25 februari, 2016 | Auteur: Dorèndel Overmars | Beeld: Suzanne Jager | Trefwoord: frankrijk

Kamp Duinkerke: een oorlogsgebied in Europa

Vluchtelingen en vrijwilligers die enkeldiep in de modder staan, daartussen een kind op blote voeten, een dode rat en eindeloze hoeveelheden omgewaaide tenten en vuilnis. Het is een ongekend beeld voor Europa, maar de realiteit van het snel uitdijende vluchtelingenkamp Duinkerke in het Franse plaatsje Grande-Synthe. Een veel gehoorde aanname bij burger en media is dat de mensen die hier verblijven het ‘zichzelf’ aan doen. Is dit ook zo? Fotografe Suzanne Jager en journaliste Dorèndel Overmars brachten een aantal dagen door in het kamp en spraken er met de bewoners.

In het midden van het kamp zijn circa tien chemische toiletten en vooraan is een wasbak met vier kraantjes waar schoon water uitkomt. Ook is een gemeenschappelijke keuken. Voor een kamp met circa 2.500 mensen is dat veel te weinig. Een deel van de vluchtelingen lost het gebrek aan hygiëne op door af en toe het plaatselijke zwembad te bezoeken.

De mensen leven in een zeer grote, koude puinhoop. Er staan honderden tenten die regelmatig omwaaien of onder water lopen. Kleding en schoenen worden snel nat en zwerven vervolgens door het hele kamp rond. Van sommige producten wordt veel te veel aangeleverd, terwijl aan anderen een totaal gebrek is.

Leefbaarder door vrijwilligers

Bewoners uit verschillende landen die de ellende niet kunnen aanzien, zijn actief om Kamp Duinkerke zo leefbaar mogelijk te maken. Er zijn meerdere vrijwilligersgroepen actief zoals het Britse Aid Box Convoy (ABC), het Belgische Hart voor Bredene en ook steeds meer Nederlanders. Allemaal burgers die zich met vereende krachten inzetten voor het verlenen van naastenliefde.

Ondanks de vele belemmeringen lukt het de vrijwilligers dagelijks betere faciliteiten in het kamp te creëren. Zo hebben ze al gezorgd voor gemeenschappelijke keukens, wandelpaden van pallets en verwarmde tenten voor gezinnen. Ook komen heel wat mensen (reeds bereid) eten brengen naar het kamp of koken ter plaatse.

Verder is Artsen Zonder Grenzen sinds half januari zes dagen per week aanwezig. Zij helpen mensen met medische klachten.

Grillig beleid

Het beleid rondom het kamp is zeer grillig. Neem bijvoorbeeld het toegangsbeleid van spullen, dat is van complete willekeur. Het ene moment staan er vier politiemannen die iedere tas minutieus onderzoeken. Ze weigeren dan alles wat ervoor zou kunnen zorgen dat mensen in het park verblijven (zelfs slaapzakken) terwijl het natuurlijk allang een verblijfplaats is. Het andere moment is er geen agent te bekennen.

Het Verenigd Koninkrijk houdt zich vooral bezig met voorkomen dat de vluchtelingen bij hen terecht komen. De Franse overheid is vooral in een onderlinge strijd verwikkeld. De burgemeester vroeg de nationale overheid meermaals om hulp en benaderde bij gebrek aan respons uiteindelijk AZG. Er wordt nu vlakbij een nieuw en professioneel kamp gebouwd dat grotendeels gefinancierd wordt door Artsen Zonder Grenzen. Dit kamp gaat bestaan uit 500 grote geïsoleerde tenten en geasfalteerde paden.

Of en in welke getalen de vluchtelingen daadwerkelijk naar dat kamp zullen gaan, zodra het geopend wordt, is nog onduidelijk. Velen vrezen dat ze dat kamp ’s avonds niet mogen verlaten en het een manier zal zijn om ze tot een asielaanvraag in Frankrijk te dwingen. Ook ligt het geïsoleerder: verder weg van winkels en dergelijke dan het huidige kamp.

Weg uit de ellende

De meeste vluchtelingen hebben geen idee hoe ze uit deze misère komen. Ze wachten op hulp van de overheid, smokkelaars of wagen zelf een poging om naar Engeland te komen. Sommigen dromen al jaren van een leven daar en velen hebben er familie wonen. Een ander deel wil ook graag asiel in Frankrijk of ergens anders in Europa. Ze hebben echter geen idee waar te beginnen.

Het deel dat niet in Frankrijk wil blijven, heeft vaak slechte verhalen gehoord over de asielprocedures. Dit beeld wordt bevestigd door een onderzoek dat Human Right Watch eind 2014 deed in het naastgelegen en grotere vluchtelingenkamp in Calais. Vorig jaar leefden er heel wat mensen in Calais die al maanden asiel hadden aangevraagd in Frankrijk, maar geen verblijfplek kregen. Uit datzelfde onderzoek bleek dat de Franse politie veelvuldig geweld gebruikt tegen de asielzoekers, wat de behoefte om uit Frankrijk te vertrekken vergroot.

Stiekem in een vrachtwagen

Met gevaar voor eigen leven wagen de vluchtelingen af en toe (de een dagelijks, de ander een paar keer per maand) een poging om over te steken naar het Verenigd Koninkrijk. Ze vertrekken vaak in groepjes onder begeleiding van een smokkelaar naar vrachtwagen-stopplaatsen. Niet alleen in de omgeving, maar ook verder naar Parijs, de grens met Spanje enzovoorts. Daar klimmen ze zonder dat de chauffeur dit weet in de laadruimtes van vrachtwagens of verstoppen ze zich (zeer gevaarlijk) aan de onderkant op de as tussen de banden.

Uiteraard zullen er ook vrachtwagenchauffeurs zijn die tegen betaling grote groepen proberen te smokkelen. Vooral de gezinnen lijken hierop te wachten. Welke kant de vrachtwagen op gaat is vaak niet zeker. De vluchtelingen komen uren later in verschillende landen terecht, zoals Spanje, België of Nederland. Terugkomen naar het kamp gaat overigens eenvoudig, je koopt een treinkaartje naar station Duinkerke.

Veel smokkelaars werken op een no cure, no pay basis. Wie de overkant haalt, betaalt 4.000 pond. Voor 8.000 pond wordt een 100 procent smokkelgarantie geboden. Dan ga je met een auto. De vluchtelingen die niet zo veel geld hebben, ondernemen zelf pogingen.

Opgepakt

Wie wel de gewenste kant op gaat, heeft een grote kans om gepakt te worden. De Franse politie patrouilleert en controleert zeer intensief in de omgeving. Dagelijks worden honderden vluchtelingen uit laadruimtes getrokken of gevonden in het woud. Een enkeling wordt opgepakt en moet mee naar een politiebureau, maar het gros wordt door de politie afgezet bij het busstation of het kamp.

In de haven gebruikt de douane een zogeheten heartbeat detector. Middels vier sensoren op een vrachtwagen wordt waargenomen of er een hartslag is in de vrachtwagen. Zoja, dan wordt de laadruimte opengemaakt en minutieus onderzocht. Vluchtelingen beweren dat deze heartbeat detector minder goed werkt bij temperaturen van -20. Dit heeft als gevolg dat velen zich verstoppen in koelwagens. Een uurtje in een koelwagen schijnt ‘goed te doen’ te zijn, maar langer is penibel. Wij troffen onder meer een jongen die in een koelwagen terecht was gekomen die de ‘verkeerde’ kant op ging. Hij kwam na circa 4 uur in -30 terecht in Spanje en gaf aan dat het zijn hersenen beschadigd heeft.

Vijftig per nacht

Officiële cijfers zijn niet bekend, maar de meeste vrijwilligers en vluchtelingen schatten dat zo’n vijftig vluchtelingen per nacht de oversteek halen. Dit cijfer circuleerde ook al in 2007 toen er slechts enkele honderden vluchtelingen in Calais en Duinkerke verbleven.

In 2014 besloot het Verenigd Koninkrijk om 12 miljoen pond te investeren, verdeeld over drie jaar, om de veiligheidsissues bij Calais aan te pakken. De toenemende intensiteit van de controles en de toenemende groei van vluchtelingen die een poging waagt, zouden het dan dus tegen elkaar afleggen. Procentueel gezien wordt het dan steeds moeilijker om de oversteek te maken. Dit betekent dat bij dit beleid de kampen in de komende jaren alleen maar verder groeien.

Niet meer verblijfsvergunningen dan elders

Veel asielzoekers denken dat ze in het land mogen blijven wanneer ze de oversteek eenmaal gehaald hebben. De gedachte is: ze kennen onze situatie en accepteren ons meteen als we aan de overkant zijn. Dit beeld wordt gevoed door familieleden die een status hebben gekregen.

Het aantal vluchtelingen uit Iran dat asiel kreeg in het Verenigd Koninkrijk was in de eerste acht maanden van 2015 echter niet hoger dan elders: 56,6 procent van hen kreeg een verblijfsvergunning, tegenover 58,8 procent in Nederland en 59,1 procent in Duitsland.

Bijna alle Irakezen (98 procent) kregen vorig jaar in Frankrijk en Duitsland een verblijfsvergunning. Dit zal dit jaar vermoedelijk veranderen omdat in oktober besloten werd dat delen van Irak, waaronder de Koerdisch Autonome Regio (KAR) en Bagdad veilig genoeg zijn om te wonen en naar terug te keren.

Asielaanvragen (bron: ayslumineurope.org)

   Aantal ingediende asielaanvragen

tussen januari & september 2015

 Aantal asielaanvragen in verwerking
Verenigd Koninkrijk  22.314  24.236
Frankrijk  50.840  34.490
Duitsland  362.153

januari – oktober 2015

 328.207
Nederland  34.958  onbekend

De verblijfsomstandigheden zijn wel wat beter in het Verenigd Koninkrijk. Asielzoekers krijgen daar vaak vlak na het indienen van een asielaanvraag een eigen woning toegewezen. Dit is een enorm verschil met landen als Frankrijk, Duitsland en Nederland waar mensen lang in (over)volle asielzoekerscentra zitten.

Hoop

Sommige vluchtelingen hebben op de tocht hiernaartoe in een ander land al vingerafdrukken afgestaan. Dat dit niet handig is, weten de meesten wel. Maar tegenover het Dublinakkoord (dat mensen asiel moeten aanvragen in het eerste land waar ze geregistreerd worden en een volgend land ze daar naartoe terugstuurt) staan veel positieve verhalen.

Verhalen over een broer die in 2008 in Frankrijk en België vingerafdrukken afgaf, maar nu toch een Engels paspoort heeft. Verhalen over een vriend die eerst terug moest naar Hongarije vanwege de vingerafdrukken, maar uiteindelijk toch in het Verenigd Koninkrijk mochten blijven. Het zijn vermoedelijk uitzonderingen op de regel, maar wel uitzonderingen die de kampbewoners vertrouwen geven en hoop op een goed leven aan de overkant. Hoop doet leven, ook in een koude en natte modderpoel.

Dorèndel en Suzanne verdiepen zich de komende tijd in de wegen die vluchtelingen maken door heel Europa. Met persoonlijke portretten belichten ze de menselijke maat van deze ‘crisis’. Daarnaast gaan ze op zoek naar de feiten, die in het zeer emotionele vluchtelingendebat ondergesneeuwd dreigen te raken. Wil jij meer weten over al die mensen die naar Europa vluchten, waarom ze dit doen en wat ze kunnen verwachten in Europa? Steun Suzanne en Dorèndel dan in hun zoektocht.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.