30 januari, 2011 | Auteur: Doenja Peeters | Beeld: Ricky Booms | Trefwoord: europa
Overbevissing in Europa: beleid tegen de stroom in?
Tijdens de Europese ministerraad voor visserij in december 2010 sloopten actievoerders van Greenpeace een enorm vissersschip uit protest tegen de overbevissing in Europa. De actievoerders wilden hiermee duidelijk maken dat de visquota die jaarlijks worden vastgesteld door de Europese ministers van Visserij drastisch omlaag moeten zodat de visstand in de Europese wateren de mogelijkheid krijgt te herstellen.
Overbevissing is al jaren een probleem in Europa. Alarmerende berichten van milieuorganisaties over bedreigde en zelfs uitstervende vissoorten zijn dagelijkse kost. Volgens het Wereld Natuur Fonds zullen veel van de Europese visgebieden binnen 40 jaar vrijwel leeg zijn als er op de huidige manier wordt door gegaan. Dit zou niet alleen een ecologisch drama zijn, ook voor de Europese economie heeft overbevissing ingrijpende gevolgen. De lobby van milieuorganisaties om het probleem van overbevissing op de agenda te krijgen is gelukt, want zowel de Europese Commissie, als deskundigen in het veld en de milieuorganisaties zelf zijn het er over eens: het Europees Visserijbeleid moet veranderen. De EU is daarom begonnen met de hervorming van het huidige visserijbeleid, om de visindustrie op die manier te bewegen duurzamer te werk te gaan.
De basis voor het Europees Visserijbeleid werd gelegd in de jaren zeventig, maar het duurde tot 1982 voordat het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) er daadwerkelijk kwam. Bij de meest recente hervorming van het beleid in 2002 werden de eerste stappen gezet naar een duurzame visvangst die rekening houdt met de instandhouding van de vispopulaties in de Europese wateren. Maar nu het probleem van overbevissing groter lijkt dan ooit, heeft de Europese Commissie besloten het oude beleid van 2002 te herzien. Dit moet, omdat Europese milieuwetgeving stelt dat alle Europese vispopulaties in 2020 hersteld moeten zijn tot een duurzaam niveau. De EU heeft zichzelf dus gedwongen tot duurzame actie.
Vicieuze cirkel
De cijfers liegen er niet om: volgens het groenboek voor hervorming van het GVB dat de Europese Commissie in april 2009 publiceerde, vindt op 88 procent van alle vissoorten in Europese wateren overbevissing plaats. Bij 30 procent van deze soorten zijn de gevolgen zo ernstig dat herstel van de visstand waarschijnlijk niet meer mogelijk is. Dit komt voornamelijk doordat de meeste vissen gevangen worden voordat zij de mogelijkheid hebben om zich voort te planten. Ook speelt mee dat vissers onder het huidige beleid grote delen van hun vangsten teruggooien in zee omdat deze vissen te klein zijn, te weinig opleveren of omdat de quota voor deze vissoorten al bereikt zijn. Omdat vissers een hoge boete kunnen krijgen voor het overschrijden van de quota, wordt bijna altijd gekozen voor het teruggooien van de vissen in zee, waarna het merendeel sterft. Gevolg hiervan is dat de natuurlijke aanwas van de verschillende vispopulaties drastisch afneemt.
Ook de omvang van de Europese vissersvloot speelt een rol, deze is namelijk veel te groot voor de totale visvangst die vispopulaties in de Europese wateren aankunnen. Als gevolg hiervan lijden veel vissersbedrijven grote verliezen. Zij kunnen alleen bestaan dankzij de (directe en indirecte) subsidies die zij krijgen van de EU en de nationale overheden.
Er is dus sprake van een vicieuze cirkel: de veel te grote Europese vissersvloot is zelf de oorzaak van ernstige overbevissing, maar zij wordt in stand gehouden door de schijnbaar onuitputtelijke subsidiestroom vanuit Brussel en de eigen nationale overheden. Het doorbreken van deze vicieuze cirkel wordt bemoeilijkt door de toenemende economische en politieke druk vanuit de visindustrie op Brussel en de nationale regeringen. De magere economische resultaten van de vissersbedrijven worden aangewend als instrument om vissers meer ruimte te geven in de toegestane vangsten.
Deze druk wordt mogelijk gemaakt door het grote economische belang van de visindustrie in Europa. De EU is na China en Peru namelijk de derde visproducent ter wereld. Daarnaast zorgt de visindustrie voor veel werkgelegenheid in Europa, zowel direct als indirect. Volgens informatie van de website Europa Nu, een samenwerkingsverband tussen het Europees Parlement Bureau Nederland en de Universiteit Leiden, zijn er zo’n 230.000 mensen werkzaam in de Europese visserij en een onbekend aantal mensen profiteert van de werkgelegenheid die geschapen wordt door het toerisme dat karakteristieke vissersdorpjes aantrekken. Met name deze kustgemeenschappen zouden grote klappen krijgen als de visserij onderwerp wordt van strengere regelgeving, zo stelt de website.
Economie versus milieu
Er vindt een continue strijd plaats tussen economische belangen die gericht zijn op de korte termijn enerzijds en milieubelangen die vragen om een lange termijnvisie anderzijds. Deze continue frictie tussen economie en milieu bemoeilijkt de totstandkoming van een duurzame visvangst, zo stelde Europees Commissaris Maria Damanaki van Maritieme Zaken en Visserij tijdens een conferentie over de hervorming van het Europees Visserijbeleid in november 2010 in Brussel. Maar bij de geplande hervorming van het visserijbeleid moet duurzaamheid volgens haar voorop staan. Want, zo stelt zij, het milieu is de economie van de visserij.
De basis van het nieuwe beleid wordt gevormd door harde regelgeving omtrent de vijf grootste tekortkomingen van het huidige beleid. Het belangrijkste aspect hiervan is dat de Europese vissersvloot kleiner wordt. Het terugbrengen van het aantal vissersschepen wordt gezien als voorwaarde voor het slagen van het nieuwe beleid. Daarnaast wil Damanaki een internationale dimensie aanbrengen in het nieuwe visserijbeleid. Er moeten afspraken worden gemaakt met landen buiten de EU over duurzame visvangst, omdat meer dan de helft van de vis die geconsumeerd wordt in Europa geïmporteerd wordt.
Nog dit jaar zal EU Commissaris Damanaki met de eerste voorstellen voor een nieuw visserijbeleid komen en volgend jaar moet de nieuwe wetgeving praktijk zijn. De EU lijkt de aanpak van overbevissing dus serieus te nemen. Maar de vastgestelde visquota voor 2011 waren volgens de natuur- en milieuorganisaties opnieuw teleurstellend. Hoewel de quota voor een aantal soorten lager zijn gesteld dan in 2010 besloten de Europese ministers, vanwege politieke en economische redenen, voor een groot aantal soorten de quota wederom te verhogen. De invloed van de visindustrie en betrokken lobbygroepen lijkt nog steeds erg groot te zijn. Het herstel van de Europese visstand tot een duurzaam niveau in 2020, zoals is vastgelegd in Europese milieuwetgeving, lijkt vooralsnog ver weg.