21 oktober, 2013 | Auteur: Stella Peters | Beeld: Stella Peters | Trefwoord: india

Vervloekte reïncarnaties: gehandicapt in India 

In het Little Tibet van India, Ladakh, is het makkelijker voor toeristen in een rolstoel om op tour te gaan in de bergen dan voor de lokale gehandicapte bevolking om boodschappen te doen in de supermarkt. Gehandicapten worden met de nek aangekeken en horen volgens een groot deel van de bevolking thuis te blijven. De activist Mohammed Iqbal werd geboren zonder onderbenen, met onderontwikkelde armen en een gedraaid lichaam. Hij kreeg al vroeg te maken met discriminatie, maar laat zich niet klein krijgen.

Met een ijzersterke wilskracht zet Mohammed Iqbal zich iedere dag in om de strijd aan te gaan met vooroordelen, met name vanuit zijn stichting People's Action Group for Inclusion and Rights (PAGIR). De uitsluiting van gehandicapten in Ladakh is deels het gevolg van de boeddhistische traditie waar een sterk geloof in reïncarnatie centraal staat. Vooral de oudere generatie gelooft dat slechte mensen als straf worden gereïncarneerd met een afwijking. Voor de familie is de geboorte van een gehandicapt kind een schande. Ze worden zoveel mogelijk binnenshuis gehouden en uitgesloten van de maatschappij.

Werknemer Nitesh Anand van PAGIR was geschokt door de behandeling die gehandicapte kinderen nog steeds ontvangen: “Toen ik in naar een klein dorpje ging zag ik een jongetje met verdraaide benen op de veranda zitten. Ik probeerde met hem te praten maar de familie moest er niets van hebben. Ze brachten hem snel naar binnen en probeerden me af te leiden. Ze schaamden zich voor hun zoon en deden liever of hij niet bestond.” Wanneer Mohammed dit verhaal hoort laait er een vuur op in zijn ogen. “Zo gaat het vaak in Ladakh, ikzelf heb erg veel geluk gehad met mijn familie”.  

Opgroeien zonder grenzen 

Mohammed had het geluk geboren te worden in een progressieve familie waar hij kansen kreeg die andere gehandicapte kinderen vaak werden ontzegd. Hij ging graag buiten spelen met buurtkinderen, hij ging kattenkwaad uithalen en mocht naar school. “Ik zocht de grenzen op en ontdekte al snel dat er voor mij geen grenzen waren”, stelt Mohammed. “Vooral op school, als ik ergens geen zin in had deed ik het gewoon niet. Ik daagde de leraren uit, maar ze negeerden me. Ik kon razen en tieren wat ik wilde. Ik werd aan mijn lot overgelaten, er werd niet gereageerd op mijn woedeaanvallen. De leraar bracht me gewoon naar huis. Ik leerde dus ook niets. Na een tijdje zo door te gaan bleef ik steeds vaker thuis.”        

Mohammed werd steeds onhandelbaarder door de speciale status die hem werd toegekend door zijn handicap. “Iemand ontzien omdat diegene een handicap heeft is ook een vorm van discriminatie. Je wordt niet serieus genomen. Ik begon me te misdragen en kreeg foute vrienden. We coachten een honkbal team voor kinderen en ik spoorde ze aan om te spijbelen. Misschien wel uit jaloezie.” Mohammed staart voor zich uit. Zijn gebrek aan educatie is zijn grootste zelfverwijt. “Mijn grootste handicap is niet mijn lichaam, maar mijn gebrek aan opleiding.”   

Samenwerken voor een toekomst 

Pas toen zijn vrienden allemaal gingen werken en gezinnen stichten werd echt duidelijk wat Mohammed dwars zat. Zonder een vaste vriendengroep was zijn uitsluiting van de maatschappij niet langer te ontkennen. Zijn vrienden waren er niet meer om hem van locatie naar locatie te dragen. Hij kwam vast te zitten in zijn kleine dorp Shey en raakte gefrustreerd. Met behulp van sociaal werkster Vidhya Ramasubban en de steun van zijn vader en grootvader startte hij een initiatief om gehandicapten bijeen te brengen en samen te werken.   

“De eerste ontmoeting met andere gehandicapten frustreerde me enorm. Ik hoorde alleen maar mensen met woede of zelfmedelijden. Iedereen onderging lijdzaam de discriminatie en bleef braaf thuis, waardoor we onze positie alleen maar verzwakten. Wat me het meest raakte was dat we door de constante denigratie zelf ook waren gaan geloven dat we niets kunnen.” Het werd Mohammed toen duidelijk dat er iets moest veranderen. “Het ging me niet alleen om het opeisen van onze rechten. We moesten iets terug doen voor de maatschappij, zodat mensen ons werkelijk zouden respecteren en we ook trots op onszelf kunnen zijn.”

Zo werd de doelstelling van PAGIR het voeren van strijd voor de rechten van gehandicapten en het verbeteren van het kwetsbare milieu in Ladakh. Via de stichting worden de uitgestrekte vlaktes van Ladakh opgeruimd en het opgehaalde vuil wordt door gehandicapten gebruikt om sleutelhangers, tassen en portemonnees van te maken. Door het creëren van werkplekken voor gehandicapten hebben velen van hen voor het eerst een salaris en dwingen ze meer respect af in hun familie. Door op deze manier te werk te gaan worden langzaamaan de negatieve associaties met gehandicapten afgezwakt. 

Toch blijft het lastig voor gehandicapten om werk te vinden. Velen hebben nooit de kans gekregen om een opleiding te volgen. Bij PAGIR wordt er nu voornamelijk handwerk gevraagd en sommigen mensen hebben daar geen zin in. Ook de sociale werkplekken die de overheid voor gehandicapten heeft gereserveerd worden niet opgevuld. Mohammed vecht ervoor om te zorgen dat dat wel gebeurt, maar het blijft lastig. “Zonder de juiste vaardigheden is het moeilijk om aan een goede baan te komen. Op onrechtvaardige positieve discriminatie zitten we niet te wachten, dat zou onze strijd voor gelijke rechten enkel verzwakken.” Om het speelveld te egaliseren heeft Mohammed een speciale school voor gehandicapte kinderen opgezet. Ze worden opgehaald en thuisgebracht en het gebouw is speciaal voor hen ingericht, waardoor toegankelijkheid niet langer een probleem vormt.  

Waar Mohammed nu voornamelijk voor strijdt, is het toegankelijker maken van de maatschappij. Sinds twee jaar is het District Disability Resource Centre (DDRC) gevestigd in Ladakh, maar er is nog weinig voorruitgang geboekt. Zo is het nog steeds onmogelijk om een rolstoel te krijgen. Maar alleen aan het gebrek aan rolstoelen ligt het niet, ook de gebouwen zijn moeilijk betreedbaar en de wegen in het berglandschap zijn smal en lopen schuin af. “Toch zou het prettig zijn om niet meer overal heengedragen te moeten worden”, stelt Mohammed. “Ik mag niet klagen. We worden inmiddels niet meer gezien als vervloekte reïncarnaties en stukje bij beetje werken we aan een toegankelijkere wereld.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.