15 februari, 2011 | Auteur: Marica Crombach | Beeld: Vintage collection/Alex Wolf | Trefwoord: nederland
Verengelsing van het Nederlands: Who cares?
De angst voor het verdwijnen van de Nederlandse taal steekt al eeuwenlang regelmatig de kop op onder taalpuristen. Vroeger richtten ze hun pijlen op de invloed van de Franse taal, tegenwoordig zijn ze bang dat het Engels de nieuwe voertaal in Nederland wordt. Wat moet er veranderd worden volgens de puristen en is hun angst voor vreemde woorden wel gegrond? Een overzicht.
Prawn crackers, apple sauce, milk chocolate sprinkles en mixed nuts and raisins: bij de Albert Heijn kun je je boodschappenkar vullen met Engelse termen. Nederlandse taalpuristen maken zich druk om die toename van het Engels, en hebben in 2010 zelfs opgeroepen tot een boycot van de Albert Heijn. Het kabinet Balkenende-IV sloot zich in 2008 aan bij het streven van taalpuristen om het Nederlands beter te beschermen door onze taal op te nemen in de grondwet. De huidige premier, Mark Rutte lijkt minder waarde te hechten aan het Nederlandse taalgebruik. Hij doorspekt zijn toespraken met Engelse woorden als A1 voor het leger en heeft het over zijn gut feeling. Het verzoek van de stichting Taalverdediging om die Engelse termen achterwege te laten, noemt hij een tall order.
Verenigingen van taalpuristen
Taalpuristen, of taalverdedigers, zoals de leden van de stichting Taalverdediging zichzelf liever noemen, zijn er in alle soorten en maten, maar ze hebben één ding gemeen: de angst dat een vreemde taal infiltreert in de Nederlandse taal en uiteindelijk de gangbare spreek- en schrijftaal wordt. Vooral het Engels wordt in het hedendaags taalpurisme gezien als een grote bedreiging. Veel puristen hebben zich aangesloten bij een vereniging, zoals de stichting Taalverdediging, de stichting Nederlands en het Ampzing Genootschap. Die stichtingen trekken hard van leer tegen het gebruik van vreemde talen in het openbare leven. “We zijn toch in Nederland, en niet in Engeland of Amerika?”, zegt Ab Braamkolk van de stichting Taalverdediging. “We begrijpen dat het niet mogelijk is om alle Engelse woorden tegen te houden, maar we willen dat het tot een minimum beperkt wordt. Speculaas en hagelslag moeten gewoon speculaas en hagelslag blijven. Daar kan toch eigenlijk niemand tegen zijn?”
De stichtingen hebben allerlei doelen opgesteld. De een wil dat het wettelijk verboden wordt om in Nederland te adverteren in een vreemde taal zonder vermelding van de Nederlandse vertaling erbij, en dat onze "landsbestuurders" meer "taalfierheid" tonen. Bijvoorbeeld door in het buitenland zoveel mogelijk van het Nederlands gebruik te maken. De andere stichting spreekt van een "intellectuele onthoofding" door de "verdringing van het Nederlands". Het Ampzing Genootschap zet zich in om onnodig gebruik van het Engels te voorkómen. Om dat te bewerkstelligen dienen ze klachten in bij bedrijven, schrijven brieven naar politici en reiken awards uit aan "taalprutsers" en "taalrotsen-in-de-branding".
De Nederlandse puristen staan niet alleen
Die kritische geluiden zijn niet uniek voor deze tijd, zelfs niet voor deze eeuw. Het is van alle tijden dat Nederlandse puristen strijden voor het behoud van de taal. En daar hebben ze het druk mee, want Nederlands is een taal van leenwoorden – dat wil zeggen, woorden waarvan de oorsprong in een andere taal te vinden is. Welke taal van invloed is, hangt samen met de beïnvloeding van de Nederlandse cultuur door andere culturen. Van de zeventiende tot en met de negentiende eeuw was het Frans bijvoorbeeld een grote inspiratiebron van leenwoorden. Die invloed is nog steeds te zien. Denk aan het motto op het Nederlandse wapen: Je maintiendrai, of woorden als carrière, ambiance, trottoir, ambulance, bonbon, paraplu. Ook toen waren er puristen die streden voor behoud van het ‘pure’ Nederlands. Maar zij waren evenmin de eersten in die taalstrijd. In de eeuwen daarvoor was de invloed van het Latijn – en het Grieks – volgens sommigen een bedreiging van de Nederlandse taal.
Leenwoorden zijn dus geen typisch kenmerk van de moderne tijd. Evenmin is het een typisch Nederlands verschijnsel. Duitse puristen zijn bijvoorbeeld bang voor het ‘denglish’ en in Turkije zien ze liever niet teveel Armeense woorden, daar heeft de staatsman Mustafa Kemal Atatürk in het begin van de vorige eeuw ervoor gezorgd dat Arabische en Perzische leenwoorden verdwenen uit het Turks. Chinezen maken zich op hun beurt druk om de invloeden van de Engelse taal op het standaard-Chinees en willen voorkomen dat het Chinglish meer invloed krijgt. Een logische reactie van taalpuristen is om te wijzen op de wijdverbreide invloed van het Engels, dat maakt hun angst voor een wereldoverheersing van het Engels gegrond. Maar ook die taal is niet vrij van leenwoorden. In het Amerikaanse Engels is een hele verzameling aan woorden te vinden die bijvoorbeeld voortkomen uit de Nederlandse taal, zoals boss (van baas), cookie (koekje) en zelfs Santa Claus heeft waarschijnlijk een Nederlandse oorsprong (een afgeleide van Sinterklaas).
Ongegronde angst?
De zoektochten van taalpuristen naar Nederlandse woorden ter vervanging van typisch Engelse termen is zonder meer volhardend te noemen. Maar zelfs de taalpuristen moeten soms toegeven: sommige woorden klinken prima, ook al zijn ze van buitenlandse oorsprong. Zo spreekt een van de stichtingen over lobbyen (van oorsprong Engels) om de Nederlandse taal te redden, en stelt de stichting Nederlands op haar ‘webstek' voor om als alternatief van manager het woord chef (van Franse oorsprong) te gebruiken, of impresario (van origine een Italiaans woord). In alle talen komen leenwoorden voor, en soms stellen de puristen zelf alternatieven voor die ook niet honderd procent Nederlands zijn. Is die angst van Nederlandse puristen voor het Engels dan wel gegrond?
Uit onderzoek naar de houdbaarheid van leenwoorden, uitgevoerd door de taalwetenschappers Frank Jansen (Universiteit Utrecht) en Marinel Gerritsen (Radbouduniversiteit Nijmegen) valt af te leiden dat het allemaal wel meevalt met die ‘aanvallen van andere talen’. Niet alle woorden die vanuit een andere taal het Nederlandse taalgebied binnenkomen, worden zonder meer overgenomen. En van alle woorden die wél worden overgenomen, vertrekt een groot percentage na verloop van tijd met de stille trom. Wie kent nog woorden als bowser, deadlock of crisper? Goed nieuws voor de taalpuristen dus: de meeste leenwoorden zullen vanzelf verdwijnen. En degene die niet verdwijnen, zijn waarschijnlijk best waardevol. Wel zo fijn voor de puristen, want alle Engelse leenwoorden uit het Nederlands schrappen, dat is pas een tall order.