30 november, 2010 | Auteur: Marica Crombach | Beeld: Geesje van Haren | Trefwoord: nederland
De globale voedselverspilling in beeld
De documentaire Taste the Waste laat in een klein uurtje de absurde omvang van de wereldwijde voedselverspilling zien. Na het kijken van de problemen, ontwikkelingen en inventieve oplossingen bedenk je je wel twee keer voor je etensresten zomaar weggooit.
Nederlanders staan dan wel bekend als een zuinig volk, maar we krijgen het toch voor elkaar om jaarlijks zo’n 51 kilo voedsel per persoon weg te gooien. Een behoorlijke hoeveelheid overblijfselen dus, en er worden regelmatig nieuwe campagnes gelanceerd om die voedselverspilling aan te pakken. Eén daarvan was in oktober 2010 de campagne van het Voedingscentrum en Milieu Centraal: Eten is om op te eten. Er hoort een gelijknamige site bij, met een weggooitest en tips hoe eten te bewaren.
Een mooi initiatief, maar misschien is het nog nuttiger om de nieuwe documentaire (2010) Taste the Waste (originele titel: Frisch auf den Müll – Die globale Lebensmittelverschwendung) van de Duitse documentairemaker Valentin Thurn te bekijken. Thurn begint het verhaal dicht bij huis: in een supermarkt laat hij zien hoeveel er wordt weggegooid aan producten waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum dichtbij komt. Hij zoomt daarna uit naar de hele voedselketen om de wereldwijde voedselverspilling in kaart te brengen: van boer en teler, via de veilingen en groothandels tot de eettafel. Bij elke stap in de keten toont Thurn aan wat er misgaat, via beelden en interviews met betrokkenen.
Zelf blijft hij fysiek buiten beeld, en versterkt zo het idee van objectieve informatievoorziening. Opvallend in die informatie is bijvoorbeeld de veertig tot vijftig procent van de aardappeloogst die blijft liggen op de velden omdat de te kleine, te grote, en mismaakte exemplaren geweigerd worden door groothandels. Het verhaal gaat verder met beelden van veilingen en groothandels, waar duizenden tonnen voedsel worden weggegooid: de komkommers zijn te krom, de sinaasappels te licht of te rijp, de vis levert te weinig op. Als kijker val je van de ene verbazing in de andere. Thurn weet allerlei betrokkenen aan de praat te krijgen: van boeren tot managers. En hij is er tegelijkertijd open over welke instituten liever niet willen praten; het was moeilijk om een supermarktmanager te vinden die voor de camera wilde verschijnen.
De documentaire is overigens niet alleen maar gericht op de misstanden; er is ook aandacht voor bijzonder inventieve oplossingen om voedselverspilling tegen te gaan. Aan de variatie in oplossingen in Europa en de VS lijkt nogal wat research vooraf te zijn gegaan: aardappels rapen van de velden, brood als brandstof gebruiken, gemeenschapstuinen organiseren om bekend te raken met eten. Bijzonder zijn vooral de twee ‘dumpster divers’ in Wenen, die voor de camera laten zien hoe zij hun wekelijkse boodschappen doen: een paar keer duiken in de containers van supermarkten leveren prima en houdbare producten op – inclusief groente en fruit en af en toe een mooie bos bloemen. Ook in Nederland zijn trouwens dumpster divers actief. Het NCRV-programma Man bijt Hond besteedde begin november 2010 aandacht aan studenten uit Nieuwegein die de dagelijks vuilnisbakken van supermarkten langslopen.
En om even in Nederland te blijven: Thurn gaat langs bij een Koreaanse kunstenares in ons land die groente bewaart in decoratieve houten bakjes. Wortels bewaart ze rechtop in het zand, aardappels ‘onder de grond’ en appels juist erboven zodat ze minder snel bederven. Het is bijna onmogelijk om niet onder de indruk te zijn na bijna een uur van confronterende beelden van de verspilling van eten. En mochten die beelden van gigantische afvalbergen nog niet voldoende zijn, dan weten de getallen je als kijker wel te overtuigen van onze absurde omgang met eten. Voorbeelden te over. Van elke twee aardappelen die je koopt in de supermarkt, verdwijnt er één in de vuilnisbak. In de Europese Unie wordt drie miljoen ton brood weggegooid – nog voor het überhaupt op een eettafel terecht is gekomen. Meer getallen? Een gemiddeld Europees gezin gooit jaarlijks 400 euro aan eten weg. Omgerekend is dat in de Europese Unie 100 miljard euro aan levensmiddelen: de jaaromzet van Nestlé.
De internationale en veelzijdige universitaire achtergrond van Valentin Thurn (1963) – hij heeft geografie, etnologie en politiek gestudeerd in Duitsland, Frankrijk en Spanje – moet hem van pas zijn gekomen bij het maken van Taste the Waste. Wetenschappelijke onderzoeken en wettelijke regelgevingen op het gebied van voedsel(afval) weet hij begrijpelijk om te zetten in beelden, en aan te vullen met inventieve oplossingen uit verschillende landen. Behalve met het maken van documentaires, houdt Thurn zich overigens ook bezig met de ontwikkeling van radio- en televisieprogramma’s, schrijven van (non-) fictie en het geven van lezingen. Het aankaarten van sociaal-maatschappelijke misstanden staat daarbij centraal, en dat heeft hem een aardig gevulde prijzenkast opgeleverd. Taste the Waste past in die programmalijn, en het zou niet verbazingwekkend zijn als hij ook hiermee een prijs in de wacht weet te slepen.
Dat betekent trouwens niet dat er helemaal geen kritiek te leveren is op de documentaire. Thurn biedt veel informatie, en weet veel vragen te beantwoorden, maar roept ze ook op: hoe zit ‘t precies met de vergelijkingen die gemaakt worden? Is er ergens onderbouwing voor die getallen te vinden? En hoe zit het met de uitspraak van de commentator dat de wereld afhankelijk is van brood? Was dat niet rijst? Of is Azië vergeten in dit verhaal? Maar goed, een documentaire die vragen weet op te roepen, is een documentaire die tot nadenken heeft aangezet. En dat is het mooie van deze docu. Het biedt niet alleen inzichten, het is ook inspirerend. Niet per sé om zelf ook in de vuilnisbakken van supermarkten te duiken in plaats van het wekelijkse rondje in de Albert Heijn te maken – maar wel om bewuster om te gaan met eten. Het kan ook anders, lijkt de documentaire te willen zeggen. En dat maakt een waardevolle aanvulling op de campagne Taste the Waste. Misschien is het zelfs wel een essentieel onderdeel ervan – want zonder de docu gaat die campagne makkelijk aan je voorbij.