22 maart, 2009 | Auteur: Suzanne Jager | Beeld: Suzanne Jager | Trefwoord: nederland
Afghanistan eist beëindiging ellende in Nederlands asielbeleid
Ruim honderd Afghaanse vluchtelingen hebben deze week, op dinsdag 17 maart, weer gedemonstreerd op het Plein in Den Haag. Sinds 2 oktober 2008 demonstreerden zij 36 keer voor een rechtvaardig en eerlijk proces. De Afghaanse asielzoekers hebben het artikel 1-F van het Vreemdelingen Verdrag toegewezen gekregen op basis van een Nederlands ambtsbericht uit 2000. Ze worden door de Nederlandse regering collectief als oorlogsmisdadiger aangewezen en zijn ongewenst verklaard.
Na vijf maanden demonstreren zijn er nu een aantal positieve ontwikkelingen bewerkstelligd door de Afghaanse 1-Fers. De rechtbank in Den Haag deed op 18 februari een opmerkelijke uitspraak; waarin tegen het beleid van staatssecretaris Albayrak wordt ingegaan. De rechtbank in Den Haag twijfelt aan de juistheid en volledigheid van het ambtsbericht uit 2000 en heeft besloten dat sec het ambtsbericht niet voldoende bewijs geeft om Afghaanse vluchtelingen het artikel 1-F toe te wijzen.
De rechtbank vond concrete aanknopingspunten, waardoor nu getwijfeld wordt aan de juistheid en de volledigheid van het ambtsbericht. Deze nieuwe feiten zijn gepubliceerd in drie verschillende rapporten, van The London School of Economics, het UN High Commissioner for Refugees (UNHCR) en in recente jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
Ook vanuit Afghanistan wordt kritiek geuit op de werkwijze van de Nederlandse regering in de toekenning van het artikel 1F op basis van het ambtsbericht. De Nederlandse regering ontving recentelijk een aanbevelingsbrief van het Afghaanse parlement waarin zij de Nederlandse regering vraagt een eind te maken aan de ‘Uitputtende ellende van de Afghaanse asielzoekers in Nederland’.
In de brief wordt naast de onjuistheid van het ambtsbericht ook gewezen op het Verdrag van Nationale Vrede en Verzoening dat het Afghaanse parlement in 2007 heeft goedgekeurd. Dit verdrag had als doel de conflicten tussen de verschillende groeperingen en politieke fracties te beëindigen. In het verdrag staat dat alle rivaliserende groepen die de afgelopen 25 jaar op één of andere manier met elkaar in een strijd verwikkeld waren niet strafrechtelijk vervolgd worden. De Afghanen die in Nederland het artikel 1F kregen vallen in Afghanistan onder dit verdrag vallen en worden daar dus niet vervolgd. De brief is ondertekend door de huidige 131 parlementsleden van de Afghaanse regering.
Mozde: “Mijn vader mag hier niks, wij zijn al tien jaar aan het wachten en mijn vader mag geen rijbewijs, mag niet studeren, mag niet werken en mag nog veel meer niet. Daarom ben ik liever hier om te helpen dan op school. Ik wil graag op het Jeugdjournaal komen, zodat iedereen weet wat hier gebeurt. Ik wil mijn vader niet kwijt, niemand wil dat. Ik doe mijn best om dat niet te laten gebeuren. Laat kinderen weer met rust, laat hun vaders met rust! Ik wil net als alle kinderen buiten spelen.”