27 mei, 2026 | Auteur: Qali Nur | Trefwoord: Somalië
Bijna helft jonge kinderen in Somalië acuut ondervoed
Col iyo abaar, oftewel conflict en droogte. In Somalië worden de woorden al generaties lang uitgesproken in zowel gebeden als vervloekingen. Het zijn twee rampen die Somaliërs koste wat het kost proberen te vermijden maar die het land opnieuw ontwrichten.
De kaart van Somalië kleurt alarmerend rood. Deze maand werd een nieuwe Integrated Food Security Phase Classification (IPC) kaart van Somalië gepubliceerd. Volgens de nieuwste cijfers van de IPC, die de internationale maatstaf voor voedselzekerheid aangeven, kampen tussen april en juni naar schatting 6 miljoen mensen in Somalië met acute voedselonzekerheid. Dat komt neer op ongeveer één derde van de bevolking.
Alarmerend is dat meer dan 1,9 miljoen mensen zich bevinden in fase 4, een niveau vlak onder hongersnood. Voor het eerst sinds de zware droogte van 2022 wijst IPC weer zo’n gebied aan met een direct hongersnoodrisico. Het treft nu vooral het district Burhakaba in de zuidwestelijke regio Bay, waar de situatie volgens hulporganisaties snel verslechtert.

Bijna 500.000 kinderen ernstig acuut ondervoed
Vooral kinderen worden hard getroffen. Volgens de IPC zijn momenteel 1,88 miljoen kinderen onder de vijf jaar acuut ondervoed. Van hen lijden bijna 493.000 kinderen aan ernstige acute ondervoeding, ook wel severe acute malnutrition (SAM) genoemd. De meest levensbedreigende vorm van ondervoeding.
IPC: “1,88 miljoen kinderen onder de vijf jaar zijn acuut ondervoed”
Dat aantal ligt twee procent hoger dan in februari. Hulporganisaties vrezen dat de cijfers de komende maanden verder zullen oplopen. Als de situatie aanhoudt, zal tegen juni naar verwachting minstens één op de drie jonge kinderen ondervoed zijn.
Onder kinderen neemt ook het risico op overlijden door ziekten zoals cholera en mazelen toe. Door ondervoeding verzwakt het immuunsysteem, waardoor infecties sneller dodelijk kunnen worden.
Miljoenen mensen op de vlucht
De combinatie van conflict en droogte heeft inmiddels geleid tot grootschalige ontheemding. Meer dan 3,3 miljoen mensen zijn binnen Somalië op de vlucht geslagen. Daarnaast zijn ongeveer 50.000 Somaliërs uitgeweken naar buurland Ethiopië.
Veel gezinnen trekken naar kampen voor intern ontheemden in de hoop daar voedsel, water of medische hulp te vinden. Maar die kampen raken steeds voller, terwijl de voorzieningen tekortschieten. Gebrek aan schoon water en overbevolking vergroten bovendien de kans op uitbraken van infectieziekten.
Volgens hulporganisaties zullen steeds meer mensen hun huizen verlaten zolang de droogte voortduurt en de humanitaire hulp achterblijft.
Angst voor herhaling van 2011
De huidige situatie roept herinneringen op aan de hongersnood van 2011, waarbij bijna 260.000 mensen omkwamen, van wie de helft kinderen. Destijds waarschuwden hulporganisaties maandenlang voor een naderende ramp, maar bleef een groot deel van de internationale financiering uit. Een deel van de sterfgevallen had voorkomen kunnen worden als de toegezegde hulp was gegeven.

Ook tijdens de droogte tussen 2022 en 2024 vielen opnieuw veel slachtoffers. Onderzoek van het Somalische ministerie van Volksgezondheid, UNICEF en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat in die periode minstens 71.000 mensen overleden als gevolg van droogte en voedseltekorten.
Hulpverleners vrezen dat de geschiedenis zich herhaalt. Op dit moment ontvangt slechts één op de zeven Somaliërs die voedselhulp nodig heeft daadwerkelijk ondersteuning.
Tegelijkertijd neemt de onzekerheid over internationale hulp verder toe. Sinds de Amerikaanse President Trump en zijn voormalige rechterhand Elon Musk USAID, het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingshulp, uitholden staan wereldwijd meerdere hulpprogramma’s onder druk. Volgens onderzoek van de Boston Universiteit heeft het wegvallen van die steun al geleid tot honderdduizenden extra sterfgevallen door infectieziekten en ondervoeding in voornamelijk Afrika.
Geraakt door geopolitieke factoren
Wetenschappers stellen dat klimaatverandering de droogte in de Hoorn van Afrika verergert. Zonder klimaatverandering zou de vorige droogteperiode nooit zo extreem zijn geweest. Somalië draagt zelf nauwelijks bij aan de mondiale uitstoot van broeikasgassen: het land is verantwoordelijk voor slechts 0,03 procent van de wereldwijde uitstoot. Maar krijgt disproportioneel te maken met de effecten van de klimaatcrisis.
Naast het klimaat spelen ook economische factoren een belangrijke rol. De Somalische shilling is in waarde gedaald, terwijl de prijzen voor voedsel en brandstof sterk zijn gestegen. De situatie in Zuidwest-Azië en de aanval van de Verenigde Staten op Iran hebben geleid tot schommelende olieprijzen, met directe gevolgen voor Somalië.
“Door de droogte en het opdrogen van waterbronnen zijn veel gemeenschappen afhankelijk geworden van watertransport per vrachtwagen,” zegt George Conway, de hoogste VN-functionaris voor ontwikkelingshulp in Somalië. “Op sommige plekken zijn de kosten daarvoor in één maand verdrievoudigd.”
Ook de levering van de kant en klare therapeutische voeding voor ernstig ondervoede kinderen komt onder druk te staan. De zogeheten RUTF, een energierijke pasta op basis van pinda’s, melkpoeder, olie en vitaminen, wordt voor Afrikaanse landen grotendeels geproduceerd in buurland Kenia. Maar transport over land is volgens UNICEF woordvoerder, Ricardo Pires, moeilijk.
“We zijn afhankelijk van luchtvracht,” zegt Pires. “Met stijgende brandstofprijzen wordt het steeds moeilijker om die kosten te dragen. Voor deze kinderen is het letterlijk een kwestie van leven of dood.”