24 september, 2008 | Auteur: Dorèndel Overmars | Beeld: Suzanne Jager | Trefwoord: nederland
Hij wil, kan en durft niet terug naar Irak
Irakese asielzoekers mogen niet langer automatisch in Nederland blijven. Met dit voorstel van staatssecretaris Nebahat Albayrak heeft het kabinet half september ingestemd. Dit betekent voor asielzoekers met een tijdelijke verblijfsstatus dat zij binnen enige tijd terug moeten naar Irak. Velen willen, kunnen en durven echter nooit meer terug naar hun geboorteland. Bashar is één van die mensen.
Dat vluchtelingen lang niet altijd zielig zijn, bewijst Bashar uit Irak. Ontspannen zit hij op een stoel in zijn ‘vakantiehuisje’ in een bungalowpark in Soesterberg. Hij draagt een strakke spijkerbroek, een hip wit shirt en Poema’s. Zijn haar is verzorgd, zijn huid is gebruind en zijn donkere ogen kijken vrolijk de wereld in.
Hij ziet er uit als een toerist die in deze (krottige) vakantiewoning een paar weekjes geniet van Amersfoort en omgeving. Realiteit is dat dit voormalig bungalowpark is veranderd in een Alternatieve Tijdelijke Capaciteit (ATC) en Bashar hier al zeven maanden woont. Hij heeft mazzel, vertelt hij opgewekt.
De meeste vluchtelingen wonen met zijn vijven in zo’n huisje van ongeveer veertig vierkante meter, maar hij deelt hem alleen met een vriend. "Eén jongen die hier hoort te zitten, woont samen met zijn vriendin en een ander woont in Den Haag omdat hij daar werk kon krijgen. Nu hebben mijn vriend en ik allebei een eigen kamer.” En daar genieten ze van. In het weekend krijgen ze soms bezoek, vertelt Shati. Dan wordt er gefeest, gedronken en gelachen. "De bewaarders van het terrein hebben al meerdere keren gevraagd of het dan wat zachter kan.”
Bashar is 24 jaar en leeft ook naar die leeftijd. Zijn dagen klinken heerlijk: "Ik sta meestal rond een uur of tien op, dan drink ik een kop thee en eet ik een boterham met kaas. Zoals alle Hollanders", lacht hij. Daarna fietst hij naar school en volgt tot ongeveer één uur 's middags Nederlandse les.
Vervolgens gaat hij naar huis en zoekt hij zijn maatje en huisgenoot Aram op. Ze lunchen wat en vertrekken naar een stad. "We gaan vaak naar Utrecht, Amersfoort en soms nog verder. Dan gaan we lekker rondkijken, kleren zoeken en rondhangen in het centrum. ‘s Avonds komen we terug en dan eet ik rijst met kip en Aram vlees met rijst, maar ik houd niet van vlees. Iedere dag hetzelfde ja. Heel soms eet ik een hamburger en ook wel eens wat tomaat en komkommer.
Boodschappen doet hij niet – zoals de meeste vluchtelingen- bij de Aldi in de buurt. "Ik ga naar Albert Heijn. Ik wil niets met die andere lui van het ATC te maken hebben. De meeste mensen die hier wonen komen uit Somalië en andere delen van Afrika. Wij zijn anders en gedragen ons dus ook anders.” Vluchtelingen zijn vaak arm, daar heeft Bashar niet zo’n last van. "Ik ben niet uit Irak gevlucht vanwege armoede. Ik krijg vijftig euro per week van de staat en mijn moeder stuurt soms wat geld.”
Sinds kort heeft hij een sofinummer en mag hij werken. "Ik heb een paar dagen kratten gesjouwd voor een man met een Turkse winkel. Van zes uur in de ochtend tot zes uur in de avond. Dat kostte me zowat mijn rug, echt loodzwaar. Nu verpakt hij af en toe kippen in een fabriek, maar dat vindt hij nogal saai en vies werk. "Ik weet niet hoe vaak ik daar nog naartoe ga." Bashars leven klinkt als een lange vakantie waarin hij zich gedraagt als een puber. Wie niet door die oppervlakte heen kijkt, ziet een goedlachse en een tikje verwende jongen, maar schijn bedriegt.
Vluchten voor Omar
Vragen naar de reden van zijn vlucht uit Irak ontwijkt hij geruime tijd. Zijn ogen worden donker als hij uiteindelijk begint te vertellen. Bashar is geboren en getogen in Mosul, een grote stad in het noorden van Irak. Hij leefde daar samen met zijn zusje, moeder en grootouders. Zijn vader werd opgeroepen om te vechten gedurende de oorlog tussen Irak en Iran en kwam nooit meer terug.
Op zijn twintigste runt hij samen met een vriend een muziekzaak. De winkel ligt in de hoofdstraat van Mosul, aan het einde van deze straat ligt een Amerikaanse basis. Regelmatig rijden legertanks door de straat, maar verder zet zich het leven van alledag gewoon voort. Zelf reist hij vaak naar Bagdad om dvd’s en dergelijke in te kopen.
In zijn zaak komt af en toe een man, genaamd Omar, die flinke hoeveelheden dvd’s koopt. Hij blijft altijd staan voor een gezellig praatje met Bashar en geeft hoge fooien. Op een dag vraagt Omar hem of hij in de gaten wil houden op welke tijdstippen de Amerikanen met hun tanks door de straat rijden en of hij die gegevens aan hem wil doorgeven. Bashar schrikt en zegt erover na te zullen denken.
Hij besluit het niet te doen en draait er tegenover de man een tijdje om heen. Op een dag komt hij thuis en vindt hij een briefje met de mededeling dat hij moet verdwijnen. Hij doet dit niet direct en hoopt dat de bedreigingen over zullen gaan. Vlak daarop wordt de vriend met wie hij de muziekzaak runt, doodgeschoten. Niet veel later wordt zijn moeder in haar buik geraakt door een kogel. Ze overleeft. Samen besluiten ze dat hij snel het land uit moet.
Bashar is 22 jaar als hij in 2005 alleen Irak uit vlucht. Vanuit het Noorden van het land is hij in staat de grens over te steken naar Turkije. Vervolgens is hij een paar dagen in Istanbul. Daar betaalt hij de vereiste 10.000 dollar aan een smokkelaar. Dit biedt toegang tot een vrachtwagen; zeven dagen zit hij met nog zes anderen in een afgesloten vrachtwagen. Er is weinig te eten en drinken en de tijd duurt lang. Dan is er ineens licht. Midden in Utrecht wordt hij uit de vrachtwagen gezet.
Ondertussen is hij alweer drie jaar in Nederland. Hij woonde in verschillende asielzoekerscentra en bij mensen thuis in Wassenaar, Arnhem en Soesterberg. Ondanks de omstandigheden waarin hij leeft, wil hij blijven. Hij heeft al enige tijd een Nederlandse vriendin en wil hier een toekomst opbouwen. Daarbij durft hij niet terug naar Irak. Nooit meer, want wie weet wat er dan gebeurt.
Hopen op een verblijfsvergunning
Alle vluchtelingen vanuit Irak kregen tot voor kort een tijdelijke verblijfsstatus. Sommigen krijgen vervolgens een vaste verblijfsvergunning. Voor het toekennen hiervan hanteert de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) een aantal criteria. In ieder geval moet je ‘vluchtverhaal’ kloppen . En daar schort het bij Bashar aan, volgens de IND.
Na gesprekken met twee taalanalisten is de IND er van overtuigd dat Bashar uit Bagdad komt en niet uit Mosul. Als dit waar is, valt daardoor te twijfelen aan het hele vluchtverhaal en dan maakt hij weinig kans op een vaste verblijfsstatus. "Hoe zou ik nou over zoiets als mijn geboorteplaats kunnen liegen?”, roept hij gefrustreerd uit. "Het gebeurt zeker dat mensen een ‘fabeltje’ vertellen om te mogen blijven", aldus meester Tegenbosch. De advocaat verdedigt al vijftien jaar de rechten van immigranten en hoort veel schrijnende verhalen. "Vaak hebben mensen precies hetzelfde ‘vluchtverhaal’. Mensensmokkelaars hebben hen dan verteld, dat met dat verhaal een verblijfsvergunning valt te krijgen.”
Maar het komt volgens Tegenbosch ook voor dat de taalanalyse niet klopt. "Mensen proberen vaak op dezelfde manier te praten, als zij dit kunnen. Twee Nederlandse zakenmensen zullen zo goed mogelijk ABN (Algemeen beschaafd Nederlands) spreken met elkaar. Terwijl zij in de kroeg met vrienden een plat dialect spreken.” Als de tolk van Bashar uit Bagdad kwam, zou het zomaar kunnen dat hij heeft geprobeerd met dat accent te spreken. Hij was regelmatig in Bagdad om spullen te kopen voor zijn muziekwinkel en zijn zusje studeerde daar. Dus hij zal wel wat van het accent daar hebben opgepikt. Dat gereis zou hem dus zomaar zijn verblijfsvergunning kunnen kosten."
Irakese asielzoekers mogen niet langer automatisch in Nederland blijven. Tweeduizend vluchtelingen zitten nog in de asielprocedure. Drieduizend Irakezen wonen nu tijdelijk in Nederland. De tijdelijke verblijfsvergunning die zij nu hebben, wordt ingetrokken. Maar de asielzoekers kunnen bezwaar maken. Die procedure mogen ze in Nederland afwachten.
Een onzekere tijd dus voor de goedlachse Bashar die ondertussen hard zijn best doet om te integreren. Hij gaat zelfs op zondag naar de kerk. "Ik ben eigenlijk moslim, maar was daarin nooit fanatiek. Nu ga ik naar de kerk. Het christendom is een interessant geloof en zo ontmoet ik nieuwe mensen. Het wachten en de onzekerheid is zwaar. Maar ik ben niet iemand om treurig te wachten, ik probeer te genieten van iedere dag.”