29 november, 2016 | Auteur: Katja van Nimwegen | Beeld: Rosa Hofgartner | Trefwoord: nederland
Nederlandse les
“Mag ik een verhaal over je schrijven?” Een volle minuut lang zegt David niks, ontwijkt iedere blik, denkt na. Ik heb hem net uitgelegd over mijn plan om zijn situatie onder de aandacht te brengen. Al twee maanden geef ik hem Nederlandse les, dit is de eerste keer dat hij geëmotioneerd lijkt. Alsof hij nu pas door heeft dat hij dat is: een voorlopig afgewezen vluchteling, een illegaal.
“Wat denk je, David?”
Eindelijk is hij weer terug. “Veel denken”, verklaart hij, zoekend naar woorden. “Negative, wachten.” Dan een vraag terug. “Die, Abel”. Hij wijst naar het eerste stuk op deze site. “Hoe lang nu in Nederland?”
“Vier jaar”, luidt het antwoord. Met veel geluid ademt hij uit. Dan, vastberaden. “Ik niet hier vier jaar wachten. Véél”. De woordjes ’te’, ‘meer’ en ‘meest’ krijgt hij niet in zijn hoofd, die bestaan waarschijnlijk niet in zijn taal. “Ik, na twee jaar, negative? Dan ga ik terug.”
Het is een veelzeggend zinnetje ‘Dan ga ik terug’. Waarheen? Naar Eritrea? Hij heeft uitgelegd hoe het is om daarheen teruggestuurd te worden. “Leven underground, secrety. Niet goed”. Is dat beter dan zijn leven hier?
Twee jaar geeft David zichzelf dus nog de tijd. Twee jaar lang het ritme dat hij nu heeft, van nachtopvang naar taalles, van vrienden, naar kerk, naar ‘andere docent’. Alles om bezig te blijven, van de straat, waar het koud is en de politie identiteitsbewijzen controleert.
Hij is 18 jaar en bijna een jaar in Nederland. Bij de organisatie STIL gaven ze hem het advies de politie te ontwijken en te wachten tot zijn vingerafdruk, in Zwitserland gestempeld, uit het Europese registratiesysteem verdwijnt. Dan kan hij aan een procedure beginnen en wordt ‘negative’ misschien eindelijk ‘positive’.
Het wachten valt David zwaar. Hij is afhankelijk van vrienden en vrijwilligers, ziet leeftijdsgenoten met een verblijfsvergunning aan hun toekomst werken. Maar hij blijft fanatiek Nederlands oefenen, want dit land neemt hij niks kwalijk.
Uit een mond die twee maanden eerder nog slechts Tigrigna sprak: “Je land is je land. Nederland is goed voor jou, toch?” Ik knik schuldbewust. “Eritrea is goed voor mij.”
“Was”, corrigeer ik automatisch. Ik ben tenslotte zijn docent Nederlandse taal.
Hoe overleeft een jongere zonder papieren in Nederland? Wat blijft er over als je officieel niet bestaat? Als je niet legaal mag werken, huren, studeren – wat doe je dan? Duizenden minderjarigen kwamen de afgelopen jaren naar Nederland, een deel van hen verdween uit beeld van de staat. Katja van Nimwegen zoekt deze ongedocumenteerde jongeren en schrijft het verhaal van de officieuze wereld waarin zij leven. Je kan haar helpen: door ProjectNoID te liken, volgen, delen, tips te geven en vragen te stellen die jij beantwoord wilt zien. Tips en publicaties kunnen anoniem en alle manieren van betrokkenheid worden gewaardeerd.
Om het project een boost te geven is budget nodig. Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten (www.fondsbjp.nl). Daarbovenop zou Katja graag samenwerken met fotografen, grafisch vormgevers, kunstenaars en filmmakers om het verhaal te vertellen. Via de knop rechtsboven op deze pagina kunt u Project No ID financieel ondersteunen.
De naam David is verzonnen, het verhaal is echt.