17 maart, 2014 | Auteur: Rebecca van de Kar | Trefwoord: brazilie

"Ze mogen mij geen papa noemen"

Antoon van Nooij kwam een kwart eeuw geleden naar Brazilië. De aidsproblematiek raakte hem zo, dat hij er iets aan wilde doen. Hij zette een tehuis op voor kinderen met het hiv-virus. Twintig jaar later viert Sitio Agar feest. “Van een tehuis dat kinderen begeleidt naar de dood, zijn wij een plek geworden die hen begeleidt naar de toekomst.”

De heuvel waarop het complex van Sitio Agar gebouwd is, kijkt uit over een dal. In de verte is de grote stad, dichterbij aflopende straatjes vol gekleurde huizen. Lila, geel, roze: zo met de zon erop ziet het er haast gezellig uit. Maar de tralies voor de ramen verraden een andere werkelijkheid. De buurt staat bekend om de grote drugsproblematiek. Zodra de zon ondergaat, hebben bendes hier vrij spel. Veel kinderen uit het tehuis komen uit deze buurt. Zoals Wellington, die zijn beide ouders voor zijn ogen neergeschoten zag worden. Of David, die als kleuter na een dagje bedelen zijn drugsverslaafde moeder thuis dood aantrof.

Het zijn zomaar wat verhalen van de kinderen die Van Nooij  en zijn medewerkers de afgelopen jaren onder hun hoede hebben genomen. Op dit moment wonen er zo’n vijftig kinderen, tussen de 0 en 18 jaar, in Sitio Agar. Ze krijgen er medische en psychologische verzorging, kunnen naar hartelust spelen op het grote, groene terrein en krijgen les in de leerkeuken, de bakkerij en het naaiatelier. Ze dragen het hiv-virus en zijn veelal wees, verstoten door familie, of hebben ouders die niet voor ze kunnen zorgen. “De hiv is hier niet het grootste probleem. Dat zijn de sociale achtergronden. Of zoals een kind het laatst zei 'Met de aids leer ik leven. Dat mijn moeder mij niet meer wil, dát vind ik veel erger'.” Doordat hij zelf zijn vader op zijn derde verloor, kan Van Nooij zich goed inleven in de vele ouderloze kinderen. “'Ik heb ook al zestig jaar geen papa meer', zeg ik dan tegen ze. Natuurlijk is mijn verhaal lang niet zo triest als dat van deze kinderen. Maar het helpt om te kunnen zeggen dat je ze begrijpt.” 

Twintig jaar geleden heerste er een groot taboe rond aids in Brazilië. Daardoor werden veel hiv-kinderen verstoten. “Mensen waren doodsbang voor besmettingsgevaar en vreesden dat hun huis minder waard zou worden met aidspatiënten als buren. Toen we dit tehuis net oprichtten, begon de wijk daarom zelfs een handtekeningenactie om ons te sluiten, nog voordat we geopend waren. Een ander opvanghuis in São Paulo werd zelfs in brand gestoken door de buren en ergens anders werd de eigenaar van een tehuis het ziekenhuis in geslagen. De eerste werkkracht die wij aannamen was dan ook een nachtwacht.”

Bewustwordingscampagne

Door een open houding en door veel uitleg te geven over de ziekte en het virus, wist Van Nooij de angst van de omgeving langzaam in de kiem te smoren. “We hebben heel veel lezingen en voorlichting gegeven; op scholen, in kerken en bij bedrijven. Maar ook aan de kinderen die bij ons wonen, zodat zij het door kunnen vertellen in hun omgeving. Het is vooral belangrijk om uit te leggen dat niet wíj bang moeten zijn voor besmetting door een aidspatiënt, maar eerder andersom. Juist wij kunnen ziektes overbrengen waar iemand met aids aan kan sterven.” Het vertrouwen van de omgeving werd zo stilaan gewonnen. “Nu werken er hier zelfs mensen die eerder hadden getekend voor onze sluiting. Een hele overwinning.”

Voor de oprichter zelf was het wennen in zijn nieuwe thuisland. “Vroeger hadden missionarissen dat idee van ‘Wij Europeanen zullen wel eens laten zien hoe het moet’. Die instelling heb ik nooit gehad. Wij zijn hier te gast, zeg ik altijd. De Braziliaan hoeft zich niet aan ons aan te passen, maar wij aan hen. Hoewel dat in het begin moeilijk is”, vond hij. “Maar als je niet bereid bent om je aan te passen, kun je net zo goed naar huis gaan.” Heimwee is hem vreemd. “Dat heb ik nooit. Dit is nu mijn thuis. Ik moet er niet aan denken om weer in Nederland te moeten leven. Alles is daar zo zakelijk geworden, de mens an sich is niets meer waard. Hier gaan ze veel vriendelijker met elkaar om. Wat dat betreft pas ik nu misschien wel beter in de Braziliaanse cultuur.” 

Niet alleen de taboesfeer rond aids is de afgelopen jaren verminderd, ook het aantal patiënten en virusdragers is afgenomen. Sinds de komst van de zogeheten aidscocktail, een verbeterd medicijn, worden er nu een stuk minder hiv-baby’s geboren dan twintig jaar geleden. Waar aidsremmers vroeger nog onbetaalbaar waren, verstrekt de overheid ze nu gratis aan de bevolking. "In de begintijd werd er in ons tehuis elke week wel een plekje aangevraagd voor een jonge baby. Nu gebeurt dat nog maar een paar keer per jaar.” Ook het aantal sterfgevallen in Sitio Agar is door de verbeterde medicatie aanzienlijk verminderd. “Van een tehuis dat kinderen begeleidt naar de dood, zijn wij een plek geworden die hen begeleidt naar de toekomst.”

Toch loopt het aantal hiv-besmettingen weer enigszins op, volgens Antoon. “Dat heeft te maken met een toename van het gebruik van de drugs crack. Vrouwelijke crackgebruikers met hiv raken ongewenst zwanger. Als een hiv-moeder zich tijdens haar zwangerschap medisch laat behandelen, heeft ze 99 procent kans op een gezonde baby. Doet ze dat niet, zoals vaak het geval is onder crackgebruikers, dan wordt de baby vrijwel zeker besmet geboren.”

Het toenemende crackgebruik komt niet uit het niets. Er heerst werkloosheid en armoede, waardoor mensen geen toekomst hebben. Het land gaat er in z’n geheel wel economisch op vooruit, maar ‘Booming Brazilië’ geldt niet voor iedereen. Met de gezondheidszorg en het onderwijs is het nog steeds erg slecht gesteld, vooral in staatsinstellingen. “Er zijn kinderen die de basisschool verlaten zonder te kunnen lezen en schrijven. Op de middelbare school lopen ze dan vast. Dat worden dan schoolverlaters, die vervolgens aan de crack gaan.” Met de huidige protesten in het land is Van Nooij het dan ook meer dan eens. “De overheid geeft miljoenen uit aan het WK en de Olympische Spelen, maar ondertussen gaan er nog steeds mensen dood onderweg van ziekenhuis naar ziekenhuis, omdat er nergens plek is.”

Antoon blijft positief. “Je moet altijd lichtpuntjes zien. In plaats van te zeggen wat er mis is probeer ik een beter voorbeeld te zijn. Dat probeer ik mee te geven aan de jongens en meiden hier. Natuurlijk weet je nooit of wat je doet succes heeft. Maar wat is succes? Als ik voor twee van de honderd kinderen iets goeds kan doen, heb ik al gewonnen.” Zijn liefdevolle houding naar de kinderen werpt zijn vruchten af. Het vertrouwen in Antonio, zoals hij hier genoemd wordt, is groot. Dat is fijn, maar ook lastig. “Je moet er echt voor ze zijn, maar tegelijkertijd afstand bewaren. De kinderen mogen zich niet teveel aan mij hechten, want als ze achttien zijn moeten ze hier weg. Ze mogen mij geen papa noemen, want dan verlies ik in hun ogen het recht om ze op hun achttiende de deur te wijzen. Ik kan ze moeilijk allemaal adopteren.”

De jongeren worden zo goed mogelijk voorbereid op de grote stap. Daarnaast heeft de stichting twee huizen verderop in het dorp waar jongeren na hun achttiende voor twee jaar begeleid kunnen wonen, in groep[jes van drie of vier mensen. “In dat huis moeten ze zelf leren werk te vinden, te koken en de huur betalen, wij staan stand-by als ze hulp nodig hebben.” Het loslaten van de kinderen vindt Van Nooij niet makkelijk. “We hebben veel kinderen laten gaan die later toch in drugsgebruik zijn vervallen. Je probeert ze dan nog terug te halen en te helpen, maar dat gaat niet altijd. Dan moet je ze echt loslaten. Gelukkig komen de meeste kinderen wel goed terecht, die komen af en toe nog eens langs.”

Voor de toekomst van Sitio Agar heeft Antoon van Nooij grote dromen. “We willen een huis openen voor bejaarden. We hebben altijd gewerkt met kinderen die verstoten zijn door hun ouders. Nu willen we iets gaan betekenen voor ouders die verstoten zijn door hun kinderen. Er zijn hier in Brazilië bejaarden die op straat leven, of zelfs worden opgevangen in psychiatrische instellingen of afkickcentra voor drugsverslaafden, omdat ze geen geld hebben voor een beter alternatief.” Een Braziliaanse bejaarde krijgt een uitkering van 620 reais per maand (250 euro) terwijl verblijf in een bejaardenhuis ongeveer 2500 reais kost. “Voor hen die het niet kunnen betalen, willen wij iets doen. Het huis komt op hetzelfde terrein te staan als onze kinderopvang. Zo kunnen twee groepen mensen zonder familie, iets voor elkaar betekenen. Het is onze plicht om voor hen op te komen. Niet te wachten tot een ander dit doet. Dat is wat ik geloof.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.