8 juli, 2013 | Auteur: Bart Crezee | Beeld: Bart Crezee | Trefwoord: iran
Een huis van kracht in Iran
Zijn armen gaan op en neer op het ritme van de grote trom. Zijn bejaarde aderen drukken krachtig tegen de verweerde, donkere huid. Maar zijn gezicht vertoont geen spoor van vermoeidheid. Deze man is boven de zeventig, maar hij beweegt als een jonge twintiger. De reden voor zijn vitaliteit: zurkaneh, de nationale sport van Iran.
In de rubriek Onderweg schrijven Bart Crezee en Laura van der Reijden over hun ervaringen. Laura van der Reijden trekt van noord naar zuid van Caïro naar Kaapstad door Afrika. En Bart Crezee trekt liftend van west naar oost langs de oude zijderoute van Istanboel naar Beijing.
De muziek zwelt aan. Het wordt langzaamaan drukkend warm in de gymnastiekhal. Steeds meer mannen voegen zich in een kring in de ronde kuil die het middelpunt vormt. Sommigen oud en met een buikje, anderen jong en gespierd, allen wachtend tot het echte werk gaat beginnen. Dit is zurkaneh, of wat de Iraniërs in het Perzisch zowel 'oude sport' als 'huis van kracht' noemen. Een oude
sport is het zeker, bijna zo oud als de Perzische beschaving zelf. Het is een sport die tradities uit vele eeuwen herbergt; een sport die een spiegelbeeld van de huidige natie lijkt te vormen. Want net als Iran zelf is zurkaneh een fascinerende mix van invloeden. Het is een combinatie van muziek, zang en beweging, van kracht en lenigheid, van oud en nieuw, van islamitische en Perzische tradities, maar bovenal is het een sport van normen en waarden.
De Perzische geschiedenis is overal in verweven. Alles heeft een betekenis: naast de zware houten knotsen die op en neer worden getild, zijn er de houten plankjes, symbool voor het zwaard, die worden gebruikt als steunpunt voor opdrukoefeningen. Zware houten platen, de schilden, worden liggend boven het lichaam geheven. IJzeren kettingen worden boven het hoofd woest heen en weer geschut, zij symboliseren de pijl en boog.
De basis van zurkaneh bestaat uit herhaalde bewegingen op het ritme van de muziek. De man achter de grote trom is de leider, hij bepaalt het tempo en het ritme. Terwijl hij speelt worden de verschillende onderdelen beoefend om de persoonlijke kracht en sportiviteit te versterken. Tijdens officiele wedstrijden is er vervolgens een jury die, op basis van vaardigheden, kracht en sportieve houding, punten toekent. Maar niet vandaag. Vandaag wordt er geoefend. Uiteindelijk is niet het winnen, maar persoonlijke groei, het belangrijkste in deze sport.
De tromleider luidt een bel: het signaal dat een nieuwe atleet het heilige 'huis' wil betreden. Rollah komt met gebogen hoofd onder de lage deurpost door. Iedereen wordt hier bewust gedwongen tot een nederige binnenkomst, zelfs de regerend en meervoudig wereldkampioen. En terwijl de tromleider een nieuw lied inzet, 'In de naam van Allah, de genadige..', betreedt Rollah de ronde kuil en raakt kort de heilige grond aan. Zijn zwarte shirt met daarop een gouden één gedrukt zit strak om zijn gespierde, bruine bovenlijf heen. De wereldkampioen is 26 jaar oud en in het dagelijks leven student werktuigbouwkunde. Tevens is hij aanvoerder van het Iraanse nationale team. Zurkaneh wordt beoefend in 62 landen, maar de basis ligt hier, in het oude Perzië.
Rollah gaat rond in de kring van mannen en vraagt aan iedereen toestemming om het middelpunt in te nemen. Zelfs deze wereldkampioen kan niet zomaar de trainingsruimte domineren: gelijkwaardigheid is één van de centrale deugden. De mannen, jong en oud, vaders en zonen, professionals en amateurs, knikken één voor één instemmend. Een blik van Rollah naar de muziekleider (zijn coach) is voldoende: de tromslagen zwellen aan in kracht en snelheid, Rollah draait enkele keren rond om in het juiste ritme te komen en dan begint hij met uitgestrekte armen als een tol rond te spinnen op zijn blote voeten. Muziek en beweging zijn op elkaar ingespeeld en lijken in elkaar over te vloeien. De trom bepaalt Rollahs snelheid, Rollah bepaalt het ritme van de trom. Voor een haast oneindig lijkende vier minuten spint zijn lichaam rond in de kring van mannen die zachtjes meebewegen op het ritme. En dan, met een slag op de trom, is het abrupt over. De doffe dreun sterft weg, terwijl Rollah enkele keren nadraait en tot stilstand komt. Twee keer per dag oefenen heeft zijn lichaam aan de plotselinge versnellingen laten wennen. Onder een beheerst applaus neemt hij zijn plek in de kring weer in.
De tromleider begint aan een nieuw lied en een nieuwe beweging wordt door de vier oudste mannen ingezet: ze zwaaien met hun armen rond hun lichaam. Onder hen is een man van in de zeventig, zijn witte shirt losjes hangend om zijn magere lijf. Hij verloor zijn zoon als martelaar in de Iran-Irakoorlog in de jaren tachtig, een oorlog die tot op heden een diepe invloed op de Iraanse samenleving heeft. Bijna elke Iraniër heeft wel familieleden verloren in die oorlog en ook vandaag nog hangen de portretten van de martelaren als herinnering op elke straathoek. Tot aan die oorlog was de oude man een verslaafde man geweest, zonder kracht en zonder respect. Maar het verlies van zijn zoon leidde tot een radicale ommekeer. In het huis van kracht begon hij met zurkaneh en sindsdien is hij niet meer gestopt. Als één van de oudste en meest gerespecteerde atleten in de kring is hij het voorbeeld van hoe deze oude sport werkelijk een 'huis van kracht' is. Fysiek krachtig op een hoge leeftijd en mentaal krachtig na het verlies van zijn zoon is dit huis zijn nieuwe thuis geworden. Door mensen zoals hij en Rollah lijkt deze eeuwenoude sport nog steeds even levendig en krachtig in het moderne Iran.