9 oktober, 2018 | Auteur: Brechtje Keulen | Beeld: Brechtje Keulen | Trefwoord: nederland

Internationale studenten in krimpregio's: 'Maastricht is thuis geworden'

Internationale studenten leveren een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie, blijkt uit onderzoek van Nuffic. Kunnen krimpregio’s hun internationale studenten vasthouden om zo de krimp te keren?

Het was juli en de regen viel met bakken uit de hemel toen Raquel Luís (23) voor het eerst van haar leven in Maastricht kwam. Ze stapte uit de trein en liep het hele eind van het station naar het Student Services Center om haar inschrijving bij de universiteit te regelen. Ze was tot op de draad doorweekt. "O God, dacht ik. Wat doe ik hier? Het leek wel winter. Mijn Portugese bloed schreeuwde om zon. De hele weg terug naar Luxemburg heb ik gedacht: help, wat doe ik mezelf aan?"

Inmiddels kan ze hartelijk lachen om haar eerste kennismaking met Maastricht. De jonge Portugese loopt met vriendinnen Nelli Immonen (24) uit Finland en Claudie Moreau (21) uit Frankrijk door de smalle straatjes van Maastricht. Langs universiteitsgebouwen, uitzendbureaus die mensen zoeken voor ‘student jobs’ en bedrijfjes die kunnen helpen met ‘student housing’ en ‘Dutch language courses’. Om de paar minuten staat het drietal even stil omdat ze iemand tegenkomen die ze kennen, meestal andere internationale studenten. ‘Ik ben hier nu twee jaar en inmiddels voelt het heel goed’, zegt Raquel, student Art and Culture, opgewekt. "Als ik op vakantie ben, mis ik Maastricht. Dit is thuis geworden."

"The most international university in The Netherlands". Dat is niet de UvA, de VU of de Erasmus Universiteit. Het is Maastricht University. Ruim de helft van de studenten hier komt uit het buitenland. Het merendeel uit België en Duitsland, maar studenten van over de hele wereld weten de MU te vinden. Afgelopen jaar telde de universiteit 112 verschillende nationaliteiten. Dat zijn allemaal jonge, hoogopgeleide mensen. Precies de populatie die uit krimpgebieden als Zuid-Limburg wegtrekt. Uit zojuist verschenen onderzoek van Nuffic, het bureau voor internationalisering in het onderwijs, blijkt dat internationale alumni een aanzienlijke bijdrage leveren aan de Nederlandse economie. Kunnen internationale studenten de krimp keren?

Internationaliseren in Maastricht

Over de grens kijken is niet zo’n vreemde stap voor Maastricht University. België en Duitsland liggen om de hoek, terwijl het ‘voedingsgebied’ in eigen land niet zo groot is, want daar moet de universiteit concurreren met de Radboud Universiteit in Nijmegen en de Technische Universiteit Eindhoven.

"Al in de vroege jaren negentig zijn we begonnen om colleges in het Engels te geven", vertelt Aisling Tiernan, beleidsadviseur internationalisering bij Maastricht University. "Ten opzichte van onze buurlanden lopen we daarin nog steeds voorop, en dat is een pluspunt voor internationale studenten. We zetten trouwens in op diversiteit. We willen ook graag Nederlandse studenten trekken, en we hebben bijvoorbeeld ook beurzen voor studenten uit landen met emerging markets."

Internationale studenten noemen volgens Tiernan onder andere de kwaliteit van het onderwijs, de in Maastricht gebruikte Problem Based Learning-methodiek en de hoge positie in internationale rankings als redenen om voor Maastricht te kiezen.

"Voor mij persoonlijk is zo’n ranking niet zo belangrijk", zegt de Portugese Raquel, "maar ik wéét dat mensen ooit mijn CV gaan bekijken en gaan denken: oh, zij heeft aan Maastricht University gestudeerd. Zo’n goede universiteit!"

Vriendin Nelli, student European Studies, somt op: "De balans is hier goed: een kleine stad met een grote universiteit. Het collegegeld is ook heel betaalbaar, er zijn geen toelatingsexamens en de kwaliteit van het onderwijs is hoog. Daar hoort trouwens ook wel bij dat studeren hier erg intensief is. We moeten heel hard werken." Licht gefrustreerd: "En hoe goed je ook je best doet, je haalt nóóit een tien."

Claudie, die graag International Business wilde studeren "maar niet aan een hele dure private business school in Frankrijk", bezocht ook een hogeschool in Zeeland, maar koos toch voor Maastricht, om nog 'zoiets als een studentenleven' te hebben. Daarop beginnen Raquel en Nelli spottend te lachen. Nelli: "We hadden hier welgeteld één club, maar die is gesloten."

Alleen maar oude mensen

Het aantal internationale studenten aan Nederlandse universiteiten en hogescholen neemt snel toe. Waren het er in 2016 nog 112 000, in 2017 stond de teller alweer op 122 000. Dat zie je in de praktijk: aan de Universiteit van Amsterdam is dit studiejaar bijvoorbeeld een kwart van de eerstejaars niet-Nederlands. En dus klinkt er – zeker in de Randstad – kritiek. Er is niet voldoende woonruimte voor al die studenten en er zijn zorgen dat de studies niet meer toegankelijk genoeg zijn voor Nederlandse studenten.

Ook in Maastricht klinkt echt weleens kritiek op de grote aantallen internationale studenten. Maar, vertelt Raquel, "iedereen ziet dat studenten deze stad ook maken tot wat ze is. Als het studiejaar voorbij is, schiet de gemiddelde leeftijd omhoog. In sommige periodes zie je hier alleen maar oude mensen."

In veel gebieden die net als Zuid-Limburg kampen met vergrijzing en ontgroening, zijn jonge, hoogopgeleide mensen erg welkom. De Provincie Gelderland, die kampt met een tekort aan hoogopgeleide mensen om de vacatures in wetenschap, techniek en ICT te vervullen, schreef onlangs bijvoorbeeld een prijsvraag uit die 10.000 studenten uit het buitenland moet trekken. Dat zijn potentiële kennismigranten, die zich na hun studie in de regio zouden kunnen vestigen. Uit onderzoek van Maastricht University blijkt dat zij al tijdens hun studie zo’n 10.000 euro per jaar uitgeven aan de lokale economie.

De vraag is: hoe voorkom je dat internationale studenten na hun studie tegen dezelfde problemen aanlopen als Nederlandse hoogopgeleide jongeren? Waarom zouden zij blijven, terwijl die Nederlanders wegtrekken?

1,64 miljard per jaar

Verreweg de meeste Nederlanders die verhuizen, doen dat binnen de eigen gemeente, of tenminste binnen hun eigen regio, schrijven Gert-Jan Hospers en Nol Reverda in hun boek Krimp, het nieuwe denken. Redenen om wél naar een andere regio te verhuizen, zijn meestal studie, liefde of werk. En mensen zetten zo’n stap vaak aan het begin van een nieuwe levensfase. Internationale studenten die afstuderen komen op zo’n punt in hun leven waarop ze moeten beslissen of ze in de regio blijven, of ze binnen Nederland ergens anders heen verhuizen, of terugkeren naar hun eigen land.

Uit onderzoek van Nuffic, het bureau voor internationalisering in het onderwijs, blijkt dat na 5 jaar ongeveer 25% van de internationale alumni nog in Nederland is. Dat zijn vooral mensen die kunnen werken in ‘tekortsectoren’, zoals techniek, zorg en onderwijs. Zij leveren de Nederlandse schatkist zo’n 1,64 miljard per jaar op. Alleen al om die reden kan het aantrekkelijk zijn voor regio’s zoals Zuid-Limburg om in te zetten op internationale studenten, maar dan moeten ze die na hun afstuderen wel in de regio vast weten te houden. Nu vestigen verreweg de meeste internationale alumni zich in de vier grote steden, in Delft en in Eindhoven.

"Je moet die internationale studenten iets kunnen bieden", zegt Mark Vlek de Coningh van Nuffic. "Internationale studenten die afstuderen, zoeken werk. Als dat er niet is, trekken ze weg. Dat is voor hen niet anders dan voor Nederlanders. Sterker nog: misschien trekken ze wel sneller weg, want zij hebben niet de fundamentele binding met de regio die mensen die in die regio zijn opgegroeid wel hebben."

De kans dat een internationale student vertrekt, is het grootst in het eerste jaar na het afstuderen. Hoe langer ze blijven, des te kleiner de kans dat ze nog weg gaan. Daarom adviseert Nuffic om internationale studenten te begeleiden op de arbeidsmarkt, met bijvoorbeeld stages en taalcursussen. Daarnaast moeten overheid, bedrijfsleven en onderwijsinstellingen beter samenwerken, om internationale alumni in Nederland te houden.

Maastricht University is met beide aanbevelingen druk bezig. "We kijken naar wat studenten nodig hebben om hier te kunnen blijven", vertelt Tiernan. "Ze hebben er veel aan als ze de taal spreken, dus geven we een gratis cursus Nederlands die zo’n duizend studenten per jaar volgen. We proberen de studenten daarnaast in contact te brengen met lokale bewoners, om te zorgen dat ze goed integreren in de stad, en we stemmen ons onderwijs af op de banen van de toekomst. Dat doen we bijvoorbeeld met de Brightlands Collaboration. Op vier grote campussen aan de randen van Limburg , werkt de universiteit op verschillende terreinen samen met regionale bedrijven en de lokale overheid aan duurzame innovaties. Het is noodzakelijk om onderwijs en banen beter op elkaar te laten aansluiten, als je wilt dat mensen hier blijven. Het geldt overigens niet alleen voor internationale studenten, maar voor iedereen. Hier ligt echt een kans voor krimpregio’s, maar dan moeten we er wel echt op inzetten."

Tussenstation

De terrassen in Maastricht zitten vol op deze zonnige dag. ‘De stad is zo mooi in de zomer’, mijmert Claudie. Nelli en Raquel knikken. ‘Maastricht is heel speciaal voor mij’, zegt Raquel. ‘Toch wordt het tijd om weer verder te gaan en iets nieuws te zoeken. Mijn vrienden studeren af en gaan weg, en ik ga nu een jaar op uitwisseling naar Madrid. Als ik daarna de kans heb om weer op een andere plek te wonen, zal ik die kans pakken. Gewoon, om andere ervaringen op te doen. Ik zou alleen overwegen om te blijven als ik hier een Nederlandse vriend vind, of een heel goede baan. Maar ook dan zou de taalbarrière het wel heel moeilijk maken, want ik wil de journalistiek in.’

Nelli vertrekt ook naar het buitenland, om haar master in Spanje te doen. Daarna zou ze wel overwegen om terug te keren naar Maastricht, "maar dan moet er wel iets zijn dat me hier houdt, zoals een baan."

Zelfs Claudie, die een relatie met een Nederlandse jongen heeft, twijfelt of ze in Maastricht wil blijven. "Dit voelt nog steeds als een tussenstation, waar je als niet-Nederlandstalige geen werk zal vinden. Ik sluit niet uit dat ik blijf, maar de kans is klein."

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzonder Journalistieke Projecten en de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten.

Dit artikel is onderdeel van het dossier De kansen van Krimp. Andere artikelen over groeiende sociale ongelijkheden tussen Nederlandse krimpgebieden en de Randstad, en over welke kansen krimp biedt, verschijnen ook op Small Stream Media.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.