11 oktober, 2012 | Auteur: Brechtje Keulen | Beeld: Brechtje Keulen | Trefwoord: indonesie
Indonesië en de chocoladefabriek
In Indonesië, de op twee na grootste cacaoproducent ter wereld, wordt nauwelijks chocolade gemaakt. Daardoor loopt het land veel inkomsten mis. Boeren krijgen vaak een lage prijs voor hun cacaobonen, waardoor de kwaliteit achteruit gaat en schaarste dreigt. De Bamboo Chocolate Factory wil boeren een betere marktpositie geven en investeren in de toekomst van de cacao-industrie.
Het is wonderlijk. In Indonesië, de op twee na grootste cacaoproducent ter wereld, wordt nauwelijks chocolade gemaakt. Boeren verkopen hun onverwerkte cacaobonen aan opkopers en handelaren, waarna die bonen nog even onverwerkt het land verlaten. In het Westen worden die cacaobonen verwerkt tot halffabrikaten als cacaoboter of -poeder, of tot chocolade. Het eindproduct wordt meestal met een flinke toegevoegde waarde weer geëxporteerd, maar daar ziet de Indonesische boer niets van terug. Een chocoladefabriek in het kleine Balinese dorpje Sibang Kaja is de uitzondering op de regel.

Sinds de opening van de Bamboo Chocolate Factory in 2011, draaien de machines er op volle toeren. Het is er warm en er hangt een overweldigend zoete geur van cacao, suiker en bamboe. Tussen de stampende en malende machines, waarvan sommigen nog uit de jaren twintig van de vorige eeuw stammen, loopt Wawan, die nu vier jaar voor organisatie Big Tree Farms werkt. Big Tree Farms is oprichter van de Bamboo Chocolate Factory, maar ook van een groot aantal andere projecten die allemaal gericht zijn op een duurzame productie in Indonesië, met een belangrijke rol voor de Indonesische boer. “Ons doel is om cacaoboeren een betere marktpositie te geven”, vertelt Wawan. “We leren boeren hoe de markt werkt en hoe ze meer waarde aan hun product kunnen toevoegen. Als ze bijvoorbeeld zelf hun cacaobonen fermenteren, krijgen ze van ons een hogere prijs dan voor ongefermenteerde bonen. We leren ze om efficiënter te werken, om biologische bestrijdingsmiddelen en compost te gebruiken, en om zo te werken dat de bodem niet uitgeput raakt. Als ze hun product verbeteren, kunnen ze er ook meer voor gaan vragen en zo kunnen ze zichzelf een betere positie in de markt verschaffen.”
In de Bamboo Chocolate Factory wordt cacao van bij Big Tree Farms aangesloten boeren verwerkt tot cacaoboter, cacaopoeder en chocolade. Het concept van de fabriek, waarbij de grondstof cacao binnen hetzelfde bedrijf tot chocolade wordt gemaakt, heet bean to bar. Het is een nog weinig gebruikt economisch model, en het is een welkome vernieuwing die de winst van iedere stap in het productieproces binnen de eigen organisatie houdt. Met het geld dat zo verdiend wordt, kan geïnvesteerd worden in educatie, wat uiteindelijk ten goede komt aan de leefomstandigheden van de boeren en de kwaliteit van de cacao.
Gebrek aan transparantie
Ningsih, medewerker van Big Tree Farms, geeft een rondleiding op één van de bij Big Tree Farms aangesloten cacaoboerderijen, om te laten zien hoe het er daar aan toe gaat. Op deze boerderij zijn de richtlijnen van de organisatie al volledig geïmplementeerd.

Op het erf wordt net een verse lading cacaobonen binnengebracht. De slijmerige witte massa doet in niets aan chocolade denken. “Dat verandert in het fermentatieproces”, zegt Ningsih. “Het witte vruchtvlees verdwijnt dan, en aan het einde van het proces blijft er een donkerpaarse gebarsten boon over.” Op grote houten tafels liggen de bonen van een paar dagen geleden in de zon te fermenteren, onder een laag van bananenbladeren en jute zakken. De boer staat er glunderend naast. Bij iedere tafel pelt hij een cacaoboon open om te laten zien hoe ver het fermentatieproces gevorderd is.
Op de plantage wijst hij trots op de specerijenplanten en de fruitbomen tussen de cacao: dit is een boerderij met een hoge biodiversiteit, en daardoor verbetert de kwaliteit van de bodem en van de cacao. Hij laat ook de biologische bestrijdingsmiddelen zien die hij dankzij de lessen van Big Tree Farms heeft leren gebruiken. Op sommige vruchten krioelt het bijvoorbeeld van de zwarte mieren. De insecten ruimen plagen en ziektes uit de weg, zonder de rest van de omgeving te schaden. Bij het verlaten van de boerderij zegt Ningsih voorzichtig: “We betalen boeren vijftig tot honderd procent van de prijs vooruit, en dan geven we ook nog een relatief hoge prijs voor de cacao. Dat is de enige manier om de opkopers weg te houden en om de boeren op lange termijn te kunnen helpen.”

Het slechte functioneren van de Indonesische cacao-industrie was één van de aanleidingen voor de oprichting van een chocoladetak binnen de Big Tree Farms-organisatie. Oprichter Benjamin Ripple ondervond dat het hele productieproces van cacao gericht is op volume. Kwaliteit en een eerlijke prijs waren nauwelijks punten van overweging. “De kwaliteit van de cacao wordt daardoor steeds slechter”, vertelt Ripple. “Er wordt nu cacao verkocht van een kwaliteit die niemand twintig jaar geleden geaccepteerd zou hebben. Het is een weinig transparant systeem, waarin boeren geen kans krijgen om hun product een toegevoegde waarde te geven, omdat ze nauwelijks begrijpen hoe de markt werkt.”Nog altijd verbaasd spreekt Ripple over zijn eerste gesprekken met boeren. “Er waren boeren bij die het verband helemaal niet zagen tussen hun cacao en de chocolade die wij wilden gaan maken. Dat is toch ongelofelijk? Veel van hen hebben maar weinig onderwijs gehad. Ze begrijpen zo weinig van de productieketen dat ze geen idee hebben wat ze voor hun product kunnen vragen.”
Dreigend cacao tekort
Als bij deze boeren een opkoper langskomt die voor een relatief laag bedrag de volledige oogst afneemt, kunnen ze niet inschatten of zo'n handelaar een redelijk bedrag biedt of niet. Ripple vertelt hoe die tussenhandelaren de cacaobonen sorteren op kwaliteit, waarna ze goede en slechte cacao met elkaar mengen om een acceptabele kwaliteit voor het geheel te creëren. “Cacao wisselt soms zeven keer van eigenaar voor het geëxporteerd wordt, waarbij het steeds gemengd wordt met andere cacao. Dat systeem is erop gericht om het financiële risico te spreiden over meerdere partijen, maar uiteindelijk komt het erop neer dat geen van de individuen in de keten genoeg verdient om van te leven. Dan wordt er niet meer in de plantages geïnvesteerd, en vervolgens zeggen de handelaren: “De kwaliteit van jouw cacao gaat naar beneden, dus dan gaat de prijs ook omlaag.”
Zo is er in de cacao-industrie een vicieuze cirkel ontstaan, waarin boeren nauwelijks winst maken en niet kunnen investeren in kwaliteit. Dat probleem speelt niet alleen in Indonesië, maar in heel veel cacaoproducerende landen. Wereldwijd kampen deze landen met ontbossing en uitputting van de bodem doordat boeren verouderde en milieuonvriendelijke landbouwmethoden gebruiken. Boeren die te weinig verdienen, gaan andere gewassen verbouwen. Rubber bijvoorbeeld, want dat levert veel meer op.

In een pas gelanceerde campagne waarschuwt ook de Nederlandse hulpverleningsorganisatie Solidaridad dat er in de komende decennia een groot tekort aan cacao kan ontstaan als de leefomstandigheden van boeren niet verbeteren. In de Bamboo Chocolate Factory leunt Wawan tegen de bamboebalustrade van de open zolder van de fabriek. Hij kijkt uit over het omringende land, over de palmbomen en de offerbloemen die rond de fabriek verbouwd worden. “Dit is hoe de hele cacao-industrie georganiseerd zou moeten zijn”, zegt hij. “Duurzaamheid gaat niet alleen over geld. Wij helpen boeren om zich te ontwikkelen, om te groeien, om zelf op een duurzame manier in hun inkomen te voorzien.”
In het proces naar verduurzaming van de sector, ziet Ripple het bean to bar-concept als een belangrijke stap. Meer geld binnen de organisatie betekent dat er geld vrij komt voor onderwijs en voor verbetering van het productieproces. Aan een beter product houdt de boer uiteindelijk meer over. “Als je een duurzame cacaosector wil, waarin cacao van hoge kwaliteit geproduceerd wordt, moet je er op zijn minst voor zorgen dat de boeren winst maken”, aldus Ripple.