maar wanneer het water al in Duitsland over de dijken loopt, dan stroomt het achterlangs via Doetinchem het IJsseldal binnen en hebben we daar forse overstromingen."

Je kunt je voorbereiden op een rivieroverstroming. In 1995 moesten ongeveer 250.000 mensen geëvacueerd worden. De waterdeskundige legt uit dat je twee dagen van te voren al je heil hogerop kunt zoeken. Anders is het bij een overstroming vanuit zee. Want een lagedrukgebied is minder voorspelbaar en daarom kan het tot het laatste moment giswerk blijven. "Als de zee 'kwaad' is, dan is het ook windkracht twaalf. Dit betekent dat je het gebied niet kunt verlaten door rondvliegende bomen. Ook kun je niet meer naar het gebied toe voor een reddingsactie."

Waarom stuurt de overheid niet aan op het uitbannen van overstromingsrisico's? "Je kunt de kans nooit terugbrengen naar nul. En de huidige overstromingskans nog kleiner maken, wordt erg duur,” zegt Klijn. "Het is een kosten-baten afweging." Wat kan Nederland doen om de strijd zo goed mogelijk aan te pakken?

"De zee is onmetelijk groot. Bij een overstroming is er genoeg water om ernstige schade aan te richten. Je kunt de waterstand niet verlagen. Bij rivieren kan dit wel. Als je het rivierbed breder maakt, dan wordt de waterstand lager. Zo kun je een deel van het klimaatprobleem opvangen. Dat gaat goed zolang de rivier niet op het zeeniveau ligt. Daarnaast heb je een tussengebied waar je bijvoorbeeld water in polders kunt opvangen. En tenslotte het water in de zee: dat moet je proberen daar te houden."

Beheersen

Er zijn verschillende mogelijkheden om rivierwater te beheersen. Zo kun je de plek van de overstroming zelf uitkiezen. "Hierbij bekijk je welk stuk grond de minste schade oploopt. Je hebt bijvoorbeeld links het Land van Maas en Waal en rechts de Betuwe. Dan kies je voor de eerste optie omdat bij de tweede veel meer schade zal zijn."

"Beslissen om water vast te houden kan ook, zoals bijvoorbeeld in de Ooijpolder. Je laat dan dit gebied onderlopen. Daar is de schade nog kleiner. Deze aanpak heette eerst ‘calamiteitenpolder’. De minister kreeg hierop zoveel commentaar dat het nu ‘noodoverloopgebied’ heet.

Als wetenschappers zeggen we: aan deze aanpak moet je uitvoering geven. Maar bij politici is dit anders omdat zij ook te maken hebben met kiezers en allerlei belangen."

Een andere manier om het water te controleren, kan door het beheersen van de hoeveelheid water die een overstroming veroorzaakt. "Als een dijk breekt is dat heel gevaarlijk. Als de dijk alleen maar overloopt, komt er minder water binnen. We willen daarom het 'topje' van de hoogwatergolf af scheren. Je moet ervoor zorgen dat de dijk niet stuk gaat, daarom maak je een overlaat." Dit betekent dat je in de dijk een minder hoog gedeelte bouwt. Hierdoor zorg je voor minder druk omdat het water erover heen kan stromen: een ‘overdrukventiel’.

"Als je geen overlaat bouwt, kun je bij het breken van de dijk een wiel krijgen. Dit is een groot gat. Daar blijft het water doorheen stromen, ook als de golf voorbij is. De mensen hebben dan veel minder tijd om te vertrekken waardoor er meer slachtoffers vallen. Er gaat dus sneller meer water het land in."

In buitendijkse gebieden zijn nog overlaten, maar sinds 1960 zijn ze niet meer in polders te vinden. De laatsten waren te vinden bij Spijk, de Ooijpolder en langs de IJssel. In Frankrijk zijn ze wel veel te vinden bij bijvoorbeeld de Loire.

De overheid kiest op dit moment niet voor overlaten. Klijn: "Bij de Rijn is het plan voorlopig van de baan omdat de bestuurders er geen geld voor over hebben. Bij de Maas is nog een discussie gaande. De overheid is wel in gesprek over compartimenteren: een gebied in kleine stukken onderverdelen. Andere initiatieven zijn dijkverleggingen en by-passes." Dit zijn extra wateraders waardoor teveel water opgevangen kan worden.

Prijs

De besproken aanpakmogelijkheden vallen onder de noemer ‘Ruimte voor Water’. Klijn werkte vijftien jaar geleden samen met studenten aan een ontwerp waarop dit overheidsprogramma is gebaseerd. Het leverde de waterdeskundige een prijs op van het Ministerie voor Ruimtelijke Ordening. "Dit was in een tijd dat bestuurders zich nog veel richtten op dijkverzwaring. Ik zei: kijk nou eens naar andere manieren."

De overheid geeft in haar beleid, samen met omliggende landen, uitvoering aan ‘Ruimte voor Water’. Klijn maakt deel uit van het Kwaliteitsteam ‘Ruimte voor de Rivier’. Deze groep bekijkt of uitvoerders op lokaal niveau de dubbele doelstelling van het programma behalen. Deze zijn: het verlagen van de waterstand en het vergroten van ruimtelijke kwaliteit. In hoeverre de projecten succesvol zijn, mag Klijn niet zeggen.

De staatssecretaris van Waterstaat, Tineke Huizinga, bracht ‘De Watervisie’ uit die in 2009 in nieuw waterbeleid moet resulteren. De speerpunten van dit rapport zijn: Nederland maken we samen klimaatbestendig, Nederlanders maken met water een sterkere economie, Nederlanders leven duurzaam met water, Nederland helpt met waterkennis wereldwijd en Nederlanders herontdekken leven met water. Wat ziet Klijn als belangrijke actiepunten voor de overheid?

Keuzes

"Het heeft mijn voorkeur om in Nederland duidelijke keuzes te maken voor de inrichting van het landschap. Qua plekken waar gebouwd wordt, en qua plekken waar natuur en water de vrije ruimte krijgen. Nu is ruimtelijke ordening erg 'fuzzy' en lijkt het zich behoorlijk autonoom te voltrekken."

Klijn noemt als voorbeeld de Betuwe. "Hier groeit het gebied veel harder dan gemiddeld, maar er is niet een doordacht plan. De groei komt door de Betuwelijn en de snelweg. Een uitzondering is Almere waar wel een bewuste keus gemaakt wordt. Hier wil men groeien naar 350.000 inwoners in een hele diepe polder.

De randstad heeft veel vestigingsvoorwaarden die goed scoren zoals wegen en de luchthaven. Dit trekt ook weer activiteit aan. Je kunt als overheid ervoor kiezen om de kwetsbaarheid voor water te verkleinen. Je investeert dan meer in hoger gelegen gebieden. Dit is misschien wel duurzamer. Over deze kwestie moet in Nederland gediscussieerd worden."

Moet je als burger iets doen in dit hele verhaal? Klijn: "Als je genoeg overstromingservaring hebt, dan leef je vanzelf met water. Bij de overstroming van de Maas in 1995 was de schade lager dan in 1993. De slachtoffers pasten hun gedrag aan, kochten spullen die beter tegen water kunnen en brachten stopcontacten hoger op de muur aan."

"De vraag is in hoeverre je de Nederlandse burger moet informeren over water. Er is natuurlijk de campagne ‘Nederland leeft met water’. Maar mensen vragen zich af: wat moet ik met die informatie? De Nederlandse overheid is nog terughoudend wat betreft de berichtgeving over overstromingsrisico's. Ik denk dat het verstandig is om mensen te informeren zonder het ze op te dringen. Het is moeilijk hoe je dit moet doen. Want wat zeggen cijfers? Ga je vertellen hoeveel water er komt? Of hoe groot de kans is?"

Leefbaar land

Het gros van de Nederlanders houdt zich niet bezig met de wetenschap van water. Daarom is het lastig om informatie op waarde te schatten. Wat zijn mijn risico's? En wat zijn goede oplossingen? In het televisieprogramma Buitenhof spraken een aantal deskundigen over verschillende aanpakmogelijkheden om water de baas te blijven. Frans Klijn was hier ook te gast. Hij sprak met onder andere Adriaan Geuze. Deze man wil eilanden voor de kust aanleggen. En op deze manier nieuw land maken en water beheersen.

De mening van Klijn over het eilandenplan is als volgt: "Ik vind het misschien wel een leuk plan maar ik zie het meer als een mogelijkheid om de baggerindustrie aan het werk te houden. Het is niet een verbetering voor de veiligheid. De waterstand verander je er niet mee." De waterdeskundige ziet meer heil in actie op het vaste land. "Ik denk dat je dan beter in polders, waar je veen hebt gewonnen, zand kunt terugbrengen zodat je geen last hebt van water."

De waterdeskundige vindt de aanpak van de waterkering bij de Oosterschelde een mooie, veilige keuze. Hij pleit voor vermenigvuldiging van dit plan in de rest van Nederland. "Hadden we dit maar eerder gedaan dan zag het land er wat aardiger uit. Ik zie het als mogelijkheid voor de rest van Zeeland of aan de noordkant van het IJsselmeer. Zo kun je water in en uit laten lopen en krijgt het tij en het zoute water weer een kans."

TNO heeft een idee dat Klijn meer aanspreekt dan dat van Geuze. "Zij hebben het plan om bij de randstad een megadijk aan te leggen. Deze loopt van de duinen, via Rotterdam en Hoek van Holland naar Gouda tot aan de Utrechtse Heuvelrug. Op deze manier ben je ook met zand aan het spelen, maar heb je minder nodig dan wanneer je dit in een twintig meter diepe zee doet."

"Een megadijk is niet mooi. Het wordt een soort bunker maar het is wel denkbaar. Je kunt ook zeggen: verhoog de randstad met zand. Maar dan kun je net zo goed in de Sahara gaan wonen."

Klijn houdt van Nederland met het typische landschap: "Ik heb nog wel iets met mijn land en het landschap dat in de loop der eeuwen is ontstaan. Veiligheid is niet iets waar alles voor wijken moet, dat moet je altijd onthouden. Het gaat uiteindelijk om een leefbaar land."

Meer informatie

De Watervisie – voorbereiding op nieuw waterbeleid – (pdf)

Ruimte voor de rivier – Een programma van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Nederland leeft met water – campagne van de overheid

Het Platform Overstromingen

WL Delft Hydraulics – de werkplek van Frans Klijn

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.