19 oktober, 2007 | Auteur: Mariëlle van Uitert | Beeld: Mariëlle van Uitert | Trefwoord: europa
Wat te doen met muzikale Roma-kinderen?
Sinds de toetreding van Roemenië tot de Europese Unie op 1 januari kampen steeds meer gemeenten met het zogenaamde ‘Roma-vraagstuk’. Straatmuzikanten in de leeftijdscategorie tien tot vijftien jaar rukken met hun accordeon op en zijn tegenwoordig eerder regel dan uitzondering in het Westerse straatbeeld.
Wereldwijd leven er ongeveer acht tot tien miljoen Roma waarvan slechts enkele duizenden in Nederland en België verblijven. Dat slechts 0,01 procent van de totale Nederlandse populatie van ruim 16 miljoen inwoners (waarvan 19,3 procent uit allochtonen bestaat) een dergelijk grootschalig stedelijk vraagstuk oproept, behoort nader beschouwd te worden.
Twee families van de Kalderesh-stam zijn eind april met een georganiseerde busreis vanuit Oost-Roemenië naar Duitsland vertrokken. Van daaruit zijn ze eind mei naar Brabant gekomen en huren woonruimte in Oirschot en Veghel.
Elke ochtend stappen de kinderen, Marta (12), Edy (12), Ana (10), Larissa (16), Avram (13) en Matei (7) Mordoveno, vanuit hun rijtjeshuis in de Trompstraat in de gemeente Veghel op de bus met hun accordeon, verpakt in plastic supermarkttassen.
Marta speelt van tien uur ’s ochtends tot zes uur ‘s avonds op haar accordeon aan de voet van de Wilhelminabrug in ‘s-Hertogenbosch. Ze spreekt geen Engels maar met een Roemeens woordenboekje is het ijs tussen haar en mij al snel gebroken. Ze lacht en trekt me mee naar haar broers en zussen die in de Hinthamerstraat en bij de Sint Jan de Zelfkrant aan het verkopen zijn.
“Ik vind het spelen leuk en doe het voor mijn plezier,” vertelt Marta terwijl haar neef naar het Engels vertaalt. Ze neemt de accordeon ter hand en speelt dezelfde melodie als gisteren. Het rieten mandje wordt langzaam met euro’s gevuld.
In Den Bosch echter worden de koppen bij elkaar gebracht teneinde de Algemene Plaatselijke Verordenngen (APV’s) aan te passen en een leeftijdgrens vast te leggen voor straatmuzikanten.
Het bestuur van ‘s-Hertogenbosch heeft de Raad van de Kinderbescherming in de hand genomen teneinde de jonge muzikanten uit het straatbeeld te weren en de ouders te overtuigen van het belang van onderwijs voor deze jonge generatie.
Bij de Europese Unie vraagt CDA-kamerlid Marleen aandacht voor het probleem. Zelfs Minister Rouvoet (CU, Jeugd en Gezin) spreekt zich uit. “Er is inderdaad sprake van kinderarbeid in ‘s-Hertogenbosch maar de gemeenten hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid en het is daarom niet de taak van de Arbeidsinspectie om maatregelen te nemen.”
Leontin Mordoveno, de vader van de Roma-kinderen die in ‘s-Hertogenbosch actief zijn, is voor de tweede maal niet verschenen voor een gesprek met de Kinderbescherming wegens taalproblemen.
In een reactie vertelt hij dat “de kinderen het verdiende geld zelf mogen behouden”. Zodoende kan niet bewezen worden dat ze gedwongen bijdragen aan het gezinsinkomen. Daarnaast hebben de kinderen de eerste drie maanden geen leerplicht in Nederland.
De werkloosheid in Roemenië is erg hoog en Leontin heeft zijn hele leven al armoede gekend. “Sinds Ceauçescu (Nicolae Andrutã Ceauçescu, red.) weg is, zijn veel fabrieken gesloten en worden Roma gediscrimineerd,” aldus Leontin Mordoveno.
Dit heeft hem doen besluiten de biezen te pakken met zijn kinderen Avram en Larissa, zijn vrouw Maricicia, zijn broer Eugène en de drie kinderen van zijn broer. “Wij zijn een reizende groep en zijn het gewend om van streek naar streek te trekken.”
Zijn andere zes kinderen zijn te jong en verblijven momenteel bij zijn schoonmoeder in judetul Bacau (een Romadorp met zevenduizend families in achthonderd huizen), aan de voet van de Karpaten waar discriminatie en stigmatisering hoogtij vieren.
De nieuwe lidstaten en kandidaatleden van de Europese Unie trachten deze zogenaamde incidenten ogenschijnlijk te beteugelen maar Roemenië kampt niet voor niets met de doorlopende kritiek op de racistische houding van haar bevolking naar de Roma.
Mordoveno is dan ook blij in Nederland te zijn en vindt de mensen erg aardig. Hij is niet van plan terug te keren en heeft zelfs al een sofinummer op zak. “Ik wil graag een baan vinden zodat we uit de vicieuze cirkel van armoede en discriminatie kunnen komen.”
Kinderen hebben volgens het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind recht op bescherming tegen schadelijke vormen van kinderarbeid. Het verdrag roept de staat op kinderen tegen kinderarbeid te beschermen.
Nu niet bewezen kan worden dat het om kinderarbeid gaat, zal er naar andere manieren worden gezocht om dergelijke kinderen nu en in de toekomst uit het straatbeeld te weren en ze wellicht naar Roemenië terug te sturen of de kinderen uit huis te plaatsen.
De vicieuze cirkel van armoede en discriminatie hebben de Mordoveno’s op eigen kracht doorbroken om vervolgens wederom in een draaikolk terecht te komen. De Roma is gewend aan andere wetten en gebruiken en zal in de toekomst naar een middenweg moeten zoeken, evenals de Westerse samenleving.
De Mordoveno’s zijn hier inmiddels in geslaagd. De leerplichtige jongeren zijn sinds medio september terug in het Roemeense judetul Bacau en hun oudere broers en zussen hebben het stokje overgenomen.