11 december, 2020 | Auteur: Joep Temminck | Trefwoord: nederland

Criminaliteit, een Marokkanenprobleem?

Criminaliteit? Een Marokkanenprobleem? Deze week sprak Joep Temminck hierover met Fatimazohra Hadjar, de jongerenwerker die als ‘Moeder van Slotervaart’ bekend stond door haar bijzondere band met Marokkaanse jongens die door jongerenwerkers en de maatschappij opgegeven zijn.

Fatimazohra Hadjar is een Amsterdamse sociaal werkster die ook wel de ‘Moeder van Slotervaart’ werd genoemd. Fatimazohra is jarenlang de enige vertrouwenspersoon geweest voor de jongeren die door de media werden omschreven als de beruchte “Piet Mondriaanbende”. Hierdoor heeft ze van dichtbij kunnen zien waar de fouten in de benadering van deze jongeren liggen.

Toen Fatimazohra Hadjar in 1998 in Amsterdam-Slotervaart kwam wonen en in die wijk begon met taallessen voor analfabete Marokkaanse moeders, namen zij haar in vertrouwen over hun problemen met hun kinderen. "Zo leerde ik dat veel jongeren in de wijk moeilijkheden hadden op school, of inmiddels schoolverlaters waren. Toen ik in 2004 door jongerenwerkers van een buurthuis gevraagd werd om aan deze jongeren voorlichting te geven over onderwijsmogelijkheden, stemde ik daarmee in. Later leerde ik dat de meesten van hen al op zeer jonge leeftijd in aanraking kwamen met politie en justitie, soms al vanaf hun tiende levensjaar."

Gebrek aan kennis

Het zou Fatimazohra’s levensmissie worden om deze jongeren perspectief te bieden. Ze gaf hen voorlichting over hun rechten en plichten binnen het onderwijs. Ze vertelden haar dat zij zelf wel tot een bepaald niveau konden meekomen in de maatschappij, maar dat ze dit moesten uitzoeken zonder steun van hun ouders. “Dit raakte mij. De jongens wisten bijvoorbeeld niet dat een onderwijsinstelling je maar voor een maximaal aantal dagen mag schorsen, of dat je niet van school kan worden gestuurd omdat jij geen stageplek hebt. De school heeft namelijk de verantwoordelijkheid om die te regelen als het een leerling zelf niet lukt. Dit gebrek aan kennis bij de jongeren maakte het extra lastig voor ze om in het schoolsysteem mee te draaien.”

"Een van de jongens vroeg me om mee te gaan naar een afspraak met jeugdzorg. Eenmaal aangeschoven aan tafel, besefte ik dat het niet om jeugdzorg, maar om jeugdreclassering ging. De jongen was vastbesloten tijdens het gesprek met zijn reclasseerder: ‘Ik wil hier niet meer komen. Zíj gaat mij begeleiden.’ Ik dacht nog bij mezelf: ‘Wie heeft gezegd dat ik jou ga begeleiden?’ Maar veel tijd om me te bedenken had ik niet, want de volgende dag werd ik al door een jongerenwerker gebeld om mee te gaan op gesprek bij de Amsterdamse school, opgericht om jongeren met een justitiële achtergrond een opleiding te bieden."

Mondriaangroep

“Vanaf dat moment trok de ene na de andere jongere bij me aan de bel. Ze bleken allemaal een criminele achtergrond te hebben en tot de Piet Mondriaangroep te horen.” De Piet Mondriaangroep, genoemd naar de buurt waarin ze opgroeiden, de buurt ook van Mohammed B. (moordenaar Theo van Gogh) en Samir A. (Hofstadgroep), werd rond die tijd door de media bestempeld als een van de beruchtste jeugdbendes van Amsterdam, bestaande uit zo’n veertig jongens, met een groot percentage ‘draaideurcriminelen’.

“Jongerenwerkers vertelden me dat niemand met ze wilde werken uit angst voor deze jongens. Ook werd er al geroddeld in het hulpverlenerscircuit over ‘een Surinaamse vrouw bij wie al deze jongens kwamen’. Ik werd van alle kanten gewaarschuwd. ‘Fatima waarom ga je met deze jongens om, ze gaan je alleen maar problemen geven. Ze willen niets, het zijn criminelen.’ Dit was de eerste keer dat ik besefte hoe negatief andere hulpverleners over dit soort jongeren spreken. Maar ik was vanaf het begin heel duidelijk dat ik zelf beslis wie ik wil ondersteunen. Ik zie enkel jongens die tegen problemen aanlopen.”

'Ze lieten me hun wereld zien, inclusief hun ellende'

De jongens gaven haar een inkijkje in hun wereld. Fatimazohra zag van dichtbij dat wat deze jongeren in de media over zichzelf horen alleen maar wordt versterkt door scholen, de gemeente en hun eigen ouders en hoorde het ene tragische verhaal na het andere. “Niemand kende deze jongens als ik. Ze lieten me hun wereld, inclusief hun ellende zien.  Jongeren die vertellen hoe hun vader ze om vijf uur ‘s ochtends wakker mept en ze niet bij hun voornaam, maar zwerver of hond noemt.”

Marokkaanse ouders spelen een grote rol in het probleem. “Ik hoorde van veel van mijn jongens dat ouders de hele tijd zeuren om geld voor een huis in Marokko. Sommige van de zusjes van de jongens die ik begeleidde gingen om met zware criminelen en reisden met hen naar Dubai onder het mom van dat het met vriendinnen was. De moeders weten hiervan, maar houden het verborgen voor de vader en broers. Erover praten is in de Marokkaanse cultuur niet gebruikelijk, dus gaat zo’n jongen het criminele pad op. Dan hoeft zijn zusje haar lichaam in elk geval niet te verkopen en is zijn moeder tevreden. De islam zegt: 'zolang je iets ontkent, hoef je er niets aan te doen'. Op het moment dat je het erkent kan je niet meer het excuus gebruiken dat je van niets wist. Volgens mij is dat de manier waarop veel Marokkaanse ouders denken over de daden van hun kinderen. Ze kiezen ervoor om het probleem te ontkennen." Zelf heeft Fatimazohra erg haar best gedaan om hun de ogen te openen. “Ik zei dan: ‘Door dat bloedgeld waarvan jij een huis in Marokko koopt, vliegt een andere moeder naar Marokko om haar zoon te begraven. En wie weet is jou zoon wel de volgende’. Nou dat kwam wel even binnen bij ze.” 

'Radicalisering is geen geld, drugs is geld'

“Wat het extra lastig maakte was dat de jongens weinig tot niet in contact kwamen met mensen die niet in soortgelijke situatie zaten. Jongens die in een flat met alleen maar Marokkanen wonen en in een klas met bijna alleen maar Marokkanen zitten, komen niet in contact met rolmodellen die hen leren hoe het in Nederland werkt en een gevoel van verbinding geven.

Ook vanuit de maatschappij kunnen ze weinig steun verwachten. Ze krijgen pas een baan aangeboden als ik me ermee bemoei. Politieagenten schieten op hun eerste werkdag bijna een jongen neer omdat hij zijn vriend wil beschermen die er door de politie van wordt verdacht een fiets te hebben gestolen. Puur uit angst voor het onbekende. De fiets bleek later van de moeder van de jongen te zijn geweest. De agent gaf achteraf toe dat hij zo in paniek raakte toen hij de groep jongens op hem af zag komen om de arrestatie te vermijden, dat hij wilde schieten.

En hoe kan het zo zijn dat dit soort jongens wegkomen met een gesprekje van vijf minuten bij de reclassering en verder hun gang kunnen gaan, zonder dat er iets wordt gedaan aan daadwerkelijke verbetering van hun leven? De reclassering krijgt miljoenen van de staat om deze jongens te begeleiden, maar gaat gewoon zitten wachten tot ze weer de fout in gaan. Het is wat mij betreft een van de slechtste instituten. Ik zag jongens die van school werden opgehaald vanwege een openstaande straf en dus gelijk weer uitgeschreven van school en terug op de straat belandden.”

Toen de Piet Mondriaangroep in het nieuws kwam door een incident, namen journalisten contact op met Fatimazohra. “Na de moord op Theo van Gogh is te veel gefocust op terrorisme en radicalisering, zei ik toen. Terwijl al die jongens bezig waren topcrimineel te worden. Radicalisering is geen geld, drugs is geld. Als wij nu niets voor deze jongens doen, zijn het morgen topcriminelen.”

Sommige van deze jongens zijn rustig geworden en goed terechtgekomen, maar velen zijn terechtgekomen in de georganiseerde misdaad, vertelt Fatimazohra. Ze kent meerdere van de jongens die uiteindelijk geliquideerd zijn in de door de media zo genoemde ‘Mocro Maffia-oorlog’. “Het waren geen voormalig cliënten van me, maar ze kwamen wel met hun vrienden mee naar mijn kantoor.”

Fatimazohra zag van dichtbij dat wat deze jongeren in de media over zichzelf horen alleen maar wordt versterkt door scholen, de gemeente en hun eigen ouders. Ook in deze situatie ziet Fatimazohra de jongens als de grootste verliezers en slachtoffers: “Het zijn lost souls. Nergens worden ze erkend, behalve in het criminele circuit. Daar krijgen ze liefde, warmte en aanzien. Denken ze.”

Achteraf praten

“In Nederland stellen mensen vaak pas achteraf de vraag: Waar ging het mis? Toen na de bekende schietpartij in de Staatsliedenbuurt eind 2012 allerlei hulpverleners en jongerenwerkers samenkwamen in de Blauwe Moskee in Amsterdam West zag ik allemaal gezichten van mensen die jarenlang hun kop in het zand staken. Nu het zo geëscaleerd was, wilden ze wel iets aan het probleem doen.”

Wat is volgens haar de oplossing? “Luisteren. Niet doen alsof je streetwise bent. Dat denken velen. Nee, behandel ze als mens, niet als probleem. Het is tijd dat Nederland nu gaat investeren in de jeugd. Want het lijkt alsof velen denken dat er een grote slag is behaald nu Ridouan Taghi vastzit. Maar er staan allang tien andere Taghi’s klaar, die nog gekker en meedogenlozer zullen zijn.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.