22 mei, 2011 | Auteur: Hans Perk | Beeld: Keke Keukelaar | Trefwoord: ghana
Cacaobomen zoeken vruchtbare grond (1)
In Ghana zijn circa 700.000 boeren betrokken bij het produceren van cacao. Voor velen is dit de enige bron van inkomsten. Daarnaast telen de boeren maïs, bananen en cassave; voornamelijk om zelf op te eten. Solidaridad heeft in Ghana en andere West-Afrikaanse landen een programma voor duurzame cacaoproductie en -handel opgezet en begeleidt boeren en boerinnen bij de transitie van gangbare naar duurzame cacaoteelt.
Door het geven van trainingen en het beter organiseren van de boeren probeert Solidaridad de levensomstandigheden van de boeren te verbeteren. Overigens is Solidaridad in Ghana niet alleen actief in de cacaosector, maar doet vergelijkbaar werk in de ananas-, palmolie- en katoenteelt. En er is een programma dat zich richt op het verduurzamen van kleinschalige goudmijnbouw.
Hans Perk is directeur van Solidaridad West-Afrika en vertelt de komende zeven maanden in de rubriek Verbeter de Wereld over zijn leven en werk in Ghana.
Het veld in
Iedere twee weken probeer ik ons kantoor in de hoofdstad Accra voor een dag achter me te laten. Samen met mijn collega’s gaan we dan op bezoek bij één van onze projecten of bezoeken we een boerentraining die door onze partners of medewerkers worden gegeven. Het is heerlijk om even niet een dagje op kantoor te zitten en het geeft een goed beeld van ons werk. Er komen vaak aardige verhalen op tafel en het is de ultieme check op de haalbaarheid van al onze plannen.
Deze week ging ik met mijn collega Vincent naar een project in de Western Region in Ghana, waar nu de bulk van de cacaoproductie plaatsvindt. Dat is wel eens anders geweest. Het centrum van de cacaoproductie lag honderd jaar geleden honderden kilometers richting het oosten in de zogenaamde Eastern Region.
Het was Tetteh Quarshie, een reislustige smid, die een eeuw geleden de cacaoplant mee naar Ghana nam van een reis naar Fernando Pó, een eiland voor de kust van Kameroen dat nu tot Equatoriaal Guinee behoort. De Britten, de toenmalige koloniale machthebbers, hadden de introductie graag op hun conto geschreven maar het is Quarshie (nu vooral bekend van een rotonde in hartje Accra) die de eer toekomt. De vraag is natuurlijk heeft Teteh Quarshie zijn land een goede dienst bewezen? Op het eerste gezicht wel. Ghana is na Ivoorkust het grootste cacaoproducerende land ter wereld en produceert cacao voor iedere zevende chocoladereep die gemaakt wordt. Maar heeft Quarshie zich ooit gerealiseerd wat de introductie van cacao voor gevolgen zou hebben voor de regenwouden in West Afrika?
Om zes uur in de ochtend checken we in voor de vlucht van Accra naar Kumasi, de tweede stad van het land. Dit was in de koloniale tijd de belangrijkste plaats van Ghana en Kumasi is nog steeds de hoofdstad van het Ashanti koninkrijk. Zoals wel vaker is ook vanochtend de hoop om op tijd te vertrekken ijdel. Het vliegtuig is gisteravond kapot gegaan en reserveonderdelen zijn niet voorhanden. De keuze is om in de auto te stappen voor een reis van ruim vijf uur of voor onbepaalde tijd te wachten tot we mogen meevliegen met het veel kleinere vliegtuigje wat vandaag wordt ingezet. Dat moet heel wat keren op en neer om alle passagiers van het grote toestel te vervoeren.
De klantvriendelijkheid van het personeel van de luchtvaartmaatschappij is bedroevend: een vette nul. Hoewel het me nu al zo vaak is overkomen, kan ik me er nog steeds over opwinden. Mijn collega en de biodiversiteitexperts die vandaag met ons meereizen zijn niet onder de indruk. Het oponthoud geeft Vincent de mogelijkheid om wat meer te vertellen over de reis die de cacaoteelt in honderd jaar heeft ondernomen.
Vincent legt uit hoe de cacaoboeren worden aangetrokken door de vruchtbare grond in de bossen van West-Afrika. In een eeuw zijn de boeren het hele land doorgetrokken van Oost naar West. Stukje bij beetje werd het regenwoud gekapt om plaats te maken voor cacaoteelt op de vruchtbare bosgronden. Het teeltgebied van enkele honderden kilometers van noord naar zuid veegde als een soort ruitenwisser alle bossen plat. De westelijke grens met Ivoorkust is inmiddels bereikt. Cacaoproductie vraagt veel van de grond, nutriënten verdwijnen in een rap tempo uit de bodem en worden tot nu toe nauwelijks aangevuld door bemesting. Wie zich afvraagt waar die voedingsstoffen blijven, moet zich na het eten van chocola en een bezoek aan het toilet even melden bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie.
De boeren lieten op hun reis van oost naar west weinig bos staan. In de Eastern region is nu alleen nog sprake van zelfvoorzieningslandbouw. De grond is er te arm voor intensievere vormen van landbouw. Vrijwel al het regenwoud is er verdwenen. Een reepje chocola bij de thee blijkt een aanslag op de regenwouden van West-Afrika. Wat in het landschap resteert zijn eenzame woudreuzen, die te groot zijn om als brandhout te dienen.
Alleen in de natuurparken staat nog bos overeind. Daar wordt nu naar het Nederlandse voorbeeld van de ecologische hoofdstructuur gesproken over het verbinden van de laatste delen regenwoud door ecologische verbindingen. Maar wildviaducten ben ik hier gelukkig nog niet tegen gekomen. En ik denk ook niet dat zoiets uitgelegd kan worden aan de gemiddelde cacaoboer. Zonder de armoede te overdrijven zijn de meeste boeren toch nog steeds bezig met overleven.
Kodjo wil uitbreiden
Mijn reisgezelschap gaat vandaag met ons mee om te kijken hoe je het bestaande bos kunt beschermen tegen verdere uitbreiding van de cacaoteelt. Na een vertraging van uiteindelijk drie uur vliegen we in een uurtje naar Kumasi en een paar uur later bereiken we de cacao plantage aan de rand van het nationaal park. Onze gastheer, Kodjo, een boer van in de zestig, leeft en werkt hier al zijn hele leven en heeft langzaam het regenwoud voor zijn ogen zien verdwijnen. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij daar zelf een handje aan heeft meegeholpen.
Na een wandeling door de cacaoplantage van een half uur komen we aan de rand van zijn plantage, een messcherpe lijn geeft de grens met het regenwoud aan. Hier wordt even pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar dit gebied is. Het hele nationale park is omgeven door boeren zoals Kodjo met zijn boerenbedrijfje van vijf hectare. Kodjo heeft zes kinderen van wie zeker enkelen een stukje grond willen om een bestaan mee op te bouwen. Desgevraagd geeft Kodjo aan dat hij heel graag nog een stukje zou willen uitbreiden, het bos in. En dat zijn buurman dat ook recent nog heeft gedaan. Hij weet dat het niet mag maar de verleiding wordt soms wel heel erg groot. Wat moet je ook als je nauwelijks kunt bestaan van de inkomsten van je bedrijf en er geen alternatieve inkomstenbronnen zijn?
Kodjo vertelt over de betalingen die hij misschien in de toekomst zou kunnen ontvangen voor het in stand houden van biodiversiteit en het beschermen van het regenwoud. Dat hij daarmee de inkomsten van zijn grond zou kunnen vergroten. Ik doe nog even een poging om uit te leggen hoe boeren in Nederland betaald worden voor het aanleggen van houtwallen. Op het moment dat ik het vertel realiseer ik me de absurditeit van deze uitleg. Het gaat dan ook volledig langs Kodjo heen. Betalen voor het niet omhakken van bomen en het beschermen van biodiversiteit is ook wel een heel Westers concept en ik vraag me af of dit ooit zou kunnen werken met kleinschalige, ongeschoolde en vaak arme boeren. De idee is dat het realiseren van hogere opbrengsten per hectare, door het op peil houden van de bodemvruchtbaarheid, boeren kan weerhouden om nieuwe bosgrond te ontginnen. Maar de redenatie kan ook omgekeerd worden. Als een hectare steeds meer opbrengt wordt de bosgrond alleen maar waardevoller in de ogen van de boeren.
Boeren en natuur zitten elkaar in de weg als ze te dicht op elkaar zitten. Boeren hebben bijvoorbeeld last van de olifanten. In een nacht kan een olifant de hele maïs en cassave oogst vernietigen. Omgekeerd heeft de natuur last van de bestrijdingsmiddelen die de boeren gebruiken en via lucht en water ook het ecosysteem vervuilen. Rondom Kakum National Park werken boeren en natuurbeschermers samen aan natuurvriendelijk boeren en het boervriendelijk beschermen van de natuur. De boswachters zoeken samen met de boeren naar wegen om de olifanten uit de akkers weg te houden en de boeren gebruiken alleen minder schadelijke en sneller afbreekbare bestrijdingsmiddelen.
Duurzaamheid is een concept met een lange termijn perspectief. Boeren in ontwikkelingslanden hebben vooral problemen die vandaag moeten worden opgelost. Er moet vandaag gegeten worden en schoolgeld worden betaald. Dat gaat altijd vooraf aan het lange termijn perspectief. Naast regelgeving van de overheid, die vaak niet bijdraagt aan lange termijn investeringen die nodig zijn voor duurzaamheid, is opleiding en gedragsverandering voor boeren ontzettend belangrijk. Dat kan alleen met een combinatie van korte en lange termijn beloning. Boeren ontvangen een premie voor de duurzame cacao die zij verkopen aan de chocoladebedrijven waar Solidaridad mee samenwerkt. We hebben het dan vaak over een betere prijs voor een beter product. Met deze premie hopen we de gedragsverandering te belonen en te continueren. Wellicht dat Kodjo over een tijdje alsnog een natuurboer zal worden. En Quarshie zijn land toch een dienst heeft bewezen door de cacaoteelt naar Ghana te halen.
Meer weten? Zie: www.solidaridad.nl