28 november, 2010 | Auteur: Pepijn van Eeden | Beeld: Sonia Bicker | Trefwoord: europa

De Hongaarse Jobbik-partij en het spook van het populisme

Het populisme blijft de gemoederen in Nederland bezighouden. Ook in het oosten en zuiden van Europa slaat 'het spook' om zich heen, telkens een andere gedaante aannemend. Zo ook in Hongarije, waar in de verkiezingen van april 2010 het rechts-nationalistische Jobbik vanuit niets 17 procent van de stemmen kreeg. In het debat over dit 'spook' staan aan de ene zijde critici en aan de andere kant hardnekkige apologeten.

De critici die alarm slaan zinspelen op de terugkeer van het fascisme, de apologeten doen de terechtwijzingen af als elitaristisch en demoniserend, een inbreuk op de democratie en de vrijheid van meningsuiting. Begin november bleek dat in Nederland nog. De gevierde oprichter en directeur van het Nexus-instituut Rob Riemen publiceerde zijn boekje De eeuwige terugkeer van het fascisme. Hij kreeg direct de politici Ellian, Boekestijn en Bolkestijn over zich heen, en uiteraard alle daarvoor aangewezen internetfora.

In Hongarije blijkt het eveneens moeilijk te ontsnappen uit de patstelling. Wat is er nu eigenlijk aan de hand? Hongarije maakte in de verkiezingen van april 2010 een enorme 'ruk naar rechts'. Het centrumrechtse, populistische Fidesz van Viktor Orbán boekte een grote overwinning, en behaalde in de tweede ronde zelfs een tweederde meerderheid. Er had zich ook een rechts-nationalistische en meer extreem populistische partij aangediend, genaamd Jobbik.

Waar Wilders de islam als zwart schaap verkiest, strijdt Jobbik tegen ‘Joodse invloed’ en ‘Roma-criminaliteit’ (cigánybűnözés). Jobbik werd uiteindelijk de derde partij van het land met iets minder dan 17 procent van de stemmen. Zowel Jobbik als de PVV zetten zich scherp af tegen ‘het establishment’ en proberen zich democratische legitimiteit te verschaffen door ’het volk’ te vertegenwoordigen. Net als bij de PVV liggen de wortels van de partij in het liberalisme, maar is deze afkomst inmiddels grondig verloochend. In het verkiezingsprogramma van Jobbik is zelfs te lezen dat de partij een eind wil maken aan 'liberal dictatorship' en 'unrestricted cowboy-capititalism'. Daartegenover heeft Jobbik een grotere rol voor de staat in gedachten, met veel aandacht voor het Hongaarse platteland. ‘Eco-sociaal-nationale politiek’, noemt de partij het zelf.

Verrassend vertrouwd

De retoriek ten opzichte van ‘Roma-criminaliteit’ doet wederom verrassend vertrouwd aan. “The way we reason, is that Hungary has no hope of dealing with the problems it faces (…) if it may not even name what these problems are”, staat op de strak vormgegeven internationale versie van Jobbik.com. Ook over politieke tegenstanders spreekt Jobbik klare taal: “De winnaars van Fidesz zijn een product van de middelen van de Soros Foundation, onze directe tegenstanders van de MSZP zijn van oorsprong geïmporteerd uit Sovjet-Rusland, terwijl de LMP bijna geheel wordt gefinancierd door een Amerikaanse multimiljonair. En dan is nog niets gezegd over het feit dat Fidesz en de MSZP momenteel door de rechterlijke macht worden verdacht van misbruik van de Hongaarse kieswet.”

Het ‘fascistische karakter’ van Jobbik is snel ter sprake gekomen in zowel westerse als Hongaarse media. Jobbik zelf zet elke beschuldiging van fascisme en antisemitisme weg als een strategische zet van corrupte politici en afhankelijke media. Ligt hier ook een overeenkomst? Hoe het ook zij, feit is dat de Joodse gemeenschap in Budapest – de op twee na grootste van Europa – zich in de afgelopen jaren steeds sterker bedreigd voelt. De polemieken en het toenemende geweld tegen de vierhonderd- tot zeshonderdduizend Hongaarse Roma en Sinti, 5 à 6 procent van de totale bevolking, zijn zo mogelijk nog verontrustender.

Toch kan het huidige Jobbik net zo min als de PVV worden geduid als oud Hitlerisme in een nieuw jasje. Jobbik zelf bekritiseert de westerse media op dit punt scherp. “Dit scenario van Oost-Europees fascisme is te verleidelijk om niet aan toe te geven”, zo is te lezen op de website Jobbik.hu, “iets anders schrijven dan de eigenlijke problemen en zorgen van Hongarije en de feiten over Jobbik recht doet, is natuurlijk veel te veel werk."

Het onderscheid dat de PVV zo graag maakt tussen ‘het volk’ (Henk en Ingrid) en ‘de elite’ heeft in Hongarije een veel langere geschiedenis dan in Nederland. De strijd van de onbedorven, rebelse en patriottistische nationaal-populist (népiek) tegen de corrupte en arrogante stedelijke elite (urbanusók) is ooit geschapen in de Hongaarse literatuur in het begin van de twintigste eeuw. Groepen intellectuelen en schrijvers voelden zich ontdaan en verongelijkt ten opzichte van het westerse kapitalisme dat hun land overnam en in een sociaal-economisch ondergeschikte positie drong. Inderdaad muteerde dit ressentiment onder invloed van Italië en Duitsland langzamerhand tot fascisme, en ook de communisten maakten volop gebruik van populistische standpunten. Maar om populisme hierom met fascisme te identificeren is, inderdaad, onjuist.

Ondergang

Ten tijde van de communistische heilstaat werd geprobeerd de népiek tezamen met alle maatschappelijke spanning op totalitaire wijze weg te denken. Niet voor niets betekende de hernieuwde populariteit ervan in het hippe, westers georiënteerde anti-establishment in de jaren tachtig de ondergang van het communisme.

Door '89 verkreeg de rebelse volksman een aura dat de oude tegenstelling met de gevestigde orde van de urbanusók terugbracht in het centrum van het publieke debat. Dit werd versterkt doordat politieke keuze na het einde van de Koude Oorlog niet meer gebeurde aan de hand van twee externe grootmachten, en zich daarom op 'de Hongaarse natie' wierp. Ondertussen omarmden zowel de voormalige communisten als de nieuwe partijen het neoliberalisme als richtsnoer. Bij gebrek aan stof voor discussie, kon het debat niet anders dan 'naar binnen' voeren, weg van de 'inhoud', gericht op imago. Zo werd de pure, radicale nationalistische népiek na verloop van tijd de enige tegenspeler van het neoliberale pluche. Waar Orbán’s Fidesz het anti-establishment en de népiek ging vertegenwoordigen, daar vertegenwoordigde de socialistische MSZP ironischerwijs de neoliberaal georiënteerde orde.

Na de eerste, niet al te glansrijke regeerperiode van Fidesz tussen 1998 en 2002 behoorde ook deze partij volgens velen tot het establishment. Ook Fidesz deed aan vriendjespolitiek, probeerde zijn positie als machtspartij uit te buiten en werd beschuldigd van corruptie. Ten gevolge werd in 2003 werd Jobbik opgericht, als nieuwe vertegenwoordiger van het rechtse anti-establishment.

Economische toestand

Belangrijk werd Jobbik pas toen in 2006 een besloten speech van de socialistische president Gyurscány uitlekte, waarin hij de populistische gang van zijn partij en de afspiegeling van de economische toestand van het land in de afgelopen verkiezingscampagne besprak. “Natuurlijk, we logen de hele tijd in de laatste anderhalf jaar. (…) Ik bestierf het bijna omdat ik achttien maanden moest doen alsof we regeerden. In plaats daarvan logen we ‘s ochtends, ’s nachts en ’s avonds.”

Een golf van verontwaardiging spoelde over het land en op 23 oktober 2006, de herdenkingdag van de Hongaarse revolutie van 1956, ontaarde de volkswoede in een mars door de stad. In de avond greep de politie ongemeen hard in, met traangas, rubber kogels en metalen wapenstokken. "Freedom and democracy are mere words with little meaning, the country is split amid competing interests, and the police exercise a form of brutality that only the Stalinist secret police of the past could admire”, aldus een verbouwereerde westerse journalist.

Het volk was nadien voldoende geïntimideerd om de straat niet meer op te gaan. Maar Jobbik spon garen bij de situatie, als de belangrijkste politieke exponent van de mars door de stad. Genegeerd door zowel de gevestigde media, die aan de overheid waren verbonden, als de commerciële media van Fidesz, had Jobbik zich verplicht gezien zich grass roots te organiseren. Daarom wisten ze veel beter als de andere partijen de sentimenten van de gewone Hongaren te verwoorden en aan te spreken. Niet alleen over de onvrede met de regering, maar ook over de wereldwijde economische malaise waar Hongarije zwaar onder leed, en over het toenemende gevoel van onveiligheid. Bovendien konden ze zich terecht presenteren als de enige partij die werd gedragen en gefinancierd door de bevolking zelf.

Bestaande misstanden

Zeker heeft het Hongaarse populisme zeer verontrustende eigenschappen. Maar zowel in heden als verleden is het niet zo maar ‘fascistisch’ te noemen. Het wijst wel reëel bestaande misstanden aan. De Hongaarse burgers voelen zich niet gerepresenteerd in een orde van staatsgesubsidieerde partijen zonder leden; zij ergeren zich aan een hol en eenvormig discours, over democratie nog wel; zij hebben vanaf 2006 tot 2010 geleefd onder een regime dat door het overgrote merendeel van de bevolking als illegitiem werd ervaren. En waar de institutionele vorm van de democratie ten opzichte van zijn ideaalbeeld een farce wordt, daar kan democratie door radicale populisten opnieuw worden uitgevonden, en degelijk worden misvormd.

Voor gelijkenissen met de Nederlandse situatie hoeft niet ver te worden gezocht. In beide gevallen maakt populisme gebruik van de roep om democratie en werkt het als een soort lachspiegel van de heersende structuur, waarbij het beeld ervan wordt vervormd maar waarbij oorzaak en gevolg van dat beeld te dicht bij elkaar liggen om deze duidelijk te onderscheiden.

De grote kans die de opkomst van het populisme in beide landen biedt, is gelegen in de druk die het oplevert om zowel de rechtsstaat als de democratie grondig te hervormen om ze daarna beide van nieuw elan te voorzien. Dat kan alleen door een progressieve agenda te ontwerpen die zich net als de populistische scherp afzet tegen het bestaande, hol geworden bestel en zijn neoliberale ideologische achtergrond, maar tegelijkertijd goed doordacht is en werkelijke, werkbare democratische alternatieven voorstelt.

Ondertussen zal er scherp gelet moeten worden op die kleine set aan kwetsbare culturele, procedurele en institutionele waarborgen die níet hol en eenvormig zijn maar waardoor, waarmee en waarin democratie bestaat, zowel in Nederland als Hongarije. Dan is er wel degelijk emancipatie vanuit het populisme mogelijk. Maar het kan ook anders. Als we blijven steken in de welles-nietesdiscussie bijvoorbeeld, en er niet naar ressentiment wordt geluisterd. In dat geval zijn isolationisme, politics of identity, xenofobie en stagnatie niet voorkomen, maar juist aangemoedigd.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.