9 mei, 2013 | Auteur: Bart Crezee | Beeld: Bart Crezee | Trefwoord: turkije
Een ontmoeting met Erdogan, Öcalan en Assad
In het zuidoosten van Turkije, aan de oevers van de rivier de Tigris en omringd door wijdse vlaktes, ligt de stad Diyarbakir, de onofficiele hoofdstad van Turks Koerdistan. Decennia lang is deze stad het bolwerk van het Koerdisch verzet tegen de Turkse staat geweest. Slechts enkele weken geleden nog verzamelden zich hier tienduizenden mensen om the luisteren naar de woorden van Abdullah Öcalan, de gevangen leider van de PKK.
In de rubriek Onderweg schrijven Bart Crezee en Laura van der Reijden over hun ervaringen. Laura van der Reijden trekt van noord naar zuid van Caïro naar Kaapstad door Afrika. En Bart Crezee trekt liftend van west naar oost langs de oude zijderoute van Istanboel naar Beijing.
Vandaag de dag is het rustig in de regio, nu de strijd vooral politiek van aard is en de PKK heeft aangekondigd al haar troepen terug te trekken in Noord-Irak. Maar de kwestie is nog overal voelbaar. In het noorden van de stad liggen grote militaire bases en geregeld vliegen er Turkse gevechtsvliegtuigen over. Wie je ook spreekt, iedereen heeft zo zijn mening. Onderweg van Diyarbakir naar het prachtig gelegen Vanmeer ontvouwt zich een keur aan ideeën en opinies. Zeker wanneer je liftend door dit gebied trekt.

Op weg. Bij een rustig tankstation in de buurt van het dorpje Silvan serveren twee jonge pompbediendes thee. Binnen toont de televisie beelden van een persconferentie van de PKK, terwijl op de achtergrond Koerdische muziek wordt gedraaid. De jongemannen zijn duidelijk enthousiaste aanhangers van de PKK. Wanneer het gespreksonderwerp op Koerdistan overgaat, maakt de meest fanatieke van de twee schietgebaren met z'n handen en roept hij met een lachend gezicht 'PKK!'. Terwijl hij de pomp bedient en afrekent met een klant toont hij een groot, rood litteken onder z'n oksel, opgelopen bij een gevecht met een mes. Omdat hij Koerd is, zegt hij.
De weg voert verder. Het landschap wordt langzaam droger en ruiger. Een goed Engels sprekende jongeman genaamd Taner biedt een lift aan. Hij is Koerd en legt uit dat het probleem vooral in de perceptie van mensen zit. "Koerd zijn in Turkije", zegt hij, "is als nigger zijn in Texas. Officieel heerst er gelijkwaardigheid, maar in de praktijk word je achtergesteld en scheef aangekeken." Vergelijkend met tien jaar geleden is de situatie wel flink verbeterd. Het is nu toegestaan Koerdisch te spreken en er zijn Koerdische radiostations, legt hij uit. Maar Koerdisch onderwijs is nog steeds niet mogelijk. Terwijl de autoradio de Rolling Stones en Pink Floyd speelt, rijdt Taner verder langs enkele grote stuwmeren die recentelijk zijn aangelegd. De Turkse premier Erdoğan gebruikte dit soort projecten als voorbeeld voor hoe er wel degelijk in het achtergestelde zuid-oosten wordt geïnvesteerd. Maar er is ook stevige kritiek op de manier hoe hele dorpen met waardevol cultureel erfgoed langzaam onder het water verdwijnen.

De weg voert verder. Drie oude mannen bieden, gastvrij als ze zijn, een kopje thee aan. Het zijn Erdoğan, Öcalan en Assad wordt er gegrapt, want de een is Turk, de ander Koerd en de derde is Arabier. Het toont aan hoe divers deze regio is. Ook hier wordt druk over politiek gesproken, zeker wanneer de naam Öcalan is gevallen. Er lijkt een soort magie van uit te gaan. Maar hoe er ook over hem gepraat wordt, de thee wordt al grappenmakend broederlijk gedeeld.
De weg voert verder. Achter het stuur van een vrachtwagen zit Nasr, half Koerd, half Turk. De wagen kruipt langzaam over de weg die nu langs bebosde bergkammen en een kolkende rivier kronkelt. Dit is het gebied waar de gevechten werden gevoerd. Dit is echt PKK gebied. Bijna elke bocht in dit strategische berggebied wordt geflankeerd door een bunker van het Turkse leger. Tanks, prikkeldraad en zandzakken zijn royaal verspreid langs de weg. Nasr schudt zijn hoofd met ongeloof. Hij is duidelijk teleurgesteld in de PKK. Volgens hem kunnen Turken en Koerden prima samenleven en wordt de PKK alleen maar gebruikt door Iran en Hezbollah. Als kind uit een Turks-Koerdisch huwelijk lijkt hij het levende bewijs te zijn.
Het landschap is mooi en ruig tegelijkertijd. Miljoenen jaren oude aardlagen zijn duidelijk zichtbaar uitgesleten door de meanderende rivier. Een ingestorte stenen brug wordt langzaam meegenomen door het snelstromende water. Een oude caravanserai, een overblijfsel van de oude zijderoute, staat op instorten. De rivier trekt zich nergens iets van aan. Handelsroutes komen en gaan. Het etnisch geweld laait op en wordt weer gestaakt. Maar het natuurgeweld gaat gewoon zijn gang. Het lijkt slechts een kwestie van tijd voor ook deze weg langzaam weggeslagen is en afgevoerd wordt door de stroom. Deze weg die verder voert, dwars door Koerdistan heen.