18 september, 2008 | Auteur: Dorèndel Overmars | Beeld: Suzanne Jager | Trefwoord: nederland

De witte illegalen willen ook een pardon

Een groepje mannen op leeftijd zit zichtbaar vermoeid bijeen in een keldertje in de Pijp. Het is er koud en de stoelen zijn hard, maar ze zijn even van de straat. Na jarenlang hard werken verstrijken hun dagen nu met zwerven door de Amsterdamse straten. Het zijn de zogeheten witte illegalen.

Witte illegalen kwamen vanaf de zestiger jaren tot 1992 naar Nederland. Ze kregen geen verblijfsvergunning maar wel een sofinummer en werkten veelal in horeca en landbouw. Voor invoering van de koppelingswet was het makkelijk om in Nederland te verblijven zonder vergunning. Werken, wonen en verzekeren kon prima. De laatste jaren – sinds de fanatiekere controle vanuit de overheid – wordt dit moeilijker. Veel migranten verliezen huis en baan en verdwijnen in de illegaliteit.

Hoeveel witte illegalen er nog in Nederland zijn kan Eric Krebbers van De Fabel van de Illegaal, een belangenorganisatie uit Leiden, niet zeggen: “Wat nu overblijft is het restje van het restje. De afgelopen jaren kreeg een aantal witte illegalen een verblijfsvergunning, anderen trokken naar Spanje en Italië waar de regels rond immigranten soepeler zijn. De groep die er nu nog is, is vaak wat ouder, alleenstaand, ziekelijk en spreekt beperkt Nederlands. Maar ze hebben wel altijd keihard gewerkt voor onze samenleving.”

Zes jaar werkte Abdel in de keuken van een eetcafé, waarvan hij de naam liever niet noemt. Hij deed zijn werk naar behoren. In oktober 2007 ontdekte de boekhouder dat Abdel wel een sofinummer had, maar geen verblijfsvergunning. Hij werd op staande voet ontslagen. Abdel glimlacht vermoeid terwijl hij begint aan zijn levensverhaal: Abdel kwam begin jaren negentig naar Nederland. Hij vluchtte vanuit het Rifgebergte in Marokko naar Spanje, en van daaruit naar Nederland. Wat hij zocht? Een beter leven. “Mijn vader overleed al vroeg, het leven van mijn vier broers en ene zus was uitzichtloos. We leefden in extreme armoede. Dus ik vertrok, hopend op een beter leven.”

In Nederland bleek het leven niet zo makkelijk, gouden bergen bleven uit. Jarenlang werkte Abdel in verschillende Amsterdamse horecagelegenheden en betaalde belasting. Ook huurde hij een woning, maar hij had geen verblijfsvergunning. In 1996 werd hij opgepakt en uitgezet. Terug in Marokko schaamde hij zich rot tegenover zijn achtergebleven familie. Niets had hij bereikt in de jaren dat hij weg was, hij bracht geen geld, vrouw of mooie auto mee. In het dorp waar hij vandaan kwam, kon hij niet meer aarden. Familie keek hem met de nek aan. Hij vluchtte opnieuw naar Nederland.

Door dit tijdelijke verblijf buiten Nederland kwam Abdel niet in aanmerking voor de Tijdelijke Regeling Witte Illegalen. Door deze regeling kreeg in 1999 een grote groep immigranten een verblijfsvergunning.

Het verhaal van Mohamed is vergelijkbaar. Ook hij vluchtte vanuit het Rifgebergte naar Nederland. Jarenlang stond hij in snackbars achter de balie, zijn benen zitten vol spataderen waardoor hij regelmatig pijn heeft. Hij dacht dat hij in 1999 geen kans maakte op een verblijfsvergunning, daarom maakte hij geen gebruik van de tijdelijke regeling. Zijn advocaat Jantoon de Jonge probeert sinds 2001 alsnog de felbegeerde vergunning te krijgen. Tot nu toe is dat nog niet gelukt: ”Er zijn voldoende schrijnende omstandigheden om deze man een verblijfsvergunning te geven. Maar tot nu toe blijken het Gerechtshof en de IND onvermurwbaar”, aldus De Jonge.

De groep witte illegalen heeft zich begin 2008 opnieuw verenigd, in het Comité van Witte Illegalen. Dit deden zij al eerder eind jaren negentig en in 2003. Toen kreeg een flink aantal mensen na wekenlange hongerstakingen alsnog een verblijfsvergunning. Velen die toen meededen, maar toen geen verblijfsvergunning kregen, zitten ook nu weer in het comité.

Begin juni bood de groep een petitie aan, aan staatssecretaris Nebahat Albayrak met daarin ‘het verzoek tot legalisering van de laatste witte illegalen in Nederland’. Ongeveer 270 witte illegalen uit Den Haag, Rotterdam, Leiden, Amsterdam en Edam/Volendam verenigden zich om hun schrijnende situatie opnieuw onder de aandacht te brengen. Zij vroegen Albayrak gebruik te maken van haar discretionaire bevoegdheid om migranten alsnog een verblijfsvergunning te geven, zodat ze ‘een menswaardig bestaan’ kunnen opbouwen. Albayrak liet vorige maand weten geen gebruik te zullen maken van haar discretionaire bevoegdheid.

“Of de minister bereid was om de vreemdelingen na het aanbieden van de petitie op te laten pakken door de Vreemdelingenpolitie?”, vroeg Kamerlid Sietse Fritsma van de Partij voor de Vrijheid aan minister Ernst Hirsch Balin van Justitie, toen bekend werd dat de groep illegalen naar Den Haag kwam om de petitie aan te bieden. “Zodat ze eindelijk uit Nederland kunnen worden verwijderd? Zo neen, waarom niet?”, staat in de schriftelijke vragen. De minister liet de groep niet oppakken, maar liet in beantwoording op de vragen wel weten dat er geen voornemen bestaat om “een regeling te treffen voor het verblijf in Nederland van de overgebleven groep witte illegalen”.

Ali spreekt bijna geen Nederlands. Uren staart hij zwijgend voor zich uit en zegt hij niets. Ineens haalt hij een bijna vergane brief te voorschijn. Oude trillende werkershanden overhandigen de brief. Daarin staat dat hij kans op een verblijfsvergunning had, maar door een fout van zijn advocaat de kans hierop verloor. In een keurige brief legt de advocaat uit wat er misging en dat Ali de schade op hem kan proberen te verhalen. De brief dateert van een jaar geleden, de migrant nam hierop geen actie. Waarom niet? Hij begreep weinig van de brief en heeft geen geld. De hele jaren negentig werkte Ali voor het Okura Hotel. Dit bewijst hij door het tevoorschijn toveren van een vergeeld loonstrookje. Hij droeg keurig premies af. Nu hij op de pensioengerechtigde leeftijd is, krijgt hij helemaal niets, hooguit een bordje eten en een slaapplaats bij het Leger des Heils.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.