18 september, 2013 | Auteur: Leonie Durlinger | Beeld: Marleen Hoftijzer | Trefwoord: indonesie
Rappen voor gelijkheid op de Molukken
Wie aan rappen denkt, denkt misschien niet meteen aan de Molukse hoofdstad Ambon. Toch is de populaire muzieksoort er erg belangrijk. Daniël: “Jongeren als ik maken raps om vreedzaam te strijden voor onze rechten. Daarmee zetten we helaas wel onze eigen veiligheid op het spel.”
“De Indonesische 50-cent? Ik moet er niet aan denken!” Lacht de 26-jarige Daniël zachtjes in zichzelf. “Natuurlijk ben ik wel eens jaloers als ik die gevulde zalen zie waar hij voor staat. Maar ik moet er niet aan denken om weg te gaan van Ambon. Daar help ik bovendien de Molukken niet mee.” Daniël ziet er niet direct uit als een prototype rapper. Met zijn gebleekte jeans en afgetrapte All Stars zou hij in Nederland eerder in het rijtje ‘typische studenten’ passen. “Ach, ik ben gewoon wie ik ben. Ik ga me niet stoerder voordoen omdat ik rap. Als ik mijn buurvrouw tegenkom zwaai ik gewoon aardig naar haar. Ik ben toch geen gangster?”
Gangster zijn is dan ook niet de insteek van de carrière van de Ambonees. Daniël rapt namelijk vooral uit protest: “Mijn hele leven heb ik al te maken met oneerlijkheid. Molukkers worden zo in de steek gelaten door de Indonesische regering. Ik haat het om Indo te zijn, want wat heb ik eraan? Er is toch niemand die zich druk maakt om de Molukken.” De Indonesische regering is niet blij met de muzikale opstand tegen het regime. “Er zijn een aantal protestrappers op Ambom. We strijden voor gelijkheid en vriendschap met de rest van Indonesië. Het enige wat we terugkrijgen, is dreiging en onderdrukking. Als ik vanmiddag een rap op YouTube zou zetten, word ik vanavond nog uit bed gelicht.”
Rappen tegen de overheid is dus eigenlijk geen optie. Toch hebben Molukse protestartiesten een mogelijkheid gevonden om hun onrecht te kunnen verspreiden. Daniël vertelt er graag over: “De politie houdt niet zo van tegensprekers. Maar zolang de politie niet weet wie ze moeten oppakken, kunnen ze ook geen actie ondernemen. Daarom hebben we met alle rappers een anoniem YouTube account waar we liedjes kunnen verspreiden. Clips maken kan niet en het is ook niet slim om heel erg je eigen sound te laten horen, maar dit is wel de veiligste optie.”
Midden in zijn verhaal, houdt Daniël ineens op met praten. “Oppassen,” zegt hij: “Er zit hier politie in de zaak.” Hij knikt onopvallend naar twee agenten in burger, een paar tafels verderop. De mannen doen alsof ze rustig koffie drinken, maar kijken inderdaad verdacht veel richting Daniël. Zachtjes praat hij verder: “Ondanks dat ze niets kunnen doen zonder bewijs, houden ze ons nauwlettend in de gaten. Ik zit in het risicogebied, dus ik ben eigenlijk nergens helemaal veilig.”
Toch is Daniël niet bang om opgepakt te worden. “Je groeit op met alle onrecht, dus het enige dat je kunt doen is proberen een tegengeluid te geven. Een vriend van me verongelukte vorig jaar omdat de overheid weigert te investeren in het verkeer. Alles mag op de Molukse wegen en dat zorgt voor veel ongelukken. Zo gaat het met alles, de regering zit nu eenmaal op Java en bekommert zich niet om lokale problemen hier. Ik ben lang kapot geweest door het verdriet om mijn vriend, maar ik word er ook sterk van. Ik leef nog, dus ik heb nog de kans om dingen te veranderen. Daar wil ik dan ook hard mijn best voor doen.”
Op de vraag of die veranderingen er ooit gaan komen, begint Daniël nadenkend in zijn vruchtensap te roeren.
“Hmm, ik denk niet dat er binnen korte tijd veel verbeteringen komen. Ik hou van de Molukken, maar ik heb niet het idee dat de rest van Indonesië ook van ons houdt.” Het is even stil, maar al snel gaat hij verder: “Weet je? De protestraps zijn erg populair onder jongeren, we leren ze dat het niet zo verder kan. Ik heb er goede hoop in dat wij, de jongeren van nu, later structurele veranderingen kunnen aanbrengen in de Molukken. Misschien is het valse hoop, maar vooralsnog geeft het me wel vertrouwen in de toekomst.”
Daniël legt niet al zijn hoop in de hiphop: “Naast mijn rapcarrière studeer in ook nog voor scheikundeleraar. Dat is ook belangrijk. Kinderen moeten slim worden, zodat we geld kunnen verdienen en iets kunnen betekenen in de wereld. Alleen dan zullen we het later beter krijgen. Een baan vinden is niet makkelijk, maar ik wil kinderen leren hoe zij slimmer worden dan mijn ouders en ik. Zo probeer ik het leven op het mooie Ambon beter te maken dan het nu is.”
De naam van de geïnterviewde is vanwege veiligheidsredenen gefingeerd.