1 juli, 2014 | Auteur: Menno Sedee | Trefwoord: kaapverdie
Rabelados: Kaapverdisch verzet in verval
In de binnenlanden van Santiago, het hoofdeiland van Kaapverdië, leeft een bijzondere bevolkingsgroep afgescheiden van de moderne samenleving. In de jaren veertig vluchtten ze voor de invloed van Portugese missionarissen. Zij noemden zich de Rabelados, wat te vertalen is als rebellen. Anno 2014 zijn de barsten in hun isolement goed zichtbaar.
Vanaf het moment dat je door het hek van het Rabeladosdorp stapt, bevind je je in een andere wereld. Het Archeon is er niets bij. Tientallen rieten hutjes met daken van gedroogde bananenbladeren kijken uit over de bergen en de zee, alsof ze er honderden jaren geleden zijn neergezet. Tussen de huisjes door loopt een halve kinderboerderij rond: geiten, kippen, hanen. Af en toe neemt een mannetjeseend een vrouwtje te grazen. Bovenal heerst er een serene rust. Het vredige gevoel doet je bijna het aangrijpende verleden van de bewoners vergeten.

Het doel van de Portugese priesters die in 1941 voet aan wal zetten in Kaapverdië, was één katholiek geloof. Zij vervingen lokale geestelijken en veranderden traditionele misvieringen en het religieuze onderwijs. Daar was niet iedereen het mee eens. Op het hoofdeiland Santiago zetten de Rabelados hun religieuze praktijken in het geheim voort. Het gevaar van vervolging, gevangenschap en deportatie naar andere eilanden lag altijd op de loer. Ze zochten onderdak in moeilijk begaanbare berggebieden. In het dorpje Espinho Branco zijn er nog zo'n vijfhonderd Rabelados.
De Rabelados leven afgescheiden van de moderne samenleving. Ze gaan niet naar school, weigeren medische hulp en verbouwen hun eigen voedsel. Ze belijden een oud-katholiek geloof. “Het geloof zoals het was vóór alle moderne aanpassingen”, volgens Ka Nhu Bai, een dertigjarige bewoner die ons rondleidt door het dorp. Hij laat in de dorpskerk – een klein hutje met kruizen aan de wand – een aantal kleine en steenoude Bijbels zien. “Deze zijn 300 jaar oud. Of ouder.” De randen van de bladzijden zijn zo rafelig dat grote delen tekst niet zijn te lezen.
Ka Nhu Bai ('Meneer, ga niet', red.) zette zich als kind af tegen de tradities van zijn gemeenschap. Nu wil hij de rest van zijn leven in het dorp blijven wonen. Hij is verantwoordelijk voor het voeren van de dieren en hij schildert. De leider van het dorp zorgt voor problemen. Op het moment van ons bezoek slaapt hij zijn roes uit. De 29-jarige chief is verslaafd aan alcohol en is altijd dronken. Dat is de reden waarom Ka Nhu Bai nu ook zelf leert lezen en schrijven. “De chief kan niet als enige verantwoordelijk zijn voor de groep”, zegt Ka Nhu Bai. “Degene die de Bijbelteksten het beste kent, kan de nieuwe chief worden.” Op tafel liggen vellen papier met Portugese gebeden die Ka Nhu Bai heeft overgeschreven van de Bijbel om te oefenen. Hij is zelf nooit naar school gegaan, maar is wel van plan zijn kinderen naar school te sturen. Voor de oudere generaties gaat dat rechtstreeks tegen de tradities van de Rabelados in. “Ik woon hier sinds 1966”, zegt een man, terwijl hij op een kleedje bonen pelt. “God heeft de wereld in tweeën gesplitst. De een leeft in hutjes, de ander bouwt stenen huizen. Jezus woonde in een hut, dus zo moeten wij leven.”

Helaas voor de man, is steen overal te zien en daar blijft de modernisering niet bij. De jeugd gaat gewoon naar het ziekenhuis. Meisjes dragen rokjes boven de knieën. Vrouwen mogen de Bijbel lezen. We horen Kaapverdische muziek uit de radio. Ka Nhu Bai heeft een mobieltje op zak, “voor als ik boven in de bergen bonen aan het planten ben”. Ka Nhu Bai wordt gebeld wanneer toeristen kunst willen kopen. Als toerist kun je nu gemakkelijk het dorp in het oosten van het eiland bezoeken. Op het centrale stenen gebouw staat met grote gekleurde letters 'Rabelarte', kunst van de Rabelados. De prijzen van de kleurrijke schilderijen, potten en poppen liegen er niet om.
Wat blijft er nog over van de afgesloten gemeenschap, als het een toeristische attractie wordt? Uitgestippelde wandelingen van zeven en elf kilometer vertrekken vanaf de poort en op een paneel wordt de geschiedenis van de gemeenschap beschreven in het Portugees en in het Engels. “Toeristen herinneren mij eraan hoe bijzonder mijn samenleving is”, zegt Ka Nhu Bai.
Het klinkt vooral als een hechte familie, waarvan de jongelingen naar de stad trekken en partners buiten de gemeenschap zoeken. Iedereen weet dat het een kwestie van tijd is voordat de familie weinig reden meer heeft om bij elkaar te blijven. De Rabelados waren ooit het symbool van het Kaapverdisch verzet tegen de Portugese kolonialisten. In 1975 werd het land onafhankelijk. Het symbool heeft zijn relevantie verloren, maar zal nog lang in de herinneringen van de Kaapverdiërs ronddwalen.