12 oktober, 2010 | Auteur: Marica Crombach | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: nederland

Uitvoering van de Krakerswet is onwaarschijnlijk 

De Wet Kraken en Leegstand, ingevoerd op 1 oktober 2010, zou moeten helpen tegen de leegstand. Ook zou het een oplossing moeten bieden tegen de verharding van de krakersscène. Tot nu toe lijkt het er echter niet op dat de gemeenten van plan zijn de wet ten uitvoer te brengen.

De wet is goed nieuws voor pandeigenaren: hun eigendomsrecht van onroerende zaken wordt nu beter beschermd. Voor krakers is de wet minder voordelig; zij kunnen elk moment op straat worden gezet.  Het doel van deze nieuwe wet is het tegengaan van kraken van lege panden en tegelijkertijd het terugdringen van de leegstand van bedrijfspanden. Concreet houdt de wet in dat kraken nu een misdrijf is, in plaats van een overtreding – dat betekent onder meer dat de kosten voor ontruiming en dergelijke van belastinggeld worden betaald. En bij een misdrijf horen zwaardere straffen: een kraker kan een tot twee jaar vastgezet worden. Of een pand nu een maand, een jaar of tien jaar leegstaat, dat maakt in tegenstelling tot voorheen voor de zwaarte van de straf niet meer uit.

De wetgever wil daarnaast ook de leegstand van panden aanpakken, en geeft gemeenten daarvoor een nieuw instrument: de leegstandsverordening. Via die verordening kunnen gemeenten pandeigenaren verplichten om aan te geven wanneer een van hun panden zes maanden leegstaat. Na een paar maanden kan de gemeente dan in gesprek gaan om een bestemmingsplan te bepalen en een gebruiker van het pand voor te dragen. De reacties van met name de grote gemeenten lijken niet enthousiast.

Amsterdam, van oorsprong de gemeente met de grootste krakerscène, wil de krakers wel aanpakken via de wetgeving, maar heeft na een week slechts een einde gemaakt aan één wildkraak. Dat is een kraak van een huis dat nog geen jaar leegstaat, een vorm van kraken die ook vóór ingang van de nieuwe wetgeving een overtreding was. Over aanpak van de leegstand is de gemeente nog in beraad. Utrecht wijst voor uitvoering van de wet naar het Openbaar Ministerie (OM), bij wie de verantwoordelijkheid van de aanpak nu ligt, en geeft daarbij aan het gemeentelijke kraakbeleid niet te wijzigen. Op 6 oktober 2010 is ook bekend gemaakt dat deze gemeente evenmin de leegstand van panden wil aanpakken via de nieuwe wetgeving. Andere gemeenten, zoals Wageningen en Nijmegen, volgen de aanpak van Utrecht, en wijzen op de verantwoordelijkheid van het OM om de wet uit te voeren.

Onderzoek naar kraken

In de toelichting van het wetsvoorstel geven de drie initiatiefnemers Jan ten Hoopen (CDA), Arie Slob (CU) en Brigitte van der Burg (VVD) aan dat ze de krakerswereld steeds gewelddadiger zien worden en dat het aantal buitenlandse krakers toeneemt. De drie willen bovendien het eigendomsrecht van pandeigenaren versterken via het voorstel. Het is onduidelijk in hoeverre deze argumentatie voortkomt uit officiële analyses; sinds de allereerste kraakactie in 1964 is er geen sprake geweest van structurele research. En het enkele onderzoek dat wél is uitgevoerd, spreekt de argumenten tegen.

In 2009 heeft de afdeling Criminologie van de Vrije Universiteit in Amsterdam na veldonderzoek binnen de krakerswereld geconcludeerd dat "geweldgebruik binnen de kraakbeweging grotendeels is verdwenen." In vergelijking met de jaren tachtig is het aantal krakers bovendien afgenomen. Of er inderdaad sprake is van meer buitenlandse krakers, is daarnaast niet verifieerbaar. Zelfs fervent tegenstander van kraken en auteur van het Zwartboek Kraken (2008), Bas van ’t Wout, erkent dat er geen harde statistieken zijn. Desondanks spreekt hij van een "georganiseerde internationale beweging" en van kraakacties die steeds harder lijken te worden.

Het Witboek, opgesteld door (ex)krakers en sympathisanten, bestrijdt de aantijgingen van het Zwartboek door te wijzen op voorbeelden van gekraakte panden die "bijdragen aan het behoud van sociale huisvesting, het stimuleren van nieuwe culturele initiatieven en het beschermen van monumentale panden." De kunstmatige leegstand van panden, die de wet stimuleert, leidt bovendien tot speculatie: er wordt een schaarste gecreëerd om de prijzen van panden op te drijven.

Kritische blik van het OM

Er is niet alleen kritiek vanuit de krakerswereld zelf op de wet. In oktober 2008 heeft het OM in reactie op het wetsvoorstel een kritische en bijna wrevelige reactie gegeven, met de twijfel of de wet echt zou zorgen voor een afname van leegstand. Het advies van het OM luidt dan ook: denk er nog eens goed over na. In het Advies initiatiefwetsvoorstel Kraken en Leegstand van 24 oktober 2008 wordt bijvoorbeeld gewezen op de gebrekkige onderbouwing van de argumentatie. Dat het "te ingewikkeld" en "te duur" is om de kraakwet onder te brengen onder het civiele recht. Dergelijke argumentatie kan en mag niet ten grondslag liggen aan de onderbouwing van een wetswijziging: “Als dit waar is [dat het te ingewikkeld en te duur is, red.], dan geldt dit voor iedereen die een conflict heeft en zich genoodzaakt ziet dit conflict aan de rechter voor te leggen.” Het OM twijfelt bovendien of het daadwerkelijk beter is de kosten voor ontruiming, veroorzaakt door (bewuste) leegstand, betaald moet worden uit gemeenschapsgeld.

Ondanks al deze kritiek en weerstand is het wetsvoorstel aangenomen in beide Kamers. In de lokale politiek heeft het vervolgens veel stof doen opwaaien, omdat niet alle gemeenten het zagen zitten om over te gaan tot uitvoering. Het ontruimen van alle gekraakte panden zou duur en tijdrovend zijn. Bovendien was een vaak terugkerende vraag: is kraken daadwerkelijk een urgent probleem? In het overgrote deel van de gekraakte panden is het rustig, zijn er culturele broedplaatsen te vinden en worden er maatschappelijke activiteiten ondernomen; denk aan exposities, eetcafés, weggeefwinkels – en zelfs een incidentele voedselbank is er in opgericht.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) spreekt in haar eigen magazine (nr 21/22, wk 39) over "scepsis" en uit verbazing over invoering van de wet, juist nu er een "sfeer van acceptatie" groeit rondom het kraken. Die scepsis heeft onder meer in Utrecht, Nijmegen, Wageningen en Groningen geleid tot een aangenomen motie om uitvoering van de wet geen prioriteit te geven, en nadrukkelijk te wijzen op de verantwoordelijkheid van het OM.

Aanvankelijk leek ook de gemeente Amsterdam niet voornemens om aandacht te besteden aan uitvoering van de wet. Echter, op 4 oktober 2010 is door burgemeester Van der Laans daad bij het woord gevoegd en is een gekraakt pand aan de Spuistraat ontruimd door de ME. Het pand was enkele dagen eerder uit protest tegen de nieuwe wetgeving Kraken en Leegstand gekraakt. Een kanttekening daarbij is dat deze zogenaamde wildkraak ook onder de oude wetgeving strafbaar zou zijn geweest; het pand stond nog geen jaar leeg, en alleen na een jaar leegstand was kraken volgens die wet een mogelijkheid. Deze ontruiming is de eerste en tot nu toe, ruim een week na de invoering van de wet, enige actie van Amsterdam, hoewel in de media is aangekondigd dat alle kraakpanden ontruimd zullen worden – en daarbij gaat het om ongeveer 200 panden. Of er binnenkort nieuwe acties ophanden zijn, wil de gemeente niet vertellen.

Leegstaande panden

De nieuwe wet richt zich ook op het terugdringen van de leegstand van bedrijfspanden. In de toelichting spreken de initiatiefnemers over een leegstand van kantoor- en bedrijfspanden van minimaal 4,5 miljoen vierkante meter, eind 2007. Per gemeente lopen de cijfers uiteen, maar er wordt gesproken over leegstand tussen de 7 en 15 procent. De gemeente Amsterdam spreekt zelfs over een leegstand van 17 procent, waarvan een gedeelte structureel. De wet geeft de gemeente de mogelijkheid om een leegstandverordening in te stellen en een register bij te houden van bedrijfsruimten die zes maanden of langer leegstaan. Dit houdt in dat een gemeente pandeigenaren kan verplichten om melding te maken van panden die zo’n periode leegstaan. Vervolgens kan de gemeente na drie maanden contact opnemen met de eigenaar van een leegstaand pand om te bespreken wat het bestemmingsplan van het pand is. Als de pandeigenaar na nogmaals drie maanden geen oplossing voor de leegstand heeft aangedragen, dan kan de gemeente een gebruiker voordragen, die de pandeigenaar moet accepteren – tenzij hij binnen drie maanden zélf een alternatieve gebruiker aandraagt. Weigert hij, dan kan er een boete worden opgelegd van € 7.500,-.

Deze aanpak van de leegstand wordt door verschillende partijen niet gezien als dé oplossing. Het OM wijst in haar advies op de grote verschillen die kunnen ontstaan tussen gemeenten: in de ene gemeente kan de leegstandsverordening verplicht worden gesteld voor pandeigenaren, maar in de gemeente ernaast kan er juist van worden afgezien. Dat kan leiden tot verschillende kosten voor leegstand per gemeente – en dat terwijl een landelijke, overzichtelijke aanpak juist het streven was.

Gemeenten wijzen daarnaast op de kosten die een dergelijke verordening met zich meebrengt. Het vereist controles van panden, regelmatige gesprekken met pandeigenaren en de gemeente moet actief op zoek naar eventuele nieuwe pandgebruikers. De krakersorganisaties voegen daaraan toe dat de leegstand door deze wet juist groter zal worden, en het werkt bovendien speculatie in de hand. De prijzen van de panden zullen daardoor stijgen.

Het college van de gemeente Utrecht heeft 6 oktober bekend gemaakt dat het geen leegstandsverordening zal instellen en evenmin een leegstandregister zal bijhouden. Er zijn volgens de gemeente al voldoende middelen om de leegstand van kantoor- en bedrijfspanden in de gaten te houden. Andere gemeenten zijn nog in beraad over hoe ze om moeten gaan met de wet. Gezien de omvangrijke bezuinigingen die de komende jaren voor de lokale overheden hoogstwaarschijnlijk koersbepalend zullen zijn, is de kans groot dat deze wet geen prioriteit zal krijgen.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.