19 mei, 2014 | Auteur: Lauri van Bodegraven | Trefwoord: nederland
Niet bekeken, maar gezien worden
Het doek is zwart geworden en de lichten zijn weer aan, maar het blijft nog een paar minuten stil in de zaal. Pas als een werknemer van het theater binnenloopt klinkt het geschuif van voeten over de vloer van de bioscoopzaal. De indruk die de documentaire GETEKEND – veteranen in therapie van Coen Verbraak heeft achtergelaten is voelbaar.
Op 11 mei is GETEKEND in première gegaan. Nu wordt de documentaire voor het grote publiek getoond in theaters door het hele land. In anderhalf uur is te zien hoe zes veteranen worden behandeld voor posttraumatische stressstoornis (PTSS) binnen het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV). Coen Verbraak was de eerste journalist die binnen de muren van het LZV mocht komen.
Verbraak vertelt hoe hij, evenals vele anderen, PTSS onderschatte voor hij er iets vanaf wist. “Ik ben zelf in dienst geweest. Over veteranen met PTSS dacht ik ‘Je moet niet zeuren, je hebt zelf getekend’. Totdat ik me erin ging verdiepen.” Vijf jaar lang heeft het project gelopen. Het vinden van veteranen die mee wilden werken was nog een hele klus. Uiteindelijk waren er zes die het aandurfden, met als doel dat ze anderen zouden kunnen helpen. “Het idee dat er iemand in de bioscoopzaal zou zitten die zichzelf erin zou herkennen, dat prikkelde ze”, aldus Verbraak.
Van de 130.000 veteranen – van de Tweede Wereldoorlog tot nu – in Nederland, meldt vijftien procent zich met symptomen die onder PTSS vallen. Uiteindelijk wordt bij vijf procent van de veteranen PTSS vastgesteld. Het merendeel reageert goed op behandeling, één tot twee procent heeft langdurige begeleiding nodig.
In de documentaire hebben alle mannen, van 26 tot 56 jaar, ongeacht hoe lang geleden en waarheen ze uitgezonden zijn, dezelfde problemen: lustloosheid en niet willen praten over de missie. Het leidt tot problemen met hun gezin, geldproblemen, vrienden die van ze wegdrijven en verslavingen, zoals alcoholisme.
Een opvallend moment in de film is als een van de veteranen een buddyhond krijgt. De man die elke dag zittend op de bank met een sigaret in zijn hand doorkomt, laat een blik van vreugde zien op het moment dat de zwarte labrador zijn huis in loopt. “Dat was voor het eerst in twee jaar dat ik hem zag lachen”, vertelt Verbaak.
Des te meer hartbrekend is dan ook het moment dat de hond de trap met open achterkant niet op komt; de veteraan raakt ervan in ademnood. “Ik vond dat zo’n ontroerend moment, ik krijg nog steeds tranen in mijn ogen”, klinkt het achteraf vanuit de zaal.
Over het moment dat de zes deelnemende veteranen de documentaire zagen, vertelt Verbaak: “Ik heb zelden zo’n bijzondere bijeenkomst meegemaakt, het zinderde van emotie." De mannen hadden het recht om te weigeren dat beelden van hen uitgezonden zouden worden. Verbraak: “Niemand heeft ooit een wijziging voorgesteld. Ik denk dat ze het gevoel hadden dat ze niet bekeken, maar gezien werden.”