11 september, 2008 | Auteur: Suzanne Jager | Beeld: Suzanne Jager | Trefwoord: nederland
Altijd op ‘vakantie’ in ATC Soesterberg
Belangstellenden konden in mei dit jaar een kijkje nemen op bungalowpark Albertsdorp en kennismaken met de vluchtelingen die hier sinds juni 2007 wonen. Op de Alternatieve Tijdelijke Capaciteit (ATC) in Soesterberg wonen momenteel 111 asielzoekers. Het merendeel wacht op een positieve uitspraak; de felbegeerde verblijfsvergunning. Anderen wachten op een huis; ze vallen onder het Generaal Pardon (de regeling uit eind 2006) of hebben net een verblijfsvergunning gekregen.
In ATC Soesterberg wonen voornamelijk alleenstaande volwassenen. De meesten komen uit Somalië, Irak, Afghanistan, Sierra Leone of Sri Lanka. De bewoners wonen met drie tot zes mensen in een bungalow, veelal twee mensen per slaapkamer. Elk huisje heeft ook een eenvoudige badkamer en keuken, waar de bewoners zelf koken. Iedere asielzoeker krijgt 53 euro per week om eten en andere eerste levensbehoeften van te kopen. “Het is genoeg om van te eten, maar het houdt niet over. Als ik een nieuwe jas nodig heb eet ik wel eens drie dagen niet”, aldus één van de bewoners.
“Hoe wonen de mensen op het park en wat doen ze de hele dag; gaan ze naar school of werken ze en hoe lang blijven ze hier”, zijn enkele van de vragen waarop de bezoekers vandaag antwoord kregen. Ook de ketenpartners van het COA zijn aanwezig. Medewerkers van Vluchtelingenwerk begeleiden de mensen bij de asielprocedure en zijn dagelijks aanwezig om vragen te beantwoorden over bijvoorbeeld gezinshereniging, migratie, terugkeer, onderwijs of werk.
Naast psychische bijstand en hulp bij procedures is er de Medische Opvang Asielzoekers (MOA), een dienst van de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD). Dagelijks kan iedereen bij de verpleegkundige terecht. Zij schat in hoe ernstig de klachten zijn en naar wie iemand doorverwezen wordt. Er wordt ook voorlichting gegeven over voeding, hygiëne en seksueel overdraagbare aandoeningen. “In veel landen kennen ze geen griepje of verkoudheid. Vaak zijn mensen bang dat ze iets ernstigs hebben. Ik leg ze dan uit dat het waarschijnlijk binnen een weekje over is en dat ik ook wel eens een griepje heb“, aldus de verpleegkundige.
Bij de rondleiding langs verschillende ketenpartners is goed te zien dat de opvanglocatie gericht is op terugkeer naar het land van herkomst. Medewerkers van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), de Vreemdelingenpolitie en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) vertellen over hun werk. DT&V voert regelmatig gesprekken om mensen te motiveren vrijwillig terug te keren. Het IOM helpt dan met het verkrijgen van reisdocumenten, een vliegticket en een financiële vergoeding, om de eerste periode na vertrek uit Nederland te kunnen overbruggen. In 2006 vertrokken er 2849 mensen vrijwillig naar hun land van herkomst.
Niet alle uitgeprocedeerde asielzoekers kunnen of willen vertrekken. Als hij geen geldig reisdocument heeft, moet het thuisland een vervangend document (laissez-passer) verstrekken. Wordt dit document niet afgegeven dan kan de asielzoeker niet terugreizen naar zijn land. Als een asielzoeker uitgeprocedeerd is, krijgt hij acht weken de tijd om vrijwillig terug te keren, daarna wordt de gedwongen procedure in gang gezet. De asielzoeker moet de opvang verlaten en wordt naar een vertrekcentrum gebracht.
Er wordt dan onderzoek gedaan naar de identiteit en nationaliteit van de asielzoeker, zodat een gedwongen uitzetting mogelijk is; zodra de reisdocumenten er zijn wordt de asielzoeker uitgezet. Lukt dit niet, dan wordt in het vertrekcentrum bekeken of uitzetting binnen een redelijke termijn alsnog mogelijk is. Is dat niet het geval, dan wordt het verblijf in het vertrekcentrum beëindigd. De uitgeprocedeerde asielzoeker moet vanaf dat moment zonder hulp van de Nederlandse overheid het land onmiddellijk verlaten. Veel mensen verdwijnen dan in de illegaliteit, ze mogen niet blijven en zelfs als ze zouden willen, kunnen ze niet terug.
Dat er veel onwetendheid is over de landen van herkomst en de situatie van de vluchtelingen blijkt als tijdens de rondleiding de bungalow van Heminathon Pakkiyarasa uit Sri Lanka wordt aangedaan en één van de bezoekers hem wat vragen stelt:
“Waar kom je vandaan?””
“Sri Lanka”
“Maar waarom ben je dan gevlucht? Ik was daar vorig jaar nog op vakantie en heb geen oorlog of iets naars gezien”
De opvang was bedoeld voor alleenstaande mannen, ondertussen wonen er ook vrouwen en zelfs twee baby’s. Mannen en vrouwen wonen gescheiden; de vrouwen in huisjes dicht bij het kantoor van de bewaking. Het is als vrouw niet verstandig ‘s avonds alleen naar buiten te gaan. “Je weet nooit wat er kan gebeuren, de mannen hebben de hele dag niets te doen”, aldus een COA-medewerker. Veel bewoners wonen graag in de bossen van Soesterberg. De natuur is mooi en Amersfoort is eenvoudig te bereiken. Een enkeling is minder blij; voor jongeren is er weinig te beleven. Michael uit Somalië verveelt zich regelmatig. Soesterberg vindt hij saai en er wonen veel rijke oude mensen. “Het is lastig nieuwe vrienden te maken.”
In één van de bungalows wonen vier Somalische vrouwen. Ze zijn allemaal ongeveer 1,5 jaar in Nederland. Saldiiyo is 21 en via Ethiopië vluchtte ze naar Nederland. Ze heeft een verblijfsvergunning voor vijf jaar, waar ze heel blij mee is. Als de situatie in Somalië ooit verbetert, wil ze wel terug, maar voorlopig richt ze zich op haar toekomst hier in Nederland. Ze heeft een aanvraag voor gezinshereniging ingediend en gaat iedere dag van half 8 tot 5 op de fiets naar school om Nederlands te leren. Fietsen hebben ze hier alle vier geleerd, in Somalië is dit alleen voor de mannen weggelegd.