8 oktober, 2013 | Auteur: Laura van der Reijden | Beeld: Laura van der Reijden | Trefwoord: zuid-afrika
Een Afrikaner hart
Genoeg tijd om verhalen te vertellen is er wel. De treinrit van Dar es Salaam in Tanzania naar Kapiri Mposhi in Zambia duurt ongeveer twee dagen. Miller en zijn vriend Coby hebben geluk, want zij gaan maar tot het Selous Natuurreservaat, net voor de Tanzaniaanse grens. Om de spraakzaamheid te bevorderen is er drank in de restaurant-wagon en er wordt stiekem gerookt. Terwijl Miller zijn vierde flesje bier in één uur opent vertelt hij over zijn voorliefde (en soms doorschemerende haat) voor Zuid-Afrika.
In de rubriek Onderweg schrijven Bart Crezee en Laura van der Reijden over hun ervaringen. Laura van der Reijden trekt van noord naar zuid van Caïro naar Kaapstad door Afrika. En Bart Crezee trekt liftend van west naar oost langs de oude zijderoute van Istanboel naar Beijing.
Miller is al veertien jaar ‘headranger’ in verschillende safariparken in Afrika. Oorspronkelijk komt hij uit Zuid-Afrika, Johannesburg om precies te zijn, en dit is de plek waar zijn hart ligt. Miller spreekt Zuid-Afrikaans, Engels en Zoeloe. Zijn beste vrienden zijn Zoeloes en zijn opa was naar eigen zeggen een swartman. Toch is de verhouding tussen blanken en zwarten in Zuid-Afrika nog vaak een heikel punt.
Miller heeft hele mooie verhalen over dit tegenstrijdige Zuid-Afrika, maar ook erg pijnlijke. Terwijl Coby, die ook uit Johannesburg komt, hem soms bijvalt in zijn relaas vertelt hij een volgens hem jammer genoeg veel voorkomend verhaal. “Mijn oma werd op 74-jarige leeftijd vermoord door vier zwarten”, begint hij. Ze drongen haar huis binnen om kostbare spullen te stelen. Het waren drugsverslaafden en ze hadden geld nodig voor hun volgende shot. Het enige kostbare bezit wat Miller’s oma had was haar trouwring. Deze heeft ze met haar leven beschermd en uiteindelijk ook met haar leven moeten bekopen.
Het zou makkelijk zijn om zwarten hierdoor te zijn gaan haten, maar dit doet hij niet, zegt Miller. Het was uitgerekend een zwarte die de mannen die zijn oma hadden vermoord heeft aangegeven bij de politie. Met een veelzeggende blik in zijn ogen verklaart hij: “Ik haat geen swarten, ik haat mensen zonder moraal.” Het zijn volgens hem deze mensen die Zuid-Afrika naar de filistijnen helpen – de mensen die niet vechten voor familie, land of eer, maar voor geld en snel gewin. Dit kunnen zowel blanken als zwarten zijn.
Waar Zuid-Afrika meer van nodig heeft is volgens Miller duidelijk: educatie en welwillende buitenlanders. “Als dat wegvalt gaat alles naar de klote”, zegt hij. De zwarten die zijn oma hebben aangevallen zijn volgens hem aanhangers van het ANC, het Afrikaans Nationaal Congres. Hier zit het probleem ook – de regering functioneert niet naar behoren en er is ook geen goed moreel fundament in de samenleving. Maar nogmaals, hier schort het aan bij zowel zwart als wit.
Wanneer de trein het Selous Natuurreservaat nadert is Miller van coupé veranderd. Hij zit zijn laatste minuten in de trein uit op zijn gereserveerde plekje in de tweede klas, tussen allemaal zwarte mensen. Hij heeft een klein Afrikaans meisje op schoot waar hij mee speelt alsof het zijn eigen dochter is. Hij spreekt haar toe in het Zoeloe, terwijl hij haar kinderknuistje met zijn grote, witte handen omsluit. Miller kust het meisje op haar voorhoofd. “Jij en ik”, vertrouwt hij haar als afscheid toe, “wij zijn familie”.