1 januari, 2014 | Auteur: Bart Crezee | Beeld: Bart Crezee | Trefwoord: china
China's wilde westen
De autobanden verpulveren de graankorrels die met grote vegen over de weg worden uitgestrooid. De dorpjes die passeren liggen midden tussen de donkerrode heuvels van China's Gansu provincie. De net aangelegde asfaltweg is de enige vlakke plek waar de dorpsbewoners de oogst te drogen kunnen leggen. Het oogstseizoen is duidelijk aangebroken voor deze Hui gemeenschap.
In de rubriek Onderweg schrijven Bart Crezee en Laura van der Reijden over hun ervaringen. Laura van der Reijden trekt van noord naar zuid van Caïro naar Kaapstad door Afrika. En Bart Crezee trekt liftend van west naar oost langs de oude zijderoute van Istanboel naar Beijing.
De Hui's zijn Chinees en islamitisch tegelijkertijd: een Chinees volk van praktiserende moslims. En dat zie je terug in het lokale straatbeeld. De huizen zijn hier zoals overal in provinciaal China gebouwd met een grote muur en een zware houten poort. Elke familie heeft haar eigen vesting. Hier en daar steekt een minaret hoog boven het dorp uit. Eclectisch als de Hui zelf, heeft de minaret de vorm van een traditionele Chinese pagode, maar prijkt er wel een islamitische halve maan op de top. Als het erop aankomt moet de halve maan plaatsmaken voor de hamer en sikkel van China's Communistische Partij. Hui-mannen met gebedshoedjes op leggen het grind voor een nieuwe weg, met billboards op de achtergrond die de kracht van het Chinese volksleger roemen.
De weg voert verder naar Langmusi, een dorp met een aanzienlijke Hui gemeenschap. Langmusi staat vooral bekend om haar twee Tibetaanse kloosters. Het mag dan officieel buiten Tibet liggen, Langmusi en andere dorpen in deze autonome deelregio hebben een sterk Tibetaans karakter. Het dorp is daarom erg populair bij toeristen die de tocht naar het afgesloten Tibet niet kunnen maken.
De Chinese toerist vormt hierop geen uitzondering. Een grote witte touringcar stopt om te tanken en biedt de laatste lift naar Langmusi. Een verzameling oudere echtparen en jonge gezinnen tuurt gretig naar buiten op zoek naar die ene kans om een kudde jaks en hun Tibetaanse herders te spotten. Fonkelnieuwe fotocamera's en felgekleurde The North Face jassen en tassen duiden hun afkomst van opkomende middenklasse uit de grote steden aan de oostkust. China's groeiende welvaart heeft tot een enorme groei in binnenlands toerisme geleid. Het collectiviteitsdenken zit echter diep geworteld in de Chinese cultuur en reizen is voor deze toeristen dan vooral ook een all-inclusive groepsactiviteit.
Bij aankomst toont Langmusi een troosteloze aanblik. Regendruppels vallen gestaag neer in steeds groter wordende plassen. Modder spat op wanneer enkele Tibetanen te paard door de hoofdstraat komen zetten. Met hun gitzwarte, ingevlochten haar en lederen cowboyhoeden lijkt het net een scene uit een oude western film. Kleine winkeltjes puilen even verderop uit met zadels, touwen en jakhuiden. Is dit China's wilde westen? In tegenstelling tot de nog westelijker gelegen opstandige provincies Tibet of Xinjiang is het centrale gezag hier goed gevestigd. De Communistische Partij zit nog altijd stevig in het zadel.
Anders dan in de klassieke wildwestfilms zijn hier geen heldhaftige revolverhelden of dramatische gevechten tussen goed en kwaad. Wat zich hier wel lijkt voor te doen is een sterk conflict tussen nostalgie en moderniteit. Zoals Amerika's wilde westen een tijdsvak was tussen het vrije pioniersleven midden in de natuur en de oprukkende moderniteit van de geïndustrialiseerde wereld, zo bevindt ook Langmusi zich in een ontwikkeling naar integratie in een moderne, grootschalige wereld. Wanneer de zon dan eindelijk weet door te breken en het fraaie weidelandschap tot zijn volle recht komt, begeven de mensen in heel het dorp zich weer op straat en wordt pas echt duidelijk hoe divers het leven hier is. Hui-mannen schuifelen al keuvelend naar de moskee, terwijl een stel Tibetaanse monniken hun gebedskralen gestaag afwerken op weg naar het honderd meter verderop gelegen klooster. Met de gebedsmolens en halve manen zo dicht naast elkaar vraag je je onbewust af wie er hier eerder waren. De Tibetanen of de Hui's?
Het is een vraag die niet ter zake doet in het Langmusi van nu. De Chinese tourgroep koopt haar entreekaartjes voor het klooster, terwijl een groepje Europeanen uit het backpackershostel een van de vele souvenirwinkeltjes binnengaat. Moslims en monniken, toeristen en dorpsbewoners, buitenlanders en Chinezen, halve manen en hamers en sikkels. In Langmusi lijkt alles door elkaar te lopen. Als twee cowboys in een duel botst hier het authentieke met het moderne, het religieuze met het economische, het lokale met het globale.
Het is het ultieme conflict van onze tijd. Het is China's wilde westen. Er mogen dan hoogstwaarschijnlijk geen spannende westerns over worden gemaakt, het is hier elk keer weer als een mentaal vuurgevecht op straat. Een botsing van tientallen werelden in dit kleine dorpje ergens in het binnenland van China.