14 februari, 2013 | Auteur: Anna Vossers | Beeld: Nouska du Saar | Trefwoord: tanzania

Hollandse ecolodge in de Tanzaniaanse Usambarabergen

Alles in Nederland achterlaten om een Tanzaniaanse bergtop te kopen en daar een duurzaam guesthouse te beginnen. Herman Erdtsieck en Marion Neidt deden het. Met de opbrengsten uit hun ecolodge zetten ze ontwikkelingsprojecten op.

Het is druk bij de kranen aan de rand van het bergdorpje Mambo. Vrouwen lopen af en aan met vrolijk gekleurde plastic emmers. Samira, een jonge vrouw uit het dorp, moest tot drie jaar geleden een uur lopen naar de enige pomp in de omgeving. Nog steeds heeft ze geen waterleiding in haar huis, maar in elk geval hoeft ze niet meer dan een paar minuten te lopen naar een van de nieuwe kranen in het dorp.

Waar nu berghutten, grasdakhuisjes, een kampeerveld, zonnecollectoren en een trampoline staan, was het vier jaar geleden dichtbegroeid met uitheemse eucalyptus- en mimosabomen. “Het uitzicht was door alle bomen nog niet te zien”, zegt Erdtsieck. In oostelijke richting liggen de huizen en akkers van het dorpje Mambo, in de overige windrichtingen loopt de berg bijna verticaal naar beneden en kijk je ver over de heuvels en velden van noordwest-Tanzania. Een houten arm waarin de tekst Kilimanjaro gekerfd is, wijst naar het noorden, maar alleen op heel heldere dagen kun je vanaf hier de hoogste berg van Afrika zien, 160 kilometer verderop.

Marion Neidt en Herman Erdtsieck kochten de bergtop om er een ecolodge te beginnen en ontwikkelingsprojecten uit te voeren. Ze hadden op reis veel ‘waardeloze’ projecten gezien, zegt Erdtsieck: “Veel projecten die uit Nederland gefinancierd waren, sloten niet aan bij wat mensen zelf wilden.”

Het idee van het stel was een project in Oost-Afrika te beginnen waarmee ze in Erdtsiecks woorden ‘de eigen broek konden ophouden’. Een project dat niet afhankelijk was van donoren, maar draaide op eigen inkomsten. Daarnaast wilden ze gebruikmaken van wat er al de belangrijkste inkomstenbron was: toerisme.

Wie ‘village land’ wil kopen in Tanzania moet kunnen aantonen dat er draagvlak is voor wat hij met de grond wil doen. Neidt en Erdtsieck wilden een ecolodge bouwen en tegelijkertijd een waterleiding aanleggen vanuit het regenwoud vier kilometer verderop. Daarnaast zouden ze projecten opzetten voor natuurbehoud. Tweehonderdvijftig bewoners zetten hun handtekening onder de plannen en dat was genoeg om de koop te bezegelen.

In hoeverre het voor de bewoners van Mambo duidelijk was wat de komst van de lodge zou betekenen valt te betwijfelen. “Voor veel mensen hier waren wij de eerste blanken die ze zagen”, zegt Erdtsieck. “Het begrip ‘vakantie’ moesten we uitleggen.” Het stel sliep de eerste zes maanden ook nog eens in een tent. Erdtsieck: “ ‘Waar wonen jullie dan?’ vroegen mensen. ‘Dat is toch geen huis maar een zak?’ ”

Maar aangezien er buiten kleinschalige landbouw weinig werk in het dorp was, stroomden geïnteresseerden voor een baantje al snel toe: “Aan het begin stonden hier vaak honderd mensen te wachten”, vertelt Neidt op het terras van Mambo Viewpoint. Uiteindelijk hadden de Nederlanders tijdens het bouwen van hun lodge werk voor 650 vrouwen en 350 mannen uit het dorp. Ze werkten als bouwvakker, waterdrager of houthakker. Bij de receptie hangen foto’s uit die eerste maanden: vrouwen tillen emmers water naar boven, mannen leggen een weg en waterleiding aan. In vier jaar tijd bouwden ze de bergtop uit tot een kampeer- en huisjespark vol waterbesparende urinoirs, led-lampjes, zonnepanelen en andere duurzame snufjes. Mambo Viewpoint wordt nu zoveel mogelijk gerund door lokale mensen.

Naast manager Chombo werken er vijftien mensen uit Mambo als kok, wasvrouw, schoonmaker of nachtwaker. De tuin staat vol met inheemse planten, vrouwen uit het dorp hebben op verzoek van de Nederlanders in de omgeving stekjes verzameld. Ali, een van de gidsen uit Mambo die gasten meenemen naar het regenwoud of op safari, weet intussen bijna elk vogeltje te onderscheiden. Dat zijn er veel, zegt Neidt: “De Usambara’s zijn een ongerept gebied. Er blijken bijzondere vogelsoorten te zitten, die behouden zijn gebleven, omdat boeren geen geld hebben om hun gewassen te bespuiten.”

Mzungu’s in Mambo

Abdala Chamutu, de dorpsleider van Mambo, zit achter zijn bureau in het dorpshuis, een donkere kamer van ongeveer 2,5 bij 2,5 meter. Hij zegt het ‘geen probleem’ te vinden dat toeristen het dorp bezoeken. “Maar sommigen gaan te westers gekleed, met korte broeken. Ik weet dat ze uit koude landen komen en niet islamitisch zijn, maar toch vind ik het niet goed.” Als gasten van de lodge op donderdag naar de lokale markt gaan, of via Mambo naar het regenwoud, klinken al snel de kinderstemmetjes. De kinderen van Mambo gaan in ochtend- en middagshifts naar school en er zijn dus altijd kinderen op straat. “Mzungu!” roepen ze met langgerekte klinkers, “picha!”. ‘Blanke’ betekent dat, en ‘foto’. Nog zoiets: foto’s maken is niet erg, zegt Chamutu, “maar vraag het wel eerst”.

Voor Neidt en Erdtsieck kan nu het ‘leukste’ deel van hun droom beginnen. Erdtsieck: “We willen dat de lodge loopt zonder ons, zodat wij meer tijd hebben voor sociale projecten.” Het gastenverblijf levert inmiddels genoeg op om zichzelf draaiende te houden. Daarnaast betaalt elke gast een bedrag dat naar sociale projecten gaat via een dorpsfonds, en is er een stichting die geld krijgt van donateurs. In overleg met de vijfentwintig leden van de gemeenteraad van Mambo bedenken de Nederlanders wat er met dat geld kan gebeuren.

Een aantal projecten loopt al. Zo kun je in Mambo tegenwoordig ‘Zwitserse’ kaas en yoghurt kopen, sinds twee Zwitserse kaasmakers zeven vrouwen opleidden. Kinderen van de basisscholen kunnen plassen in een wc-gebouw dat Neidt en Erdtsieck lieten bouwen. En voor negen kinderen zijn er studiebeurzen zodat ze naar de middelbare school in Sunga kunnen gaan, een paar kilometer verderop.

De Nederlanders hebben een lijst met nog tientallen plannen voor projecten. Soms heeft de dorpsraad een plan waar het zelf geen geld voor heeft, dan komt het initiatief tot overleg van de dorpsleider Abdala Chamutu. “Tot nu toe heeft Mambo Viewpoint laten zien coöperatief te zijn”, zegt Chamutu. Maar de belangen van de Nederlanders, die het regenwoud willen beschermen, stroken niet altijd met die van de dorpsbewoners. Zij vinden het verzamelen van brandhout voor koken en verwarming belangrijker dan het behoud van het regenwoud.

Erdstsieck en Neidt vinden het ‘logisch’ dat de dorpsbewoners bomen willen kappen, maar het is verboden en het regenwoud is officieel een beschermd bos. “Er zijn meer problemen waar wij anders over denken, maar die zijn niet aan ons. Maar dit is zo belangrijk, de mensen uit de dorpen vernietigen hun eigen toekomst als ze nu het regenwoud kappen”, zegt Erdtsieck. Dus proberen ze dorpsbewoners alternatieven aan te bieden voor houtkap. Bijvoorbeeld niet koken op open vuur maar op een zuinige stoof, waarvoor eucalyptus- en mimosahout genoeg zou zijn, of geld verdienen aan het bos met vlinderboerderijen.

Overdracht

Neidt en Erdtsieck zijn van plan het eigendom van het guesthouse over te dragen aan hun stichting, die een manager kan aanstellen die hun taken overneemt. Zo kan de lodge voortbestaan zonder inmenging van de oprichters. Hoewel Erdtsieck en Neidt zeggen dat ze graag een Tanzaniaanse manager zouden aannemen om het dagelijks management van de lodge van hen over te nemen, twijfelen ze tegelijkertijd of daar wel een geschikt iemand voor te vinden valt. “Als wij zelf nu weg zouden gaan, is alles weer terug bij af”, denkt Erdtsieck. “De waterprojecten in het dorp zouden wel doorgaan, maar de kans is groot dat de lodge in elkaar stort.” Maar de mensen die er nu al werken moeten het toch best kunnen redden? “Ik ben bang van niet. Mensen delen hier alles met hun familie, ik ben bang dat dat ook met de kas van de lodge gebeurt.”

Misschien valt dat uiteindelijk wel mee, ze hebben nog jaren om erover na te denken hoe de lodge het onder lokale managers kan redden. Bovendien wil Neidt ‘nooit met pensioen’. Vanavond in elk geval nog niet: samen met de vrouwen die in de lodge werken, danst ze rond de trommelaars van Mambo. ‘Welkom’, zingen die in Kisambara, de taal van de Usambarabergen. Neidt danst tot aan het laatste nummer mee.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.