13 juni, 2010 | Auteur: Agnes Corbeij | Beeld: Rogier ten Hacken | Trefwoord: nederland
Angst voor te weinig plaatsen en capaciteit op school
Vanaf het komende schooljaar is de maatschappelijke stage verplicht voor alle middelbare scholen. Leerlingen besteden straks minimaal 48 uur in bijvoorbeeld een bejaardentehuis of bij een voetbalvereniging. Hoewel de meeste mensen het erover eens zijn dat jongeren bewuster moeten worden van hun sociale omgeving, is niet iedereen ervan overtuigd dat de maatschappelijke stage het juiste middel is. Wordt de druk op leraren niet veel te groot En is het eigenlijk wel haalbaar om zo veel stageplaatsen te regelen?
In 1997 startte het project Smaakmakers naar aanleiding van een motie van mevrouw Essers, Tweede Kamerlid van het CDA. Het doel was om vrijwilligerswerk aantrekkelijker en toegankelijker te maken voor jongeren. Sindsdien is het onderwerp steeds op de politieke agenda blijven staan. Het vierde kabinet Balkenende, in de persoon van staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (CDA) besloot om de maatschappelijke stage verplicht te stellen. Per jaar gaan leerlingen van het vmbo 48 uur stage lopen, op de havo is dit 60 uur en vwo’ers moeten 72 uur vullen. Dit moet helpen jongeren bewuster te maken van de samenleving en hun zogenoemde ‘burgervaardigheden’ te versterken.
Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) is tegen het verplichtstellen van de stage. Het LAKS kwam in februari met een rapport naar aanleiding van een vragenlijst die door meer dan duizend leerlingen was ingevuld. Daarop opende het comité het ‘Meldpunt MAS’, waarop scholieren hun ervaringen met stages kunnen delen. LAKS-voorzitter Emiel Willms: “Het is maar zeer de vraag of er in 2011 voldoende goede stageplekken gerealiseerd zullen zijn om alle scholieren het verplichte urenaantal te laten stagelopen. Aan een kwalitatieve stage met goede begeleiding kleven veel eisen en wij menen dat de huidige maatschappelijke stage door de grote omvang daar niet aan kan voldoen.”
Ook al is de maatschappelijke stage pas volgend schooljaar verplicht, een pilotproject begon al in 2008. In het schooljaar 2008-2009 hebben 630 scholen, zo’n 190.000 leerlingen, meegedaan. Professor Meijs van de Erasmus Universiteit Rotterdam deed een onderzoek naar de ervaringen in deze periode. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen problemen waren met het vinden van voldoende stageplaatsen. Volgens Meijs vindt een derde van de leerlingen zelf een stageplaats.
Ook helpen vrijwilligersorganisaties en stagemakelaars bij het vinden van plaatsen. Wel hebben maatschappelijke organisaties en de scholen twijfels over de realisatie van de totale maatschappelijke stage in 2011. De groei zal volgens Ruijs niet vanzelf gaan. Daarom moet er geïnvesteerd worden in het interne draagvlak bij de scholen en onder de ouders. Daarvoor heeft het ministerie onder meer kennisinstituut Movisie in de arm genomen. Movisie geeft trainingen aan landelijke organisaties die op hun beurt lokale organisaties gaan trainen, adviseren en coachen. Hierdoor wordt geprobeerd het aanbod van maatschappelijke stages te vergroten.
Rol onderwijs
Behalve het LAKS zijn ook politieke partijen bang dat de maatschappelijke stage ten koste zal gaan van de kwaliteit van het eigenlijke onderwijs. De stage wordt meegeteld in de urennorm van 1040 uur onderwijs per jaar. In de uren van de stage wordt dus geen les gegeven. VVD-kamerlid Ineke Dezentjé Hanning vindt dat de scholieren worden afgescheept met "flauwekuluren". Tijdens een debat in de Tweede Kamer in 2008 zei ze: “Maatschappelijke stages mogen niet meetellen. Het kabinet scheept leerlingen af met koffie schenken in buurthuizen. Dat is iets heel anders dan lesuren draaien.”
De Algemene Onderwijsbond (AOb) sluit zich hierbij aan. In een brief aan de Tweede Kamer uit 2008 zegt de AOb dat ze groot voorstander is van sociale samenhang. “Jongeren moeten leren van verschillen tussen mensen en van variatie in omgeving en cultuur. Wel is het opvallend dat dit kabinetsvoornemen zonder enig voorbehoud de verantwoordelijkheid van het voortgezet onderwijs wordt.” De overheid richt zich bij de oplossing van maatschappelijke problemen met jongeren snel op een oplossing in het onderwijs. Denk aan voorlichting over seks, drugs, roken, maar ook wordt van scholen verwacht dat ze maatschappelijke problemen van de leerlingen zelf signaleren.
Manja Smits van de SP sprak in februari tijdens een algemeen overleg over deze druk op het onderwijs: “Van het onderwijs verwachten we meer en meer. Naast het inhoudelijk onderwijzen van kinderen, zijn leraren ook steeds meer bezig met dingen die wel met kinderen te maken hebben, maar niet per se met kennisoverdracht. Vaak hebben mensen in de school het gevoel dat ze alle maatschappelijke problemen op hun bord krijgen en dat klopt. We hebben torenhoge verwachtingen van het onderwijs.”
De AOb vraagt het kabinet dan ook om rekening te houden met de capaciteiten van het onderwijs. “We steunen de wens van het kabinet om jongeren als mens te vormen en voor te bereiden op een werkend leven, maar we vragen ons af of er voldoende rekening gehouden wordt met de mogelijkheden tot realisatie ervan in de school en in de samenleving.”
Jongeren moeten socialer worden, om de maatschappij vriendelijker te maken, daar zijn alle partijen het over eens. Het idee van een maatschappelijke stage voor alle leerlingen van de middelbare school is volgens hen goed. Maar als we de critici geloven zit het ministerie zeer binnenkort met een tekort aan stageplaatsen en overwerkte docenten. Het is maar de vraag of dat goed is voor de maatschappij.