14 oktober, 2009 | Auteur: Nick Ottens | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: wereld
De oorlog van morgen is hybride
In de methoden van oorlogsvoering zijn sinds een paar jaar nieuwe ontwikkelingen opgetreden. Moderne technieken en wapens worden tegenwoordig gecombineerd met ouderwetse strategieën en andere denkwijzen. Visie blijft echter dé manier om de vijand te verslaan.
Begin 2006 namen Nederlandse troepen onder de vlag van International Security Assistance Force (ISAF) de provincie Uruzgan in. De Nederlandse soldaten hielpen met de bouw van wegen en scholen en met het trainen van het Afghaanse leger om zo te zorgen dat de bevolking voor Westerse vrede en veiligheid verkoos boven de Middeleeuwse staat die de Taliban hen bood. In deze periode voerde in Den Haag hearts and minds-retoriek de boventoon. Kolonel Hans van Griensven verklaarde het een jaar later als volgt: "Wij zijn hier niet om de Taliban te bevechten.Wij zijn hier om ze irrelevant te maken."
Slechts twee maanden na de uitspraak van Van Griensven werd een konvooi in Tarin Kowt slachtoffer van een zelfmoordaanslag waarbij soldaat Timo Smeehuijzen om het leven kwam. Daarnaast verongelukten tien Afghaanse kinderen. De volgende morgen werden drie politieposten rondom de stad Chora bestormd door de Taliban. De Afghaanse troepen en de aanwezige Nederlanders werden de stad ingedreven waar Van Griensven hen beviel stand te houden tot diezelfde avond versterking kon arriveren. De Slag bij Chora volgde. De inzet van Nederlandse helikopters, straaljagers en artillerie tegen honderden Talibanstrijders, was precies het gevecht dat Van Griensven had willen voorkomen.
Deze slag was een voorvertoning van een manier van oorlogsvoering die door de Amerikanen hybrid warfare wordt genoemd. Hierbij combineert de vijand conventionele middelen met terreur en criminele activiteiten. Deze strijdwijze wordt tot op de dag van vandaag voortgezet in onder andere Afghanistan en Irak. Ook landen als Colombia, Israël en Pakistan hebben ermee te kampen. Een geslaagd voorbeeld van een tegenactie, komt van Sri Lanka.
Begin dit jaar liet het Sri Lankaanse offensief de Liberation Tigers of Tamil Eelam (LTTE, beter bekend als de Tamiltijgers) zien wat nodig is om een hybride vijand te verslaan. De ingrediënten zijn: een onverstoorbare politieke wil die zich niet laat afleiden door de publieke opinie of internationale druk; een resolute weigering om met vijanden te onderhandelen; een tweezijdige uitwisseling van informatie tussen bevel en grondtroepen; een gehele operationele vrijheid voor het leger met de nadruk op jonge commandanten en nieuwe inzichten. Door deze onwrikbare opstelling was het leger in staat om binnen afzienbare tijd de vijand de genadeslag toe te brengen.
Bij de Sri Lankaanse aanpak was weinig zorg te herkennen voor de vele gesneuvelde burgerslachtoffers. De vraag is of een genadeloze strategie overal werkt. Wat bijvoorbeeld te denken van de Russische veroveringspoging van Afghanistan in de jaren tachtig? De Russen bekommerden zich nauwelijks om collateral damage. Ondanks hun superieure oorlogsmachines waren zij niet opgewassen tegen de scala van tactieken dat het Afghaanse verzet aanwendde. Dankzij de aanzienlijke technologische vooruitgang kan irregular warfare echter veel beter worden beoefend door moderne legers: denk aan satellieten en precisiebombardementen.
Soms wordt beweerd dat de genadeloze strategie op de lange termijn minder slachtoffers eist. De huidige counter-insurgency-strategie in Afghanistan is er nog altijd op gericht om de bevolking voor de coalitietroepen te winnen. Deze aanpak is tijdrovend en kent geen zekerheid. Zo werden tijdens de Slag bij Chora burgers door de Taliban gedwongen om mee te vechten. Wie weigerde werd geëxecuteerd. Burgers worden als menselijk schild gebruikt. Coalitietroepen moeten telkens de afweging maken of het doden van burgers het uitschakelen van een vijand waard is. Hoe langer het conflict voortduurt, hoe meer burgers de dood vinden.
Ondanks weerstand van traditionele militairen en politici in Washington, tracht minister van defensie Robert Gates de Amerikaanse strijdmachten voor te bereiden op de oorlogsvoering van de toekomst. Stappen worden ondernomen om het land tegen een zogenaamde cyberwar te beschermen. Desondanks stelt Generaal James Mattis van de NAVO, dat de Verenigde Staten nog onvoldoende voorbereid zijn op het voeren van hybride oorlogen.
De grootste verandering die moet plaatsvinden is die in denkwijze. Mattis noemt improvisatie als de belangrijkste eigenschap van een soldaat en van een strateeg. De krijgsmacht van de 21ste eeuw moet voorbereid en toegerust zijn op een vijand die alle mogelijke middelen aanwendt om de strijd zo lang mogelijk voort te zetten. Het is essentieel dat de mensen die krijgsmacht vormen daarop kunnen anticiperen en soms afstand durven te nemen van gevestigde strategieën.
Tot dusver lijkt het dat de Taliban voorop lopen in deze strijd, maar het Amerikaanse leger tracht die achterstand snel in te halen. De militaire opperbevelhebber in Afghanistan heeft om meer troepen gevraagd om de oorlog te winnen, maar weet tegelijkertijd dat alleen conventionele middelen niet voldoende zijn. Het winnen van de steun van de bevolking is essentieel wil de NAVO in Afghanistan zegevieren. Dat betekent een stop op bombardementen wanneer deze dreigen burgerslachtoffers te maken. Het houdt een intensivering van de wederopbouw van het land in. En de eigen krijgs- en politiemacht dient ontwikkeld te worden. Verder wordt gepoogd de Taliban financieel uit te putten door buitenlandse donoren op te sporen en de gewraakte papaverteelt aan banden te leggen.