22 februari, 2011 | Auteur: Hagar Jobse | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: argentinie
Dwaze moeders
Al drieëndertig jaar komen zij wekelijks samen op het beroemde Plaza de Mayo in Buenos Aires: de Dwaze Moeders. Elke donderdag om half vier s'middags lopen ze hun vaste ronde om het monument dat zich op het midden van het plein bevindt. Het kleine groepje vrouwen dat in 1977 voor het eerst bijeenkwam op het plein om de toenmalige dictator, Jorge Rafael Videla, opheldering over hun verdwenen kinderen te eisen, is inmiddels uitgegroeid tot een serieuze organisatie met internationale bekendheid.
Van 1976 tot 1983 was Argentinië een militaire dictatuur. Door middel van een staatsgreep kwam er op 24 maart 1976 een einde aan het presidentschap van Isabel Martínez de Perón. De Perón werd vervangen door een militaire junta waar de opperbevelhebber van het Argentijnse leger, Jorge Rafael Videla, het hoofd van was.
De junta noemde zichzelf ‘Proces van Nationale organisatie’ en ontwikkelde in het kader hiervan een systeem om zogenaamde ‘subversieve’ (revolutionairen, red.) uit te roeien. De uitroeimethodes die de militairen toepasten logen er niet om. Aan de lopende band werden de meest gruwelijke marteltechnieken toegepast. De Argentijnse dictatuur wordt niet voor niets ook wel ‘Vuile Oorlog’ genoemd.
Van een daadwerkelijke oorlog was echter geen sprake. De militairen legitimeerden het geweld onder het mom van een interne strijd tegen terrorisme. Maar de militaire junta hield er haar eigen definitie van terrorisme op na. In 1978 verklaarde Videla aan de Engelse Times dat “een terrorist niet alleen iemand is met een vuurwapen of een bom, maar ook iemand die ideeën verspreidt die in strijd zijn met de westerse en christelijke beschaving.” Elke gewone burger liep dus het gevaar verdacht te worden van terroristische activiteiten.
De duizenden mensen die verdwenen waren dan ook afkomstig uit verschillende groepen van de samenleving. Meer dan de helft van de vermisten bestond uit arbeiders en eenentwintig procent bestond uit studenten. Hoeveel mensen er precies zijn verdwenen tijdens die periode is onduidelijk. De lichamen van de slachtoffers zijn in de meeste gevallen namelijk nooit gevonden. Volgens de Argentijnse regering betreft het slechts 13.000 verdwijningen, mensenrechtenorganisaties schatten het aantal vermisten op 30.000.
Roep om gerechtigheid
Op 30 april 1977 verzamelde een groepje van veertien vrouwen zich op het ‘Plaza de Mayo’ tegenover de Casa Rosada, waar de toenmalige dictator Jorge Rafael Videla was gezeteld. De vrouwen hadden één gezamenlijk doel: informatie verkrijgen over hun verdwenen kinderen. Videla gaf geen gehoor aan hun eis. De moeders gaven echter niet op en bleven elke week terugkomen. Het kleine groepje moeders breidde zich in de loop van de tijd uit. Op een gegeven moment liepen er niet alleen drie- a vierhonderd moeders mee in de protestmars, maar ook andere familieleden van vermiste personen. De vergaderingen die eerst bij de moeders thuis werden gehouden, verplaatsten zich naar een officieel kantoor en de moeders verkregen ook in het buitenland steeds meer bekendheid.
Wat begon als een eis om opheldering over het lot van hun kinderen, maakte plaats voor een strijd om gerechtigheid. De vereniging Moeders van het Meiplein strijdt al jaren voor het achterhalen en berechten van de misdadigers van de Vuile Oorlog. De moeders kregen verscheidene prijzen voor hun werk, waaronder de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken van het Europese parlement en de UNESCO-prijs voor vredeseducatie.
Verloren identiteit
‘Twijfels over je identiteit?’ Deze wat verwonderlijke vraag staat op de website van de Oma´s van het meiplein. Als je op de optie ‘Twijfels over je identiteit?’ klikt, word je overvallen door een nog verwonderlijker kopje, namelijk ‘Ben ik wel het biologische kind van mijn ouders?’ Wie hierover twijfelt, wordt nadrukkelijk aangeraden een afspraak te maken met de Oma´s.
De Oma´s van het meiplein proberen al jaren hun verdwenen kleinkinderen terug te vinden. De militaire junta maakte zich namelijk niet alleen schuldig aan het martelen en moorden van duizenden mensen, maar ook aan babyroof. Veel van de vrouwen die werden opgepakt waren op dat moment zwanger. Deze vrouwen werden pas na de bevalling vermoord, opdat de baby´s ter adoptie konden worden afgegeven. Ongeveer vijfhonderd kinderen werden op deze manier van hun identiteit beroofd. In de meeste gevallen werden de kinderen geadopteerd door mensen die deel uitmaakten van het regime. Om hoeveel kinderen het precies gaat, is niet duidelijk. Volgens schattingen zijn het er zo’n vijfhonderd.
Al tijdens de dictatuur begonnen de Oma´s met het opsporen van hun geroofde kleinkinderen. Inmiddels zijn er honderdtwaalf kleinkinderen teruggevonden. Door de jaren heen is de aanpak van de Oma´s steeds professioneler geworden. Ze gaan te werk met onder andere de hulp van professionele psychologen en rechtsgeleerden. “Maar we krijgen ook veel hulp van de Argentijnse bevolking bij het zoeken naar onze kleinkinderen”, vertelt Rosa Tarlovsky de Roisinblit. Rosa is één van de Moeders van het Meiplein en de vicepresidente van de organisatie van de Oma´s.
“Toen onze kleinkinderen nog klein waren, waren het vaak de buren die ons kwamen vertellen dat ze het vermoeden hadden dat het om een geroofd kind ging. Tegenwoordig is het zoeken veel makkelijker, de geroofde kinderen zijn volwassen en komen vaak zelf naar ons toe omdat ze twijfels hebben over hun identiteit. In bijna alle gevallen hebben we de kleinkinderen met hun echte familie weten te verenigen. Alleen als de ouders het kind op een legitieme manier geadopteerd hadden, bleef het kind bij de adoptieouders wonen. In de meeste gevallen, zijn de kinderen bij de ‘apropiados’ weggehaald en bij hun grootouders of ooms en tantes geplaatst.” Volgens Rosa reageren alle teruggevonden kleinkinderen anders. Sommigen zijn nooit goed behandeld door degenen die zich is als hun ouders voordeden, terwijl anderen in de loop der jaren een sterke band met hun ‘apropiados’ hebben opgebouwd, en vaak meer moeite hebben met de waarheid omtrent hun verleden.
Rosa zelf hoeft niet langer naar haar kleinzoon te zoeken. Ze vond haar inmiddels tweeëndertig jarige kleinzoon tien jaar geleden. “Ik heb wel contact met mijn kleinzoon, maar helaas is onze relatie niet heel diep”, vertelt Rosa. “Mijn kleinzoon heeft nog steeds goed contact met de vrouw die hem als baby gestolen heeft en zich jaren als zijn moeder heeft voorgedaan. Dat maakt het voor mij lastig om een goede relatie met hem op te bouwen.”
Laatste mars
Sinds het presidentschap van Nestor Kirchner in 2003 geeft de regering gehoor aan de roep om gerechtigheid. Na zijn aantreden schrapte Kirchner de amnestieregeling voor militairen en politiefunctionarissen die beschuldigd waren van moord en marteling tijdens de Vuile Oorlog. De huidige presidente, Cristina Kirchner, gaf in juli 2010 opdracht alle documenten die betrekking hebben op de Vuile Oorlog vrij te geven. De organisatie Oma´s van het Meiplein krijgt sinds een paar jaar financiële steun van de regering.
De moeders lopen nog steeds elke donderdag een ronde op het Meiplein. Echt manifesteren doen ze sinds 26 januari 2006 echter niet meer. Aangezien de regering gehoor geeft aan de roep om gerechtigheid, heeft de stille mars heeft nu slechts een symbolische functie.