22 maart, 2013 | Auteur: Anna Vossers | Beeld: Anna Vossers | Trefwoord: tanzania

De vraag naar water stijgt terwijl de rivier droog ligt

Kan watermanagement opboksen tegen een veranderend klimaat? In Tanzania doen het ministerie van Water en het Wereld Natuur Fonds hun best om het watergebruik rond de rivier Great Ruaha te stroomlijnen. Geen makkelijke taak, want terwijl neerslag schaarser en onvoorspelbaarder wordt, stijgt de vraag naar water in het gebied.

Door Madibila, een dorp in het binnenland van Tanzania, loopt de Little Ruaha-rivier. Deze splitst zich op aan het begin van het dorp. Bij de linker tak van de rivier kunnen boeren via een dam en sluizen het water reguleren. Met een irrigatiekanaal bepalen zij exact hoeveel water er terugstroomt naar de hoofdtak. Nog geen honderd meter verderop, bij een andere aftakking, liggen stenen en zandzakken voor hetzelfde doeleinde. Maar iedere fikse regenbui verslindt die provisorische dam.

Het dorpje Madibila is een voorbeeld van hoe ingewikkeld watermanagement kan zijn. Het verschil in kwaliteit van de irrigatiesystemen in de riviertakken is groot. Aan de ene kant verdelen 150 boeren het water met behulp van een goed uitgedacht schema. Zij financierden zelf twintig procent van de aanleg van de dam, de sluizen en de kanalen en de Wereldbank betaalde de rest. Aan de andere kant verpacht één landeigenaar zijn land aan kleine boeren, die niet rekenen op financiële hulp, maar zelf hun dammen en kanalen onderhouden.

Het riviertje mondt uit in de Great Ruaha-rivier. Ruaha betekent groot in het Hehe, de lokale bantoetaal. Het is dan ook de grootste rivier van Tanzania. Hij kronkelt vanuit de bergen in het zuidwesten van het land over een lengte van 475 kilometer naar de Indische Oceaan. Het rivierwater is nodig als drinkwater voor de mens, het vee en wilde dieren. Het wordt gebruikt voor irrigatie van rijst- en maïsvelden en daarnaast wordt deze zoetwaterbron gebruikt voor visserij, bosbouw en industrieel waterverbruik. Vele sectoren zijn er dus afhankelijk van. Evenals de zes miljoen mensen die rond het Rufiji-basin wonen en het water gebruiken voor energie opwekking, alsook de rest van het land die energie afnemen van de twee waterkrachtcentrales in de Great Ruaha. Ook doet de rivier dienst als toeristische trekpleister. Nationaal park Ruaha staat bekend als goede plek om badende olifanten, nijlpaarden en giraffen te spotten.

“Het regenseizoen is korter geworden. Vroeger regende het vier tot vijf maanden, nu regent het soms maar twee maanden”, zegt Grace Chitanda, waarnemend waterofficier van het ministerie van Water voor het stroomgebied. Zij werkt voor het Rufiji Water Basin Office (RWBO), dat halverwege jaren negentig werd opgericht met als doel dat in 2010 Great Ruaha weer het hele jaar zou moeten stromen. RWBO werkt samen met het Wereld Natuur Fonds (WWF), dat sinds 2003 een waterprogramma rondom Great Ruaha heeft. “Ons grootste probleem is klimaatverandering. Hoewel het regenseizoen korter is valt er wel dezelfde hoeveelheid regen”, zegt Chitanda. In haar donkere kantoor in Iringa is zojuist de stroom uitgevallen. De waterkrachtcentrales halverwege de rivier werken nog maar op halve kracht.

Om te voorkomen dat de rivier onnodig lang droogvalt, mag niemand meer water gebruiken dan strikt noodzakelijk. “We geven watergebruikers een vergunning voor een bepaalde hoeveelheid”, zegt Chitanda. Maar in de praktijk wordt regulering tegengewerkt door een snel stijgende vraag naar water, door bevolkingsgroei aan de oevers van de rivier en toename van economische activiteiten. “Het regenseizoen is al voorbij voordat mensen hun rechtmatige hoeveelheid water hebben verbruikt.”

Van hydropower naar gas en diesel

Vierhonderd kilometer oostelijker, in de hoofdstad Dar es Salaam, merken ze ook dat de rivier aan waterkracht verliest. “Vanaf de jaren zestig kwam bijna negentig procent van de energie in Tanzania uit waterkracht”, zegt een ingenieur op het hoofdkantoor van staatsenergiebedrijf Tanesco. De Great Ruaha was daarvoor een belangrijke bron, met onder meer waterkrachtcentrales Mtera van 80MW en Kidatu van 200MW. Dat is veel; “samen zijn zij, als er genoeg water is, goed voor de helft van de energie uit waterkracht van Tanzania.”

Tegenwoordig valt dat tegen. “Omdat Tanzania één elektriciteitsnet heeft, kan overal in het land energie uitvallen als bij één van die centrales te weinig water komt,” stelt de woordvoerder. Inmiddels is het aandeel energie uit waterkracht teruggelopen van negentig naar 25 tot veertig procent van de totale energieproductie. In slechte, droge weken is dit nog minder. Stroomuitval is door het hele land een probleem. Om aan de stijgende energievraag te voldoen, bouwt Tanesco nu drie nieuwe gas- en dieselcentrales met een capaciteit van 250MW per stuk.

Illegaal water tappen

Terug naar de Great Ruaha in het binnenland, waar het lage waterpeil steeds ernstiger wordt. Christian Chonya, programmacoördinator van het WWF, weet te vertellen dat vooral de rijstboeren bij de oorsprong van de rivier het water op een verkeerde manier gebruiken. “Zij begrijpen niet welke gevolgen hun irrigatie voor het waterpeil stroomafwaarts heeft.”

Veel boerenbedrijven zijn gevestigd binnen zestig meter van de rivier, waardoor ze makkelijk toegang hebben tot het rivierwater voor bewatering van hun akkers. Maar daardoor blijft verderop minder water over. Om vruchtbare landbouwgrond te verkrijgen, verbranden de boeren bovendien stukken land. Met het gevolg dat er niet langer begroeiing is om regenwater vast te houden. Terraslandbouw kan helpen het water efficiënter door heuvelachtig gebied te laten stromen, iets dat in Tanzania nog in de kinderschoenen staat.

Er ontstaan steeds vaker conflicten als boeren illegaal water aftappen. Volgens waterofficier Chitanda zijn het “vooral kleine en middelgrote boerderijen die stiekem water gebruiken voor het irrigeren van hun landbouwgrond”.

Oplossing voor een gebrek aan geld

Het waterkantoor waar Chitanda werkt, het RWBO, voert het waterbeleid uit in een gebied ter grootte van vier keer Nederland. Er zijn honderd meetpunten om het rivier-, grond- en regenwaterniveau te monitoren. “Maar voor het salaris van diegenen die de gegevens verzamelen is geen geld”, beklaagt Chitanda. Plannen zoals waterreservoirs en watergebruikersverenigingen opzetten in problematische gebieden schuift Chitanda wegens gebrek aan budget op de lange baan. En in actie komen bij een een tip over een illegale watergebruiker, is er niet bij. “We hebben niet eens geld voor brandstof om erop af te gaan.”

Met Great Ruaha gaat het na bijna twee decennia watermanagement nog maar nauwelijks beter. Weliswaar droogde de rivier in 2009 voor het eerst niet op, een jaar later bleek dat een uitzondering te zijn. Vanaf 2010 werd de stroom weer elk jaar onderbroken. Het WWF, dat nu tien jaar in het gebied werkt, richtte zich in eerste instantie net als het RWBO op het gehele stroomgebied van de Ruaha. Maar ook het WWF heeft niet genoeg budget voor een oplossing voor het hele Rufiji-basin.

Het fonds wil over vier jaar significante verbeteringen aan zijn donoren laten zien. Op termijn wil zij het project zelfs helemaal overdragen aan RWBO. Daarom heeft Christian Chonya van het WWF zijn werk het afgelopen jaar vernauwd tot twee kleinere zijrivieren. Het WWF werkt nu alleen nog stroomopwaarts bij de Mbarali-rivier, waar rijstboeren veel water gebruiken, en vlakbij Iringa bij de Ndembera-rivier. Het toverwoord voor modern watermanagement is volgens Chonya “multi stakeholders approach”, een aanpak waarbij alle belanghebbenden betrokken zijn.

Zo kan het dat de oude man Lutambi, een boer, voorzitter is geworden van een lokale watergebruikers-vereniging. Daarvan heeft het RWBO er met hulp van het WWF nu 23 opgericht. Lutambi woont in Ifunda, een dorpje nabij Iringa met een honderdtal kleine huizen, een politiebureau, een voetbalveld en een moskee. Het ligt pal aan de grote weg waar werkauto’s af en aan rijden om de rijbaan te verbeteren. In het dorpshuis, een raamloos kamertje van nog geen tien vierkante meter, vertelt Lutambi over zijn vereniging. “We lossen conflicten op en geven dorpelingen trainingen over watergebruik.” De watervereniging vertegenwoordigt 19 dorpen uit de buurt.

Op weg voor water

“Er was een waterpomp in Ifunda, maar die is kapotgegaan”, zegt de oude Lutambi. Daarom loopt de vijfjarige Safra in haar te grote nachtjapon met in haar hand een plastic emmer langs de autoweg naar het water. Van een smal paadje komen Jacky, Salome en Mary aangelopen met emmers en een theepot. De meisjes scheppen water uit de poel. Vijftig meter verderop wassen de jongens Innocent, Mauro, Freddy en Jackson blootsvoets hun kleding bij een brug in de rivier.

Aan de andere kant van de brug houdt Noely Nyato de pomp van zijn watertankauto in de gaten. Dertien tot veertien volle tanken water slurpt die per dag uit de rivier, voor de aanleg van de nieuwe weg. Als de tank vol is, rijdt de vrachtwagen het hobbelige paadje naar de grote weg op. Maar de tank schiet per ongeluk open en het water stroomt over de rode aarde naar beneden. Nyato keert de auto en zet de pomp weer aan om een nieuwe tank te vullen.

‘Multi stakeholders meeting’

Een paar dagen later is Lutambi op een waterbijeenkomst in het dorp Mafinga. In een bovenzaaltje van het plaatselijke Royal Hotel zitten vijf vrouwen en zeventien mannen op klapstoeltjes. Het zijn boeren, vissers en andere belanghebbenden, die door het WWF en het RWBO uitgenodigd zijn voor een zogenaamde ‘multi stakeholders meeting’. Het merendeel is netjes gekleed. Lutambi draagt een zalmroze overhemd. Op gele post-its schrijven de aanwezigen wat ze van de waterbijeenkomst verwachten. “Ik wil leren de gemeenschap te onderwijzen over effectief watergebruik”, schrijft iemand. Of: “Ik heb een droom over de Ndembera-rivier.”

De hele dag luisteren ze naar elkaars verhalen. Maïs- en rijstboer Kalinga, uit het stroomopwaarts gelegen Nyakadete, vertelt dat het bij hem in de buurt een probleem is dat boeren de watertoegang voor anderen blokkeren. Daud legt uit dat herders moeite hebben water te vinden voor hun kuddes. Mwasajano constateert dat in zijn regio veel boeren de wet overtreden en illegaal water aftappen. Als iemand aan het woord is, zijn de anderen stil, tussendoor klappen ze in de handen, zingen en dansen ze. In de pauzes is er thee met melk. ’s Middags is er een uitstapje met waterofficier Grace Chitanda naar een modern irrigatiesysteem in de buurt.

Terug in het kantoor van het WWF in Iringa. Daar zit Christian Chonya achter zijn computer, die stroom krijgt van een generator, want er is nog steeds geen elektriciteit van het centrale net. “Er zijn zoveel mensen die te veel water gebruiken”, zegt hij. “Als we die bij elkaar kunnen brengen, kunnen we ervoor zorgen dat ze samen een visie ontwikkelen over hoe het verder moet met de rivier. Ze moeten begrijpen dat het anders kan.”

Uiteindelijk hoopt Chonya dat het bewustzijn over waterproblemen en -oplossingen verder zal reiken dan alleen de boeren, vissers en bedrijven die hij met Grace Chitanda voor waterbijeenkomsten benadert. “Ik wil dat jongeren enthousiast worden. Ze groeien op met technologie, daar wil ik gebruik van maken.” Chonya denkt aan bewustwording via social media. Maar, zegt hij: “Twitter, Facebook, alles. Alleen… Zoiets is helemaal nieuw in Tanzania. Geen idee hoe je dat moet opzetten.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.