20 maart, 2013 | Auteur: Anoek Hofkens | Beeld: Judith Leussink | Trefwoord: nederland
Bahá’í biedt een thuis voor Jezus, Mohammed en Krishna
Steeds meer jongeren in Nederland worden bahá’í. Zij geloven dat alle wereldreligies het woord van één God volgen. In Zoetermeer kocht de bahá’í gemeenschap grond voor de bouw van een eigen tempel. Daar zijn er nu in de hele wereld nog maar acht van. Een daarvan staat in Kampala, de hoofdstad van Oeganda.
De negenhoekige tempel pronkt op de top van een van de zeven bergen van de Oegandese hoofdstad. Behalve het gefluit van de vogeltjes en het geruis van de boombladeren hoor je er niets dan stilte. Zonnestralen vallen de gekoepelde ruimte binnen via gekleurde glas-in-loodramen. Door de negen openstaande deuren waait een zacht briesje. De negen entrees staan voor de eenheid van alle grote wereldreligies. Het moderne geloof volgt de geschriften van profeet Bahá’u’lláh uit de negentiende eeuw die de profeten van de andere wereldreligies allemaal erkent.
Volgens Bahá’u’lláh vormen alle mensen in de wereld samen een eenheid omdat er maar één mensenras is. Door vooroordelen ten aanzien van etniciteit, klassen, naties en religies ontstaan er nu nog conflicten, maar dat is, volgens dit moderne geloof, dus eigenlijk niet nodig. Wanneer mensen de richtlijnen van de opeen volgende profeten gebruiken kunnen wij tot dit inzicht komen. De profeten van de verschillende wereldreligies vertellen, volgens de bahá’ís, allemaal een hoofdstuk uit het openbaringsboek – de Manifestatie – van dezelfde God. Spirituele verschillen bestaan niet, alleen de tradities en andere manieren waarop gelovigen uiting geven aan hun geloof is anders. Bijvoorbeeld de manier van bidden en vasten.
Volgens de bahá’ís zit de mensheid op dit moment in de spirituele adolescente fase. Daarmee wordt bedoeld dat er nog veel te leren valt op religieus gebied. Er is veel bekend dankzij de profeten, maar om religieus volwassen te worden zijn de richtlijnen van de Manifestatie voor deze tijd nodig. Door samen te praten over belangrijke thema’s in de heilige boeken, zoals ‘waarheid’ en ‘verdraagzaamheid’, ontwikkelen de bahá’í zich op spiritueel niveau. Zo geven zij hun leven vorm. Je kan alleen bahá’í worden als je daar zelf voor kiest. En dat kan vanaf je vijftiende. Vinita Gilbert (77) was rond de dertig toen zij er voor koos. Gilbert komt uit Alaska en woont sinds de jaren tachtig in Oeganda als ontwikkelingswerker. Iedere week zit zij op een van de houten banken van de witte tempel in de hoofdstad. Gilbert: “Ik werd bahá’í nadat ik zelf onderzoek had gedaan naar de verschillen en overeenkomsten tussen verschillende wereldreligies. Ik wilde begrijpen waarom mensen met verschillende geloven niet met elkaar door één deur konden. Na mijn onderzoek snapte ik dat nog minder. Alle religies hebben zo veel met elkaar gemeen dat mijn research het voor mij duidelijk maakte dat er maar één God is. Zo kwam ik bij het bahá’i-geloof.”
Kritische blik
In Nederland kunnen vooral steeds meer jongeren zich in het moderne geloof vinden. Van de elf die in de eerste twee maanden van dit jaar bahá’í werden, waren er vier vijftien jaar oud. Marga Martens, een woordvoerder van de gemeenschap, ziet de jeugdgroepen groeien. Er wonen hier nu ongeveer 1.075 volwassen bahá’i’s en er staan ruim 250 kinderen als bahá’í geregistreerd. Volgens Ingeborg Bruinewoud past de toenemende populariteit van de bahá’í bij de huidige tijdsgeest. Bruinewoud onderzoekt mentaliteitstrends op het gebied van jongeren bij Science of the Time.
Zij stelt: “In een maatschappij waarin zingeving het versterkte puntje op de piramide van Maslow is, blijven mensen antwoorden vinden in religie. Het wij-zij denken van de traditionele vormen van geloof past echter niet meer in onze huidige maatschappij waar de behoefte aan verbinding groeit en samenredzaamheid het toverwoord is. Door digitalisering en globalisering leren we steeds meer over andere culturen. Er is meer ruimte voor zelfreflectie en we denken makkelijker buiten ons eigen straatje. Wanneer we er vervolgens achter komen dat er veel overeenkomsten bestaan tussen de eigen religie en die van de ander vinden we dat geen toeval. De nadruk komt te liggen op overeenkomsten tussen culturen in plaats van verschillen, waardoor aspecten vanuit andere culturen, inclusief religie worden geadapteerd. Het optimistische 'We kunnen samen de wereld beter maken'-geluid is er een van groeiende samenredzaamheid die de burger nu omarmt. Dit optimistische geluid klinkt door in het bahá‘í-geloof.”
Zelf beslissen
Een van de grote uitdagingen van de bahá’ís in Nederland is het samenleven als gemeenschap in de eigen wijk. Marga Martens: “We zijn hier nog heel erg aan het leren hoe we echt samen kunnen leven en hoe we met elkaar een betere beschaving kunnen opbouwen. In andere delen van de wereld, zoals in Afrika, zijn ze daar al veel verder in. Daar is de hele familie vanzelfsprekend betrokken bij het leven van ieder familielid en ondersteunen ze elkaar ontzettend goed, ook in de eigen buurt. De bahá’í-gemeenschap is daar al veel groter en een stuk beter georganiseerd.”
Henk Jonker (43) komt uit Harderwijk en verhuisde in 2001 naar Oeganda voor zijn geliefde. Hij vond daar het bahá’í-geloof en woont sindsdien regelmatig, soms samen met zijn dochter Michelle (11), een dienst bij in de tempel in Kampala. Jonker: “Via een Amerikaanse vriend uit mijn nieuwe buurt, leerde ik het recente geloof kennen. Het gaf een spirituele betekenis aan mijn leven en fungeert sindsdien als een kompas voor al mijn doen en laten. Het onveranderlijke geloof in God in een veranderende wereld maakt deze godsdienst relevant en logisch voor mij. Het zit niet vast in absolutisme en dogmatiek zoals het christendom of de islam maar weet deze twee bij elkaar te brengen.”
Doordat het bahá’í-geloof geen geestelijkheid kent, worden de bijeenkomsten door de bahá’ís zelf voorgeleid. Iedereen kan tijdens de bijeenkomsten een heilig geschrift voordragen van het Baha’i geloof of van de andere wereldreligies. Deze worden vooraf geselecteerd zodat ze bij het thema van de bijeenkomst passen. Michelle komt vooral voor het koor, ze vindt dat er tijdens de diensten erg mooi wordt gezongen. Michelle: “Ik vind het leuk dat ik zelf mag beslissen of ik bahá’í wordt. Er zijn ook kinderklassen, maar je hoeft daar niet per se heen als je niet wil. Net als dat je niet per se naar de bijeenkomsten hoeft als bahá’í. Je gelooft als je bidt en verder mag je ermee doen wat je zelf wilt.”
Naast de plannen voor de bouw van een tempel in Nederland wordt er ook in Chili en in Israël hard gewerkt aan de realisatie van een Bahá’í Huis van Aanbidding. Wanneer de Nederlandse gemeenschap met de bouw in Zoetermeer start, is nog onduidelijk. Ondertussen zijn alle bahá’ís, maar ook alle christenen, moslims, joden en andere volgers van wereldreligies, welkom om te bidden in de acht gebedshuizen van het bahá’í-geloof die over de hele wereld zijn verspreid.