5 februari, 2026 | Auteur: Noortje Smeltink | Beeld: Noortje Smeltink | Trefwoord: griekenland
Griekse staat opent nieuwe routes om migratie te criminaliseren
De vrijspraak van 24 oud-ngo-hulpverleners in Griekenland ging de wereld over. Internationale media spraken van een historische uitspraak in de grootste strafzaak ooit rond de criminalisering van humanitaire hulp in Europa. Maar waar de hulpverleners vlak na de uitspraak voorzichtig hoopten op een doorbraak, haalt de realiteit hen snel in.
Terwijl de rechtbank in Mytilini een streep zet onder één politiek beladen dossier, opent de Griekse staat nieuwe juridische routes om zowel hulp als migratie verder te criminaliseren.Al jaren varen er geen reddingsboten van ngo’s in Griekse wateren. Zou dat gaan veranderen, nu de hulpverleners afgelopen januari zijn vrijgesproken? Even, op de trappen van de rechtbank van Mytilini, klinkt die hoop. “Elke positieve uitspraak van een rechter in een vermeende mensensmokkelzaak is er één”, zegt Iasonas Apostolopoulos, die als oud-collega van de verdachten getuigde voor de rechters. “Ik ga hoe dan ook de zee weer op”, vult Athanasios Karakitsos aan. Hij zat als één van de 24 aangeklaagden drie maanden in voorarrest en mocht vijf jaar het land niet verlaten.
Al jaren varen er geen reddingsboten van ngo’s in Griekse wateren.
Lost in Europe schreef eerder over de rechtszaak die acht jaar duurde en internationaal op de voet wordt gevolgd. De euforie na het twaalf uur durende slot van de zaak maakt echter al snel plaats voor woede en vraagtekens. Woede om de jaren die verloren zijn gegaan, woede om alle mensen op zee die geen hulp kregen, en vraagtekens bij wat de uitspraak betekent voor hulpverlening in de toekomst.
De uitspraak komt op een moment dat de Griekse staat juist nieuwe routes opent om hulp en migratie harder te kunnen aanpakken via wetgeving die de grens tussen het asielrecht en het strafrecht laat verdampen.
Een precedent de verkeerde kant op
“De rechtszaak is voor die 24 hulpverleners uitgekomen op een winst, maar voor de hulpverlening op zee is het verlies,” zegt Amnesty International Greece-directeur Christos Dimopoulos. Hij vreest dat de Griekse autoriteiten de vrijspraak niet zullen aangrijpen om ruimte te maken voor hulpverlening, maar juist om toekomstige vervolgingen zorgvuldiger en juridisch slimmer te formuleren.
Dat hulpverleners zich bij volgende zaken kunnen beroepen op deze uitspraak om aan te tonen dat hulpverlening geen mensensmokkel is, is volgens hem daarmee slechts deels waar. “De uitspraak zet een precedent”, zegt Dimopoulos, “maar de verkeerde kant op.”
Ook Karakitsos en de andere vrijgesproken hulpverleners kijken de dag na de rechtszaak somber vooruit. “In de Egeïsche Zee is er nauwelijks ruimte waar ngo’s veilig kunnen opereren”, zegt hij. “Vrijwel elke reddingsactie vindt plaats in wateren waar de Griekse autoriteiten verantwoordelijk zijn, en juist daar lopen hulporganisaties juridisch risico.” Hij zucht. “Er zullen hoe dan ook nieuwe rechtszaken volgen. En die zullen waarschijnlijk effectiever zijn dan deze.”
“Niemand zit te wachten op wat wij acht jaar lang hebben moeten doorstaan.”
Pieter Wittenberg, de enige Nederlandse hulpverlener in de zaak, is strijdvaardig maar realistisch. “Komende jaren zal ik me blijven inzetten om hulpverlening uit het strafrecht te halen in Griekenland”, zegt hij een dag na de vrijspraak. “Maar het wordt hard nadenken met elkaar hoe dat nog kan.” Hij hoopt dat hulpverleners nu weer de stranden en de zee op durven, maar voegt eraan toe: “Niemand zit te wachten op wat wij acht jaar lang hebben moeten doorstaan.”

‘Braaf’
Die vrees krijgt extra gewicht door een nieuw wetsontwerp dat rond de periode van de vrijspraak in Athene op tafel lag. Al sinds 2020 werkt Griekenland met een verplicht ngo-register voor organisaties die met vluchtelingen werken, met name in opvangkampen. Registratie is nodig voor toegang tot kampen, juridische bijstand, medische zorg en monitoring. “Verlies van registratie betekent verlies van toegang”, zegt Dimopoulos. “Dat maakt dit register tot een machtsmiddel. Als je niet ‘braaf’ bent, kun je eruit worden gezet.”
In het nieuwe wetsvoorstel worden bepalingen aangescherpt over het zogenoemde ‘faciliteren van binnenkomst of verblijf’, een strafbaar feit dat al langer in de wet bestaat en dat wezenlijk verschilt van ‘mensensmokkel’, de aanklacht waarvan de hulpverleners in Mytilini zijn vrijgesproken. Waar anti-mensensmokkel toeziet op het organiseren van een illegale overtocht, gaat faciliteren over het ondersteunen van iemands binnenkomst of verblijf, ook nadat iemand al is aangekomen. Denk aan het verschaffen van informatie over procedures, juridische bijstand, tolken of ondersteuning bij opvang en verblijf. Precies het werk van ngo’s in kampen.
Werken voor ngo verzwarende factor
Tot nu toe werden hulporganisaties voor dit werk niet structureel vervolgd. Het delict bestond wel, maar werd in de praktijk niet ingezet tegen geregistreerde ngo’s die met toestemming van de staat opereerden. Dat verandert met het nieuwe wetsontwerp. Voor het eerst wordt de strafbepaling over faciliteren expliciet gekoppeld aan het ngo-register. Wie wordt vervolgd voor facilitering en daarbij werkt voor of is aangesloten bij een geregistreerde ngo, kan volgens het voorstel zwaarder worden gestraft. Het werken voor een ngo geldt daarmee als verzwarende factor.
“Zo verandert registratie van een toegangsbewijs in een juridisch risico”
Daardoor kunnen handelingen die eerder hooguit als overtreding of lichter delict werden gezien, worden opgewaardeerd tot misdrijven, met gevangenisstraffen tot tien jaar en boetes van tienduizenden euro’s. Bovendien kan een lopende strafzaak, zonder veroordeling, voldoende zijn om een organisatie uit het register te schrappen, waardoor zij haar toegang tot kampen en opvang verliest.
“Zo verandert registratie van een toegangsbewijs in een juridisch risico”, zegt Dimopoulos. “Het werk van ngo’s kan tegen hen worden gebruikt, en het werven van personeel en vrijwilligers wordt lastiger.”
Onrechtvaardige en onwettige maatregel
Die zorg wordt breed gedeeld door het Griekse maatschappelijk middenveld. Op 20 januari 2026 publiceerden vijftig organisaties, waaronder Refugee Support Aegean, Greek Council for Refugees, HIAS Greece, Fenix, Legal Centre Lesvos en Stichting Bootvluchteling, een gezamenlijke verklaring waarin zij het wetsontwerp van het ministerie van Migratie en Asiel scherp veroordelen.
Volgens de ondertekenaars zet het voorstel een systeem op waarin hulpverlening zélf strafrechtelijk risicovol wordt. Zij spreken van een “onrechtvaardige en onwettige maatregel”, bedoeld om maatschappelijke organisaties te intimideren, juist nadat “Europese instellingen en de Verenigde Naties Griekenland herhaaldelijk hebben opgeroepen om arbitraire beperkingen op het werk van hulporganisaties te beëindigen”.
In de gezamenlijke verklaring roepen de organisaties op tot onmiddellijke intrekking van de bepalingen. Zij wijzen erop dat het ngo-register al jaren onder zware kritiek staat van onder meer de Europese Commissie, de Raad van Europa en de Verenigde Naties vanwege gebrek aan transparantie en willekeur.

Esther Vonk, directeur van Stichting Bootvluchteling, waarschuwt dat het wetsvoorstel de logica van hulpverlening omkeert. “Werken voor een geregistreerde organisatie kan straks betekenen dat een relatief lichte overtreding wordt opgewaardeerd tot een zwaar strafbaar feit, met gevangenisstraffen tot tien jaar”, zegt zij. “Tegelijkertijd kan diezelfde verdenking leiden tot onmiddellijke schrapping uit het ngo-register, terwijl registratie juist verplicht is om überhaupt hulp te mogen bieden in opvanglocaties.”
Volgens Vonk past het voorstel in een bredere ontwikkeling waarin niet alleen mensen op de vlucht, maar ook organisaties die hen ondersteunen systematisch onder druk worden gezet. “De gevolgen zijn niet abstract,” zegt zij. “Ze raken hulpverleners en organisaties direct, maar uiteindelijk vooral de mensen die afhankelijk zijn van levensreddende hulp.”
‘Laatste redmiddel’
Volgens Lefteris Papagiannakis, directeur van Greek Counsil for Refugees (GCR), is het nieuwe wetsvoorstel “het is het eindpunt van een ontwikkeling die al jaren gaande is.” Die ontwikkeling begon met strafzaken tegen individuele hulpverleners en organisaties, stelt hij: “De overheid probeerde ngo’s neer te zetten als criminele organisaties. Dat werkte juridisch niet. Zaken werden geseponeerd, aanklachten vielen uiteen, niemand werd veroordeeld.” Daarna volgde een periode van politieke framing, herinnert hij, waarin ngo’s werden neergezet als handlangers van smokkelaars, van Turkije of van ‘vijandige belangen’. “Ook dat hield geen stand in de rechtszaal.”
Toen kwam het ngo-register. “Dat was bedoeld als controlemiddel”, zegt Papagiannakis. “Maar ook dat bleek onvoldoende om kritische organisaties daadwerkelijk het werk onmogelijk te maken.” In dat licht noemt hij het huidige wetsvoorstel een laatste redmiddel. Het vastleggen van criminalisering in de wet zelf, zodat vervolging niet langer afhankelijk is van individuele dossiers, maar structureel mogelijk wordt. Wat volgens Papagiannakis het meest zorgwekkend is, is dat het wetsvoorstel “hulporganisaties gelijkstelt aan criminele en zelfs terroristische organisaties. Onder die kwalificaties kan de staat vergaande opsporingsbevoegdheden inzetten”, zegt hij. “Denk aan observatie, telefoontaps en andere inlichtingenmaatregelen, zonder dat daar dezelfde strikte voorwaarden voor gelden als normaal. Je hoeft dan niet meer te bewijzen dat er sprake is van acute dreiging.”
Hulporganisaties worden gelijkgesteld aan criminele en zelfs terroristische organisaties
Volgens Papagiannakis is dit fundamenteel anders dan eerdere pogingen om ngo’s te beperken. “Het gaat niet meer alleen om toegang tot kampen of registratie. Het gaat om het normaliseren van toezicht en strafrechtelijke verdenking tegen organisaties die gewoon hun werk doen.” Hij wijst ook op de politieke context. Griekenland gaat uiterlijk in 2027 naar de stembus, mogelijk eerder. “Migratie is een klassiek mobiliserend thema richting een rechts en extreemrechts electoraat”, zegt Papagiannakis. “Door ngo’s neer te zetten als probleem dat onder zijn verantwoordelijkheid valt, kan de minister laten zien dat hij optreedt. Dat narratief werkt.”
Voor GCR is het voorstel reden tot grote zorg, maar geen reden om te stoppen. “Wij blijven doen wat we doen. Als de overheid besluit om tegen ons op te treden, dan zullen ze dat moeten doen. Dit gaat niet alleen over ngo’s. Dit gaat over de rechtsstaat”, zegt Papagiannakis vastberaden.
Van hulpverleners naar vluchtelingen
Ook voor mensen die afhankelijk zijn van levensreddende hulp wordt in Griekenland steeds vaker het strafrecht ingezet. Een advocaat van de juridische ngo HIAS Greece, die vanwege intimidatie anoniem wil blijven, noemt dat het “criminaliseren van vluchten in het algemeen”. Mensen worden vervolgd als smokkelaar terwijl zij in werkelijkheid zelf op de vlucht zijn.
Volgens HIAS Greece wordt deze praktijk mogelijk gemaakt door een zeer brede definitie van mensensmokkel in de migratiewetgeving. Die maakt nauwelijks onderscheid tussen georganiseerde criminaliteit en handelen uit noodzaak. Beschermende uitzonderingen voor asielzoekers of erkende vluchtelingen bestaan op papier, maar worden HIAS Greece in de praktijk zelden toegepast. Zo lijkt Griekenland effectief te zijn in het opdoeken van smokkelnetwerken, maar berooft het in werkelijkheid mensen van diens recht op bescherming.
Straffen die oplopen tot honderden, soms zelfs meer dan duizend jaar cel
In 2025 zaten naar schatting zo’n 2.300 mensen vast op verdenking van mensensmokkel. Dat is ongeveer een kwart van de totale gevangenispopulatie. In de praktijk van HIAS Greece ziet de advocaat straffen die oplopen tot honderden, soms zelfs meer dan duizend jaar cel, uitgesproken tegen vermeende smokkelaars op basis van minimale bewijsvoering. Het strafrecht werkt hier volgens de advocaat “als afschrikmiddel voor mensen op de vlucht”.
Nieuwe wetten
De toepassing van het strafrecht op mensen op de vlucht reikt in Griekenland inmiddels verder dan individuele smokkelzaken. In juli nam het parlement een wet aan die voor mensen die over zee uit Noord-Afrika aankomen tijdelijk een verbod instelde op het indienen van asielaanvragen. Hun verzoeken werden niet geregistreerd. Detentie en uitzetting werden het uitgangspunt.
Enkele maanden later, in september 2025, volgde een volgende stap. Wie na een negatieve asielbeslissing langer dan veertien dagen in Griekenland blijft, riskeert sindsdien gevangenisstraffen van twee tot vijf jaar en boetes tot 11.000 euro. Tegelijkertijd werden straffen voor illegale binnenkomst verhoogd, is de maximale detentieduur voor mensen zonder papieren verlengd tot 24 maanden en is er een wettelijke basis voor elektronisch toezicht, zoals enkelbanden.

Volgens HIAS Greece verandert deze wetgeving de dynamiek van straatcontroles en arrestaties ingrijpend. “Waar irregulier verblijf eerder vooral leidde tot administratieve procedures, belanden mensen nu veel sneller in het strafrecht,” zegt hun advocaat. Zij noemt de zaak van een Iraakse cliënt op Lesbos, die werd gearresteerd op het moment dat hij zijn asielafwijzing ontving. Ook GCR kent meerdere voorbeelden van mensen die op het moment van hun afwijzing werden opgepakt.
Bij de organisatie Fenix Humanitarian Legal Aid merken ze hoe de scheidslijn tussen asielrecht en strafrecht verder vervaagt. De organisatie staat mensen op de vlucht juridisch bij, iets wat in Griekse registratiekampen allerminst vanzelfsprekend is. Directeur Maaike Vledder legt uit dat afgewezen asielzoekers doorgaans tien dagen krijgen om het land te verlaten. Wie daarna nog in Griekenland is, kan niet alleen worden vervolgd voor illegale binnenkomst, maar ook voor illegaal verblijf.
“Dat betekent dat er nu twee aanklachten kunnen opstapelen”, zegt Vledder. “Vijf jaar voor de binnenkomst en daarbovenop nog een straf van twee tot vijf jaar voor illegaal verblijf.” Daarmee wordt een afwijzing niet alleen het verlies van bescherming, maar ook het begin van strafrechtelijke vervolging. Bovendien is legale binnenkomst voor mensen op de vlucht in de praktijk vrijwel onmogelijk en zijn afwijzingen volgens Vledder vaak onterecht en willekeurig.
Volgens Vledder weegt dit extra zwaar omdat de kans dat een eerste asielafwijzing in beroep wordt teruggedraaid zeer klein is. Minder dan tien procent, zelfs bij ernstige procedurefouten. “In dit systeem”, zegt zij, “corrigeert de staat nauwelijks, maar bestraft hij wel.”
Op Lesbos kijken de hulpverleners verder. In de haven van Mytilini is het Turkse vaste land te zien. Het is lastig het stukje zee tussen die twee werelden – Europa en niet-Europa – los te zien van het leed dat zich in het water afspeelt. Of Wittenberg nog vaker Lesbos gaat bezoeken, weet hij niet. “Maar het feit dat ik er afstand van zou kunnen nemen, maar mensen op de vlucht niet, zegt alles. Ik ga hoe dan ook door met helpen. Dat verdienen mensen op de vlucht.”