9 december, 2008 | Auteur: Dorèndel Overmars | Trefwoord: nederland
Een kijkje bij het Buddyproject
Antonio zit in zijn kleine kamer in daklozenhuis Querido de Veste in Amsterdam Slotervaart. Aan de linkerwand hangen een poster waarop een knalrode sportauto prijkt en een zwarte vlag met een doodskop. Aan de andere kant staat een grote stellingkast met daarin een klein tv’tje, videobanden en wat boeken. Daartussen staan een bed, een bank, een stoel en een kleine tafel. Het tafeltje ligt vol met shagrestjes.
Het is tien uur in de ochtend en Antonio neemt een flinke teug uit zijn halve liter blik bier. ”Ik woon al een jaar of acht hier in De Veste, daar betaal ik 531 euro per maand voor. Eten en wassen en zo zijn inbegrepen. Dan hou ik 36 euro per week over en daar leef ik van. Koop ik bier en shag voor.”
Ooit had Antonio een huis, een baan en een vriendin. Maar hij werd ontslagen bij een melkfabriek omdat hij ruzie kreeg met een uitzendkracht: “Ik heb hem in elkaar geslagen. Maar ze hadden hem ingehuurd om mij uit te dagen, ik werd te duur”, denkt Antonio. Daarna ging het bergafwaarts. Het ging uit met zijn vriendin, hij raakte dakloos en aan de drank. Onlangs was hij afgekickt van de drank, maar het is weer misgegaan. "Ik ben nu weer bezig met het Jellinek. Ik hoop dat ik er vandaag nog terecht kan. Dan kan ik afkicken en dan maak ik daarna zo’n stappenplan om van de drank af te blijven.”

"Na 21 jaar praat ik weer met mijn familie. Stukje bij beetje bouwen we het contact op, via deze telefoon."
In de jaren dat Antonio dakloos is heeft hij vaak een buddy gehad. “Dat is echt belangrijk voor me. Die trekt me even uit de dagelijkse sleur.” Antonio ziet veel drempels om alleen het opvangcentrum te verlaten, dus dat doet hij niet al te vaak. Met behulp van een buddy gaat hij toch af en toe naar buiten.
"Eerst had ik Frans, een wat een oudere man, die is lang bij me gebleven. We gingen vaak samen vissen, erg leuk.” Eigenlijk mag je een buddy maximaal anderhalf jaar hebben. "Het is niet de bedoeling dat je teveel aan een buddy hecht. Maar Frans is langer gebleven. Ik geloof wel een jaar of vijf. Nu heb ik Giso, dat is nog een jonge hond. Die neemt me soms mee uit fietsen, nou dat kan ik haast niet vanwege mijn gezondheid, maar wel leuk hoor.” Buddy Giso Lommers lacht als hij Antonio’s commentaar over het fietsen hoort: “Daar zit meteen Antonio’s grootste probleem, hij ziet veel onmogelijkheden. Toen hij eenmaal op die fiets zat, fietste hij zo het Vondelpark door. Hij roept bij voorbaat ‘die brug kom ik nooit op’, maar in de praktijk lukt hem dat prima.”
Giso is 29 jaar en werkt als gebiedsontwikkelaar bij projectbureau Zuidas. “Antonio is mijn eerste cliënt, ik ben begonnen met het buddyschap vanuit een basale gedachte: Je werkt de hele week en daaromheen doe je leuke dingen. Je bent name voor en met jezelf bezig. Door dit werk richt ik me eens op iemand anders. Ik vind het interessant om bij zo’n opvangcentrum binnen te kijken. Je ziet zo meer van de stad en de mensen die er leven.”
Giso is tevreden over de manier waarop het buddyschap wordt aangeboden. “Je krijgt eerst vijf avonden een cursus waarin van alles wordt verteld over verschillende verslavingen en hoe daarmee om te gaan. Dat is heel nuttig. Ook hebben we maandelijks een buddybijeenkomst. Dan praat je met andere buddy’s over de dingen waar je tegenaan loopt.”
Giso zegt het met Antonio te hebben getroffen: “Hij is heel makkelijk in de omgang. Maar ik deins er ook niet voor terug om straks een cliënt te krijgen die meer problemen heeft.” Antonio en Giso zien elkaar eens in de twee weken: “Vaak vindt hij het gewoon fijn als ik even langskom. Dan doet hij zijn verhaal en kijken we een dvd’tje. Soms gaan we naar de bioscoop, maar dat is voor hem een hele onderneming. Ik merk dat het goed is voor Antonio dat ik af toe kom. Als ik langskom zorgt hij dat hij gedoucht is, zich goed aankleedt en niet dronken is. Toen hij gestopt was met drinken, vond ik dat natuurlijk heel goed en zei ik dat ook. Als hij dan weer begint zeg ik wel dat ik dat jammer vind. Maar verder even goede vrienden, juist dan moet je z’n maatje zijn.” Veel werk of een zware opgave vindt Giso het buddyschap niet, “Ik denk dat ik er zo’n vier uur per maand mee kwijt ben. Zo krijg ik de kans om een kijkje te nemen in een heel andere wereld.”
Meer weten? Zie: www.deregenboog.org, www.aandachtover.nl