27 juli, 2011 | Auteur: Bibi Funyal | Beeld: Bibi Funyal | Trefwoord: nepal
De moesson brengt geluk in Nepal, maar verwoest ook levens
“Water is leven”, zegt Sanu Maya Gurung. “Dus bidden wij voor genoeg regen.” Ze is bezig met het planten van rijst samen met buren en collega’s in de modderige rijstvelden bij het dorpje Dhampus in de buurt van Pokhara in Nepal. Net als deze boeren zijn veel Nepalezen druk in de weer op hun boerderijtjes. De ‘Moesson’ betekent namelijk geld en eten voor hen. Voldoende regen zorgt voor voldoende gewassen tijdens de oogst in oktober en november. Zo is de moessonregen van levensbelang.
De meeste Nepalese boeren hebben geen irrigatiemogelijkheden in het bergachtige gebied waar zij wonen. Ze zijn dus afhankelijk van de regen tijdens de moesson. Werken is extra zwaar in die periode. De moesson gaat gepaard met een ijzige kou uit de Himalaya en zorgt ervoor dat het in het hele land regent. “Als we nu hard genoeg zwoegen, kunnen we later in het jaar gelukkig zijn en hebben we een comfortabeler leven”, zegt Ram Kumari Maharjan in Bungmati.
Dit geluk gaat echter niet altijd op. De moesson kan dan wel van levensbelang zijn, het kan ook levens verwoesten. Soms is de moessonregen zo heftig dat rivieren buiten hun oevers treden wat gevaarlijke en krachtige stromingen veroorzaakt. Dat is ook nu het geval.
Landverschuivingen, veroorzaakt door de regen, bedreigen verschillende dorpjes. Twee verlaten bergdorpjes werden al door de modder bedolven en vele families zijn op de vlucht geslagen voor de landverschuivingen.
In het zeer afgelegen dorpje Purtingkada, zo’n 320 kilometer ten westen van Kathmandu, hebben landverschuivingen tien huizen bedolven. De dorpsbewoners konden drie lichamen en vijf overlevenden uit de modder redden. Een vergelijkbaar lot trof vorig jaar een aantal bergdorpjes in de buurt van Terai. De grootste rivier van Nepal, de Saptakoshi, trad toen buiten haar oevers en overspoelde de dorpjes.
De 56 jaar oude Bankari Lal Choudhari: “Ik heb niet alleen mijn familie verloren, maar ook mijn huis en mijn stukje land.” Hij vluchtte uit het dorpje en werkt nu in Kathmandu in een steenfabriek. Een traan rolt over zijn wang terwijl hij een glas raksi drinkt in een klein barretje. “Ik haat de moesson”, zegt Choudhari terwijl hij de laatste druppel uit zijn glas drinkt. “Ik leef nog wel, maar ben eigenlijk halfdood.”