22 september, 2021 | Auteur: Ilona Dahl | Beeld: de redactie | Trefwoord: nederland
Gezocht:kunstknie zonder servicecontract
Fabrikanten van medische implantaten helpen dagelijks mee bij operaties. Wat Nederlandse ziekenhuizen exact betalen voor die service is in nevelen gehuld, zelfs voor zorgverzekeraars. Medische implantaten zijn (onder andere daardoor) duur. Over de grens zijn ze vaak goedkoper te krijgen, maar de implantaten daar inkopen lukt meestal niet: ziekenhuisinkopers stuiten op handelsbarrières van de industrie. “We zijn machteloos.”
Afgelopen jaar brachten Argos en Small Stream Media aan het licht dat vertegenwoordigers van fabrikanten regelmatig in de operatiekamer assisteren bij het plaatsen van implantaten. Uit vervolgonderzoek in samenwerking met Follow the Money blijkt nu dat de ziekenhuiskosten worden opgedreven door deze medische verkopers. Ondersteuning op de Operatie Kamer (OK) is een wapen van de industrie om implantaten duurder aan de man te brengen. Via de ondersteuning aan artsen wordt, onder het mom van patiëntveiligheid, druk uitgeoefend op ziekenhuizen om de implantaten tegen de relatief hoge Nederlandse tarieven aan te schaffen. Veel implantaten zijn in Duitsland een stuk goedkoper. Maar inkopers die over de grens spullen willen inkopen, ondervinden op meerdere fronten weerstand.
Vertegenwoordigers onmisbaar op de OK
Uit gesprekken met ziekenhuisbestuurders, inkopers en (voormalig) vertegenwoordigers van de industrie blijkt hoe ver de aanwezigheid van fabrikanten op de OK strekt. Vertegenwoordigers staan vrijwel dagelijks aan de operatietafel. Daar ondersteunen ze niet alleen de chirurg bij complexe of nieuwe technieken, maar ook bij standaardingrepen. Soms nemen de vertegenwoordigers zelfs de operatie van de arts over.
Dat laatste gebeurde op de orthopedie-afdeling in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam. Een voormalig inkoper, die tot 2017 in het OLVG werkzaam was, begreep niet waarom een kunstknie zo duur was. “Ik vroeg de fabrikant om opheldering. Ik was verbaasd toen ik te horen kreeg dat de fabrikant elke dag op de OK stond, omdat de orthopeden niet zonder de industrie konden opereren. Er was één orthopeed in het bijzonder die een bepaalde ingreep niet kon uitvoeren zonder een vertegenwoordiger aan zijn zijde die telkens vanuit de hoofdvestiging in Amerika werd ingevlogen.” De inkoper is kritisch over die relatie: “Als arts stop je met nadenken als de vertegenwoordiger jouw taken overneemt.”
De redactie nam contact op met verschillende orthopeden in het OLVG. Rudolf Poolman, unitleider orthopedie, beaamt dat op dit moment vertegenwoordigers aanwezig zijn op de OK. Maar dat gebeurt volgens hem alleen bij complexe operaties, bijvoorbeeld wanneer een implantaat voor het eerst wordt geplaatst. Fabrikanten worden dan uitgenodigd om het OK-team te ondersteunen en uitleg te geven over de niet-standaard prothese. Volgens Poolman is er in 2015 wel een korte periode geweest dat de fabrikant instructies gaf tijdens operaties. “We zijn in 2015 van kunstknie-fabrikant gewisseld en naar een nieuw implantaat gegaan. Dit was om de introductie veilig te laten verlopen.”
Toch heeft de Raad van Bestuur van het OLVG in 2017 geconstateerd dat vertegenwoordigers soms een verregaande rol spelen tijdens orthopedische ingrepen en heeft daarna actie ondernomen. “Ons standpunt is dat al onze artsen in staat moeten zijn zelfstandig te opereren en dat de behandeling niet kan afhangen van de hulp van een vertegenwoordiger. Daarom is ook besloten dat de orthopeed in kwestie de betreffende operaties vanaf 2017 niet meer mocht uitvoeren.”
Hocus pocus
Doordat artsen sterk leunen op de assistentie van een leverancier tijdens operaties, betalen ziekenhuizen in Nederland meer voor implantaten, zeggen ziekenhuisinkopers. Deze inkopers zijn verantwoordelijk voor de aanschaf van medische hulpmiddelen: van wondgaas tot pacemaker of kunstheup. De meesten willen alleen anoniem reageren, uit angst hun baan te verliezen.
Een freelance inkoper vertelt: “Ik vroeg de fabrikant waarom een nieuwe hartklep zo duur was, waarop de vertegenwoordiger reageerde, ‘U betaalt niet alleen voor het implantaat, maar ook voor ons personeel en advies.’ Het heeft een aantal jaren geduurd voordat ik eindelijk begreep dat een vertegenwoordiger onze chirurgen hielp met het implanteren van hun producten.”
Wat ziekenhuizen – en indirect dus ook patiënten – voor deze routinematige OK-ondersteuning betalen, is een black box. De redactie sprak inkopers uit veertien niet-academische ziekenhuizen, die geen idee hebben wat voor de OK-service wordt gerekend. De kosten ervan zitten verstopt in de totaalprijs van een implantaat; die proberen de inkopers met man en macht los te koppelen in de inkoopcontracten. Tevergeefs.
De operatietafel is voor de industrie dé plek om reclame te maken voor hun nieuwe producten, stelt Gert-Jan Meijer. Hij is vertegenwoordiger van Merit Medical, een fabrikant van cardiologische implantaten. Voorheen werkte hij voor orthopedische leveranciers en hielp in zijn loopbaan honderdzestig keer orthopeden bij het plaatsen van nieuwe heup- en knieprotheses. “Je staat naast de chirurg, schouder aan schouder. De mooiste positie die je maar kunt krijgen. Het is een ultiem marketingtool om artsen aan je te binden. Alles draait om relaties.”
Hoewel in Nederland de stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH) door de industrie in het leven is geroepen om ongewenste beïnvloeding te voorkomen, wordt er in de gedragscode van die stichting nergens gerept over assistentie van vertegenwoordigers bij operaties. Naar aanleiding van eerdere publicaties in dit dossier besloot Henk Bakker, voorzitter van de GMH, een verkenning uit te voeren naar de aanwezigheid van productspecialisten van medische hulpmiddelen bij operaties. “Wij willen helder krijgen welke afspraken partijen hierover maken en of er sprake is van ongewenste beïnvloeding. Aan de hand van de resultaten van deze verkenning zal de GMH beoordelen of onze huidige gedragscode voldoende waarborgen biedt of aanscherping verdient”, reageert Bakker.
“Kostenopdrijving door gunstbetoon”
Uit een Amerikaanse studie blijkt dat er een verband is tussen de aanwezigheid van verkopers op de OK en een verhoogd gebruik van de producten van de betreffende bedrijven, terwijl er goedkopere alternatieven voorhanden zijn die in kwaliteit niet onderdoen. “Er is sprake van kostenopdrijving als gevolg van gunstbetoon,” concludeert Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit. Dit is precies waarom een aantal Amerikaanse ziekenhuizen hebben besloten vertegenwoordigers niet meer toe te laten op de OK. Dat had een flinke kostenbesparing tot gevolg.
Zo heeft het Loma Linda University Medical Center in Californië jaarlijks 1 miljoen dollar bespaard: het kon de inkoopkosten van orthopedische protheses met de helft omlaag brengen. Gary Botimer, afdelingshoofd orthopedie, wilde af van de vertegenwoordigers op de OK en besloot om eigen medewerkers op te leiden. “Het kostte me twee jaar om mijn afdeling te overtuigen dit te doen. Een chirurg met aanzienlijke banden met een fabrikant nam ontslag. Ik heb veel kogels opgevangen. Maar het is heel eenvoudig om je eigen mensen op te leiden. We hebben ontdekt dat de techneuten in ons ziekenhuis veel beter zijn dan de vertegenwoordigers.”
‘Leveranciers bieden een package-deal en vertellen mij niet wat de prijs is voor hun service.’
Koen de Wijs, inkoper Rijnstate Ziekenhuis
Vrijwel alle geïnterviewde ziekenhuisinkopers zeggen geen inzage te hebben in de kale verkoopprijs, dus zonder de kosten voor deze OK-ondersteuning. Wie een uitgesplitste rekening vraagt, krijgt nul op rekest. Koen de Wijs, inkoper van het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem: “Het is mij nog niet gelukt inzichtelijk te krijgen hoeveel ons ziekenhuis betaalt voor de OK-ondersteuning. Leveranciers bieden een package-deal aan en vertellen mij niet wat de prijs is voor hun service.”
Onderzoekers van Gupta, een onafhankelijk adviesbureau voor zorgorganisaties, beschrijven in een rapport over de inkoop van ziekenhuizen dat “de verkoopmedewerkers van leveranciers over een arsenaal van verkooptactieken beschikken. Mist creëren over de prijs is daar onderdeel van, waardoor inkopers moeilijker betrouwbare prijsvergelijkingen kunnen maken.”
De redactie vroeg tien leveranciers van medische hulpmiddelen om een reactie, maar kreeg nauwelijks respons. Een woordvoerder van BiometZimmer: “Ik mag u niet te woord staan.” De telefoon wordt opgehangen. “We gaan niet in op uw vragen,” zegt de woordvoerder van Medtronic. W.L Gore: “Wij maken geen bedrijfsgevoelige informatie bekend aan de media.”
De inkoper van Ziekenhuis Groep Twente heeft een mogelijke verklaring voor die gesloten houding: “De leveranciers willen hun gouden ei niet prijsgeven. Het kost ze omzet wanneer de fabrikanten de service en het implantaat apart factureren. Nu kunnen ze alles ineen factureren en daardoor is het ondoorzichtig.”
Besparing van tonnen per jaar
Overleg tussen inkopers onderling wordt bovendien bemoeilijkt door geheimhoudingsclausules die in de inkoopcontracten zijn opgenomen. Zoals we eerder in dit dossier beschreven, zien fabrikanten de inkoopprijzen als bedrijfsgevoelige informatie. Ziekenhuizen die hierover uit de school klappen, lopen kans op hoge boetes.
Toch zijn er ziekenhuizen die onderling prijzen uitwisselen. Drie jaar geleden besloten tien ziekenhuizen die aangesloten zijn bij de inkoopalliantie IAZ de barrière te doorbreken. “Dat leidde tot furieuze reacties bij de leveranciers, die dreigden juridische stappen te ondernemen,” herinnert Ge Lemmen zich. Hij is inkoper van het VieCuri Medisch Centrum in Venlo, dat is is aangesloten bij IAZ. “Wij lieten ons niet van de wijs brengen. Als ze ons zouden aanklagen, dan hadden ze een probleem met de tien ziekenhuizen.”
Het lukt de IAZ-inkopers contracten af te sluiten met fabrikanten waarin exact staat vermeld wat een pacemaker kost en wat er betaald wordt voor ondersteuning op de OK. De inkoper van de Ziekenhuis Groep Twente kan niet in detail treden hoeveel zijn ziekenhuis betaalt voor die ondersteuning, omdat prijzen vertrouwelijk zijn. Wel kan hij zeggen dat nu de ondersteuning apart wordt gefactureerd, zijn ziekenhuis tonnen per jaar bespaart.
“We hebben de leveranciers onder druk gezet. Als ze de servicekosten niet apart in rekening zouden brengen, dreigden ze marktaandeel te verliezen”, aldus de inkoper van de ZGT.
De inkoper kreeg de cardiologen mee door met een voorstel te komen. In ruil voor hun inzet mogen ze naast standaard-pacemakers in uitzonderingsgevallen de pacemaker van hun eerste voorkeur inkopen. Ook hoeven ze opleidingen voor pacemakertechnici en congresbezoeken niet meer uit eigen zak te betalen. “Zo houden we controle op de artsen en zorgen we ervoor dat ze minder afhankelijk zijn van de industrie. Je staat pas sterk als je in een team samen met de artsen de leveranciers benadert.”
Geen van de cardiologen van ZGT was bereid vragen te beantwoorden over deze gang van zaken. De perswoordvoerder van de ZGT bevestigt namens hen de afspraken die destijds in het inkooptraject zijn gemaakt: “In zulke trajecten is het belangrijk dat er goede afstemming is tussen inkoop, technici en de betrokken artsen.” Hij voegt toe: “Onze cardiologen maken geen structureel gebruik van OK-ondersteuning door de fabrikant. Dat gebeurt alleen nog bij uitval door ziekte van personeel, of bij speciale pacemakers waarbij assistentie in verband met specifieke productkennis van de leverancier gewenst is.”
De Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC) ziet hierin geen probleem. “Bepaalde ingrepen omvatten complexe handelingen met hartkleppen, catheters, leads [draden die de verbinding maken met het implantaat, red.] en computersystemen. De productspecialisten kennen de specifieke eigenschappen van de producten en zijn van toegevoegde waarde bij het succes van de procedure en de effectiviteit van de behandeling voor de patiënt.”
Volgens de NVVC heeft het ziekenhuispersoneel kennis over ingrepen en procedures, maar beschikt ze niet over specifieke kennis over complexe producten. Hierdoor is de aanwezigheid van de fabrikant op de OK van belang om de kwaliteit van zorg voor de patiënt te garanderen.
Bij de afdeling cardiologie van het ZGT is het gelukt om het implantaat en ondersteuning in contracten los te koppelen. Bij andere vakgroepen, zoals orthopedie en hartchirurgie, niet. “Het is trekken aan een dood paard,” zegt de inkoper van ZGT. De orthopeden hebben zich in 2010 afgesplitst van de ziekenhuisgroep en zijn een zelfstandig behandelcentrum begonnen, genaamd OCON. Ze hebben een dienstverleningsovereenkomst met ZGT en maken gebruik van diverse faciliteiten van het ziekenhuis, zoals hulp bij de inkoop van orthopedische implantaten. “Het is de inkoop echter nog niet gelukt om de orthopedische leveranciers zodanig onder druk te zetten dat zij de rekening inzichtelijk willen maken,” aldus de inkoper van ZGT.
De manager bedrijfsvoering van OCON verklaart daarentegen dat er “met leveranciers sinds jaar en dag afspraken gemaakt worden waarin transparant is wat de productprijzen zijn, en welke tarieven voor diensten zoals training en technische productondersteuning vergoed worden”. Op vragen wat de tarieven zijn voor OK-ondersteuning en waarom deze onbekend zijn voor het ziekenhuis, komt geen antwoord. “Ik wil het hierbij laten,” zegt de manager van OCON.
Implantaten over de grens de helft goedkoper
Een andere besparingsroute loopt via Duitsland: over de grens zijn medische hulpmiddelen soms de helft goedkoper. De Duitse ziekenhuizen vormen namelijk een front. Ze kopen gezamenlijk producten in en creëren zo onderhandelingsmacht.
Ook leunen Duitse artsen minder zwaar op de ondersteuning van de leverancier, zeggen inkopers die implantaten uit Duitsland importeren en doorverkopen aan ziekenhuizen in Nederland. Een orthopedisch chirurg die zowel in Nederland als in Duitsland werkte bevestigt dat. “In Nederland kwamen de vertegenwoordigers om de veertien dagen langs op onze afdeling. Het waren vaak overdreven bezoekjes om ons een beetje stroop om de mond te smeren. Fabrikanten hebben niks te zoeken op de OK. Als een arts niet zonder een vertegenwoordiger kan opereren, moet hij zichzelf achter de oren krabben.”
Die innige relatie zorgt er mede voor dat implantaten in Nederland duurder zijn, stellen de inkopers. Het gaat om identieke producten, met hetzelfde artikelnummer. Logisch dus dat prijsbewuste Nederlandse inkopers met leveranciers in Duitsland bellen. Die route wordt echter versperd door een ander obstakel: afgeschermde markten. Inkopers worden vrijwel direct terugverwezen naar het Nederlandse kantoor. VieCurie-inkoper Ge Lemmen: “Leveranciers doen er alles aan om hier hun eigen afzetgebiedje te beschermen. Anders zullen hun Nederlandse vestigingen failliet gaan.”
Als inkopers toch aan goedkopere producten over de Duitse grens weten te komen, dreigt de fabrikant om artsen niet langer te begeleiden tijdens de operaties. Dit is het ultieme wapen in de onderhandelingen, omdat artsen sterk afhankelijk zijn van de aanwezigheid van een vertegenwoordiger op de OK. Hugo Keuzenkamp, nu bestuurder van het Rode Kruis Ziekenhuis Beverwijk en eerder van het Westfriesgasthuis, maakte dat rond 2012 mee. “De cardiologen waren bezorgd over de inkoop van pacemakers via Duitsland, omdat dan de gewenste ondersteuning van de leverancier tijdens operaties niet geborgd was.”
De afdeling cardiologie van het Dijklander Ziekenhuis (voorheen het Westfriesgasthuis) benadrukt in een reactie de zorgen over patiëntveiligheid: “Als cardiologen staan wij voor de veiligheid van onze patiënten en dichten we zoveel mogelijk risico’s af. In dat kader is voor ons de mogelijkheid om – met name – in acute situaties ondersteuning te krijgen een belangrijk aspect. Je kunt wel ergens iets goedkoper regelen, maar als je vervolgens in acute situaties geen hulp kunt krijgen, kan ik de veiligheid en kwaliteit van zorg niet garanderen. Uitgangspunt van de cardiologen was en is ‘Koop de pacemakers zo goedkoop mogelijk, maar zorg wel dat de service goed geregeld en geborgd is’.”
Keuzenkamp: “Uiteindelijk hebben we, met dreiging om toch via Duitsland in te kopen, een deal met de Nederlandse leverancier gesloten die ongeveer twee ton per jaar besparing opleverde.”
Ook het Jeroen Bosch Ziekenhuis hield voet bij stuk in een vergelijkbare kwestie over stents van Medtronic. Inkoper Mathieu van den Eertwegh ontdekte in 2015 dat hij exact dezelfde stent van precies dezelfde fabrikant bij een groothandel in Duitsland voor de helft van de prijs kon kopen. Cardiologen in het JBZ implanteren 1.700 stents per jaar. De Duitse inkooproute betekende een bezuiniging van ruim 400.000 euro per jaar.
Hiermee geconfronteerd weigerden de Nederlandse vestigingen van Medtronic, en Boston Scientific de prijzen naar beneden bij te stellen. Het ziekenhuis huurde daarom een inkoper in die gespecialiseerd is in de import van medische producten uit Duitsland. De fabrikanten dreigden geen ondersteuning meer te leveren. Maar daar trok het JBZ zich niets van aan. Van den Eertwegh: “De artsen konden zelfstandig, zonder de hulp van de fabrikant, de stents implanteren.” Opeens wilden de fabrikanten wel een prijsconcessie doen. Van den Eertwegh: “Ze vreesden voor het voortbestaan van hun vestigingen in Nederland en zakten met de prijs. We kochten de producten weer in Nederland, tegen Duitse prijzen.”
Desgevraagd reageren de leveranciers Abbott en Boston Scientific schriftelijk op vragen over de verschillen in prijzen van servicekosten en hulpmiddelen voor de cardiologie: “Medische hulpmiddelenbedrijven zijn geografisch zo georganiseerd dat rekening wordt gehouden met specifieke wet- en regelgeving en specifieke nationale inrichting van de gezondheidszorg. Dit om een optimale toegang tot en veiligheid van de zorg te waarborgen.”
Een woordvoerder van Johnson & Johnson Nederland beaamt dat ook prijzen voor onder andere orthopedie lokaal tot stand komen: “Onze prijzen zijn onderworpen aan het wereldwijde prijsbeleid van Johnson & Johnson. Steeds rekening houdend met de dynamiek van de lokale markt en de specifieke kenmerken van (financierings) systemen voor de gezondheidszorg.”
Andere orthopedie hulpmiddelenfabrikanten zoals Stryker en Smith & Nephew hebben niet gereageerd op vragen van de redactie.
“Overtreding van de mededingingsregels”
Fabrikanten voeren druk uit op ziekenhuizen om de implantaten tegen de hoge Nederlandse prijzen aan te schaffen.
Veel implantaten zijn in Duitsland een stuk goedkoper. Maar als inkopers over de grens implantaten willen kopen, dreigen fabrikanten om geen ondersteuning te geven tijdens operaties. Medtronic, W.L Gore en ZimmerBiomet hebben expliciet laten weten ons niet te woord willen staan. De redactie kwam echter in contact met een oud-medewerker van ZimmerBiomet die in 2020 de overstap maakte naar een andere fabrikant. Hij vindt het niet meer dan logisch dat leveranciers geen extra diensten leveren bij ingekochte producten uit Duitsland: “Ik neem aan dat je je auto, je fiets, je grasmaaier, je CV-ketel, je schoenen, je kleding ook allemaal in Duitsland hebt gekocht en voor service en garantie dan naar de Nederlandse vertegenwoordiging gaat?”
“Dreigen om geen service te leveren, is een bekende truc. Fabrikanten proberen het inkopers zo onaantrekkelijk mogelijk te maken om de producten in Duitsland te kopen,” zegt Hans Vedder, hoogleraar economisch recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dit is an sich niet verboden, maar het beperken van parallelle import en het afschermen van markten is een verregaande overtreding van de mededingingsregels. “In Europa geldt vrij verkeer van goederen en diensten. Dit is een knalharde overtreding van de mededingingsregels en een ordinaire manier om de markt te verdelen. Fabrikanten willen een nationale monopoliepositie creëren zodat ze partijen kunnen uitbuiten door hoge prijzen te vragen,” aldus de hoogleraar.
Vedder concludeert dat hier mogelijk sprake is van kartelvorming. “De Duitse producenten van medische hulpmiddelen beloven onderling af te zien van (indirecte) levering aan Nederlandse afnemers. De sancties hierop zijn niet mild en lopen al snel op van tientallen tot honderden miljoenen.” De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is voornemens een onderzoek in te stellen.
“De verantwoordelijkheid ligt bij zorgverzekeraars”
De Nederlandse Zorgautoriteit NZa verklaart wel inzicht te hebben in de prijsverschillen tussen ziekenhuizen, maar wil hierover niets kwijt. “Als we op basis van een wettelijke taak deze gegevens zouden opvragen, dan zullen we de informatie niet transparant maken naar de buitenwereld. Het gaat om een bedrijfsvertrouwelijke aangelegenheid. De kosten voor OK-ondersteuning is een bedrijfsmatige afweging waarbij wij niet tot openbaarmaking zullen overgaan,” aldus een woordvoerder.
De verantwoordelijkheid om de zorg betaalbaar te houden legt de NZa bij de zorgverzekeraars. “In het Nederlandse zorgsysteem heeft de zorgverzekeraar de rol om de juiste zorg tegen een goede prijs in te kopen. Het is dus primair aan zorgverzekeraars om ervoor te zorgen dat de zorg betaalbaar blijft. Zo kunnen zorgverzekeraars lagere tarieven afspreken als ze vinden dat ziekenhuizen niet scherp genoeg onderhandelen over de kosten van implantaten. Wellicht kunnen ze op landelijk niveau implantaten inkopen of ze kunnen de zorg in het buitenland inkopen.”
Maar uit navraag bij de vijf grootste zorgverzekeraars van Nederland blijkt dat zij ook geen zicht hebben op de prijzen van implantaten en kosten voor OK-ondersteuning. “We staan machteloos,” zegt Joerie Mulder, regiomanager medisch specialistische zorg van DSW Zorgverzekeraar. “Als er bijvoorbeeld voor een nieuwe knie 8.000 euro wordt gedeclareerd, hebben wij geen zicht op welk materiaal er is gebruikt, welke kunstknie er in de patiënt is geplaatst en of dat met of zonder ondersteuning van de leverancier is gebeurd. De rekening is totaal niet transparant.”
Jascha Hagendoorn, woordvoerder van zorgverzekeraar VGZ, vult aan dat het niet transparant maken van de kosten en prijsstelling van implantaten voortkomt uit het feit dat afspraken moeilijk vergelijkbaar zijn. “Het op deze manier vormgeven van de afspraken herkennen we als een bewuste strategie van fabrikanten.”
Joerie Mulder van zorgverzekeraar DSW weet dat vertegenwoordigers chirurgen helpen bij operaties. “Bij ons werken artsen die gezien hebben hoe fabrikanten vergaande handelingen uitvoeren op de OK, waarvoor ze niet gekwalificeerd zijn. Ook spreken we artsen uit het veld die deze praktijken bevestigen. Dit vinden wij veel kwalijker dan de intransparantie over de prijs.”
In het buitenland zorg inkopen, zoals de NZa oppert, is bijna onmogelijk, stellen beide zorgverzekeraars. Het is hen bekend dat leveranciers de import vanuit het buitenland tegenhouden door te dreigen de OK-ondersteuning te staken. Joerie Mulder van DSW: “De fabrikanten verschuilen zich achter het argument dat medische veiligheid anders in het geding komt. Als ze geen gebruik maken van de OK-service, zijn de risico’s voor het ziekenhuis. Ziekenhuizen zwichten onder deze druk en de leveranciers zijn verzekerd van hoge Nederlandse tarieven.”
Een medisch adviseur van een zorgverzekeraar zegt: “We maken ons zorgen dat artsen bij operaties afhankelijk zijn van een techneut van de fabrikant. Daar wringt iets. Want wie is er verantwoordelijk als tijdens de ingreep iets mis gaat? Fabrikanten maken zich onmisbaar op de OK en vertonen monopolistengedrag. Met als gevolg dat de prijzen van implantaten stijgen, wat bijna niet meer te corrigeren valt aan de onderhandelingstafel.”
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).