14 april, 2014 | Auteur: Eva Vloon | Beeld: Johannes De Bruycker | Trefwoord: china

De wet krijgt koks niet van de straat

Zodra het begint te schemeren in de straten van de Chinese hoofdstad Beijing verschijnen er van alle kanten zwaar bepakte mensen met scootertjes. Die scootertjes blijken meer te zijn dan alleen een vervoersmiddel; als de achterkant wordt opengevouwen ontstaat er een minikeukentje. Uit de grote zakken die de mensen op hun schouders dragen, verschijnen verschillende soorten voedsel; van groentespiezen tot broodjes met vlees. 

Sinds april 2013 is er een Chinese wet die deze straatkoks van Beijing verbiedt om zonder vergunning eten te verkopen. Volgens het stadsbestuur van de hoofdstad kan er zo beter toezicht gehouden worden op de werkwijze van de straatverkopers, wat de gezondheid van de mensen in de stad moet verbeteren. Toch blijft er met de komst van de nieuwe wet weinig toezicht op bijvoorbeeld hygiëne. Een vergunning om eten op straat te mogen verkopen is namelijk gewoon te koop. Daarnaast zijn er zijn geen eisen waaraan de koks moeten voldoen, behalve het betalen van een bedrag dat verschilt per standplaats.

Naast dat er met de nieuwe regels weinig gefocust wordt op hygiëne, is het ook nog maar de vraag of de overheid het voor elkaar krijgt om de illegale koks tot het kopen van een vergunning te dwingen. Vier maanden na het ingaan van de wet nam het aantal illegale tentjes met 11,6 procent af, maar er zijn nog steeds veel verkopers die de regels aan hun laars lappen. De vergunning die de straatkoks een vaste plaats en tijd geeft om hun eten te verkopen is namelijk duur.

“Zo'n vergunning kan ik echt niet betalen. Als ik dat geld had, was ik allang mijn eigen restaurantje begonnen”, vertelt een vrouw die een soort broodjes shoarma klaarmaakt. “Echt last van de nieuwe regels heb ik niet, ik begin altijd rond zeven uur ’s avonds met verkopen. Dan zijn de meeste agenten al klaar met hun werk en is de kans kleiner om opgepakt te worden.”

Op de hoek van een metrostation, tussen een fruitverkoper en een kastanjepoffer, staat een man met bakken met groente- en vleesspiezen. Hongerige voorbijgangers kunnen in een mandje doen wat ze lekker lijkt en dan grilt hij het. “Ik stond eerst vaak ergens anders, waar ik twee keer gearresteerd ben. Vijfhonderd RMB kostte dat me. De nieuwe regels snap ik niet. Wat is er mis met dat je overal op straat lekker eten kunt vinden? Dat hoort juist bij de Chinese eetcultuur!”

Deze eetcultuur op straat bestaat in China al enige tijd. Niet alleen de arme stadsburgers kochten hun eten op straat, ook de rijken. Zij stuurden hun bediendes de straat op om wat te halen bij een van de stalletjes in de stad en aten het vervolgens thuis op. Studente Zehua Qu woont twee jaar in de Chinese hoofdstad. Volgens haar heeft de langdurige populariteit van het straatvoedsel een simpele reden: “Het is gewoon heel lekker. Deze mensen maken recepten die al generaties lang in de familie worden doorgegeven. Ze gebruiken bijzondere kruidenmengsels en aromatische oliën. Bovendien zijn ze iedere dag met eten bezig, wat ze enorm geoefende koks maakt. Ik vind het eten vaak lekkerder dan wat je in een restaurant krijgt.”

Bij de Chinese eetcultuur denken mensen vaak aan katten en cavia's die in stukjes de pan in gaan. Het is een van de redenen waarom veel toeristen zich niet wagen aan het straateten. Volgens Qu is dat onzin. “Ik moet er niet aan denken om een hond te eten en daarin ben ik in China zeker geen uitzondering. Alleen in arme dorpen in noorden van het land schijnt het wel eens te gebeuren, maar de gemiddelde Chinees eet echt geen huisdieren.

Geen huisdieren dus op het straatmenu, maar wel andere vreemde gerechten. Afgelopen jaar waren bijvoorbeeld de ‘virgin boys eggs’ in het nieuws; eieren gekookt in urine. Volgens liefhebbers de perfecte manier om kwaaltjes buiten de deur te houden, volgens anderen vies en vol bacteriën.

Ondanks al deze kritieken, hoeft de man met de barbecue en de spiezen zich om dalende klantencijfers nog niet druk te maken, er staan iedere dag rijen mensen voor zijn kraampje. Een van de vrouwen in de rij vertelt: “Ik snap dat er regels moeten zijn, maar het is zonde om al de goede koks die de straten rijk zijn weg te sturen omdat ze geen geld hebben voor een vergunning. Ik blijf hier m’n snacks halen, of hij nou een vergunning heeft of niet.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.