1 april, 2019 | Auteur: Sabine Wiegerink | Trefwoord: nederland

De Dublin IV verordening:Werk in uitvoering 

Mensenhandel, of human trafficking, is een groot probleem voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) in heel Europa. Kinderen die niet worden begeleid door een voogd zijn makkelijke slachtoffers voor handelaren. Zelfs in opvangcentra zijn ze niet veilig, want ook daar worden ze weggelokt om vervolgens verhandeld en uitgebuit te worden. In Nederland is daarom in 2016 een nieuw opvangmodel geïntroduceerd en ook de rest van de EU is bezig de regelementen rondom AMV’s te verbeteren, zodat deze kinderen veilig in de lidstaten kunnen verblijven zolang hun asielprocedure loopt.

EU-landen sloten al in 1990 in Dublin een overeenkomst om de omgang met immigranten in Europa te regelen. Sindsdien is er zowel in Europa als in het Dublin regelement een hoop veranderd. Een voorstel voor een inmiddels vierde aanpassing, de zogenoemde Dublin IV verordening, werd in 2016 gedaan, maar de onderhandelingen zijn nog niet voorbij. “Het doel is om zo snel mogelijk tot een overeenkomst te komen, maar dat duurt altijd even”, aldus persvoorlichter Markus Lammert van de Europese Commissie. “Zo werkt het nu eenmaal.”

Verbetering van de opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen is belangrijk om deze kwetsbare groep zo snel mogelijk een veilig thuis te kunnen bieden. In Dublin IV zijn drie veranderingen aangedragen om de veiligheid van alleenstaande minderjarigen te bevorderen.

Voorheen was het EU-land waar een familielid van het kind legaal woont verantwoordelijk voor de asielaanvraag van het kind. Als er geen familieleden aanwezig waren, dan was het land waar het kind asiel aanvroeg de verantwoordelijke. In de nu nog geldende Dublin III verordening wordt niet gespecificeerd of het gaat om de eerste asielaanvraag in Europa, of de meest recente.

Het Dublin IV akkoord

Dublin IV moet verduidelijken dat de lidstaat waar een alleenstaande minderjarige vreemdeling zich als eerst aanmeldt voor internationale bescherming, verantwoordelijk is om deze bescherming te bieden, tenzij dit niet het beste is voor de AMV. Het akkoord moet ervoor zorgen dat de procedure sneller kan beginnen, aangezien sneller duidelijk is welk land de verantwoordelijkheid moet nemen om de AMV op te nemen. Een snellere procedure betekent dat het kind sneller op een veilige plek terechtkomt en dus beter beschermd kan worden tegen bijvoorbeeld mensenhandel.

Daarnaast is de samenwerking tussen EU-lidstaten erg belangrijk om bijvoorbeeld het vinden van familieleden van de AMV beter mogelijk te maken. Het Dublin III akkoord stelde dat het verantwoordelijke land verplicht is op zoek te gaan naar ouders, broers of zussen, of andere familieleden in Europa. In Dublin IV is dit aangepast. Het concept broers en zussen is geen onderdeel meer van het akkoord, er wordt simpelweg gesteld dat gezocht moet worden naar familieleden.

Het samenbrengen van een minderjarige met zijn of haar familie in Europa is van groot belang bij het beschermen van een kind, dus zodra er familie is gevonden begint een proces om te bepalen of het gevonden familielid in staat is om voor het kind te zorgen. Mocht dit zo zijn, dan wordt het kind verplaatst naar het land waar de familie zich bevindt en wordt dit land verantwoordelijk voor de opvang en asielaanvraag van de minderjarige.

Mocht uit de procedure blijken dat het voor een AMV het best is om verplaatst te worden naar een andere locatie, dan moet volgens het Dublin IV akkoord eerst worden gezorgd voor een veilige en goede opvang in het land waar het kind naartoe verhuist. Dit is de verantwoordelijkheid van de lidstaat waar het kind zich op dat moment bevindt. Daarnaast moet het verantwoordelijke land ook verzekeren dat het nieuwe land de nodige maatregelen voor de asielaanvraag van het kind op tijd treft. Deze regel is opgesteld om het verplaatsen van alleenstaande kinderen zoveel mogelijk te ontmoedigen.

Het overleg van de Europese Commissie over Dublin IV gaat voornamelijk over welk land de verantwoordelijkheid voor een AMV op zich moet nemen. “Solidariteit en verantwoordelijkheid zijn de sleutelwoorden”, zegt voorlichter Markus Lammert. De landen zijn het er nog niet helemaal over eens en het is volgens de persvoorlichter nog niet duidelijk wanneer er overeenstemming zal zijn.

AMV’s in Nederland

Op nationaal niveau worden er ook maatregelen getroffen om de opvang van AMV’s te verbeteren. Stichting Nidos en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) voerden in 2016 een nieuw opvangmodel AMV’s in. Het doel hiervan is een kwalitatief betere opvang voor deze kwetsbare groep, door onder meer kleinschaliger opvang, beter onderwijs en meer aandacht voor de overgang van minder- naar meerderjarigheid. Dit vernieuwde model werd in 2018 geëvalueerd. Hierbij is voornamelijk gelet op veiligheid in de opvanglocaties, begeleiding en onderwijs.

De conclusie is dat er verbetering is geweest, maar dat bepaalde doelen nog niet zijn gehaald. Vooral de overgang van 18- naar 18+ blijkt zorgwekkend te zijn. Zodra een jongere 18 wordt, is hij of zij officieel geen alleenstaande minderjarige vreemdeling meer, maar een ‘gewone’ asielzoeker. Een maand na de 18e verjaardag stopt dan ook officieel de begeleiding door Nidos.

Het doel van een kleinschaliger opvang is om AMV’s beter voor te bereiden op zelfstandigheid, aldus Elsbeth Faber van Stichting Nidos. In praktijk blijkt dit doel niet altijd te worden behaald bij het bereiken van meerderjarigheid. Ex-AMV’s met een verblijfsvergunning die 18 zijn geworden moeten overstappen van een internationale schakelklas naar regulier onderwijs of naar een inburgeringscursus. Daarnaast verandert ook hun huisvestingsituatie. Er wordt van ze verwacht dat ze zelfstandig kunnen zorgen voor een opleiding, inkomen en huishouden, al blijkt dit in werkelijkheid vaak niet zo te zijn.

Onderwijs

Voor ex-AMV’s zonder verblijfsvergunning is de stap naar 18+ nog groter. Ze komen terecht in een asielzoekerscentrum met andere volwassenen en worden voorbereid op terugkeer naar het thuisland. Hun opleiding wordt niet meer begeleid en ook veilige opvang in het land van herkomst is niet langer de zorg van Nederland. Hoewel deze jongeren officieel geen minderjarigen meer zijn, is het gevaar op mensenhandel en uitbuiting natuurlijk niet van de ene op de andere dag geweken. Deze groep vluchtelingen is nog steeds erg kwetsbaar en veel van hen hebben nog behoefte aan extra begeleiding. Dit is dan ook zeker een aandachtspunt dat uit het rapport is gekomen.

Een ander punt van zorg is het onderwijs. Het nieuwe opvangmodel maakt onderscheid in de opvang van AMV’s mét en zonder verblijfsvergunning, omdat hun wensen en behoeftes anders zijn. In het onderwijs wordt dit onderscheid niet gemaakt: alle AMV’s zitten bij elkaar in een internationale schakelklas ook al is er verschil in hun behoeftes.

Kinderen die op hun punt van meerderjarigheid staan en die terug moeten naar hun thuisland hebben bijvoorbeeld meer aan een praktische opleiding, omdat ze in hun thuisland waarschijnlijk geen opleiding meer zullen volgen en dus beter vaardigheden kunnen leren die ze in een werksituatie kunnen gebruiken. Het onderwijs zou  volgens de inspectie meer moeten worden afgestemd op de capaciteiten en ambities van de kinderen.

Wat betreft veiligheid blijkt dat het invoeren van kleinschalige opvanglocaties een positief effect heeft. De intensiteit van de begeleiding is dan hoger en signalen van mensenhandel kunnen makkelijker en sneller worden opgepikt. Sommige geïnterviewden geven in het evaluatierapport van de overheid aan dat de bezetting van de begeleiding te laag is om de veiligheid van begeleiders en AMV’s te kunnen waarborgen.

Er wordt dus zowel op Europees als op nationaal level gewerkt aan een betere opvang voor AMV’s. Dit is van groot belang om de kinderen te beschermen tegen mensenhandel. Als er geen ouders zijn om voor ze te zorgen, zullen Nederland en Europa moeten opstaan om deze taak op zich te nemen. Er wordt stapsgewijs vooruitgang geboekt, maar het blijft werk in uitvoering.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.