3 oktober, 2011 | Auteur: Hans Perk | Trefwoord: ghana

Palmolie, het vloeibare goud (5)

Die moeilijk te weerstane diepvriespizza, het koekje bij de thee, je badzeep en je cosmetica. Ze lijken misschien niet veel overeenkomsten te hebben, maar niets is minder waar. Vaak bevatten deze, en nog veel meer, producten palmolie. Door de toename van de wereldbevolking, het veranderende – steeds luxere – voedingspatroon en het gebruik van palmolie voor biobrandstof wordt de vraag ernaar alleen nog maar groter.

Hans Perk is directeur van Solidaridad West-Afrika en vertelt vanuit Accra, Ghana in de rubriek Verbeter de Wereld over zijn werk in West-Afrika.

Op ons regiokantoor in Ghana hebben we in de afgelopen maanden verschillende missies over de vloer gehad. Grote palmoliebedrijven, nu vooral nog actief in Azië, zijn op zoek naar geschikte grond voor de ontwikkeling van grote plantages en willen weten wat wij voor ze kunnen betekenen. Dit komt onder meer door de grote wereldwijde vraag naar palmolie en de steeds schrijnender wordende duurzaamheidproblematiek in Indonesië en Maleisië. De ronde tafel voor duurzame palmolie Roundtable Sustainable Palm Oil (RSPO), speelt daarbij een steeds belangrijkere rol, en is ook voor Solidaridad een belangrijk instrument voor verduurzaming van de sector. In West-Afrika is echter nog nauwelijks ervaring opgedaan met de richtlijnen van de RSPO.

Vooral Liberia is bij de palmoliebedrijven op dit moment erg populair, en de overheid van dit land ziet in de palmoliesector een mogelijkheid om haar economie nieuw leven in te blazen. Met de bedrijven waarmee we nu gesprekken voeren, proberen we een duurzaamheidagenda te ontwikkelen waarbij met name de rechten van de lokale bevolking, het tegengaan van ontbossing en het beschermen van biodiversiteit hoog op de agenda staan.

Liberia is geen gelukkige keuze. Natuurlijk zijn er kansen voor de armzalige economie van het land. Maar het is na een jarenlange burgeroorlog, met aan de basis conflicten over landrechten, pas net begonnen met de wederopbouw. Het ontwikkelen van grootschalige plantages, waarbij een deel van de bevolking zal moeten plaatsmaken voor oliepalmen, is een nieuwe bron voor landconflicten en een bedreiging voor de nog prille vrede. Daarnaast is Liberia het land met het grootste areaal tropisch regenwoud van West-Afrika, ongeveer de helft van alles wat nog rest.

De afgelopen week is mijn collega Rosemary opnieuw in Liberia geweest om te overleggen met onze lokale partners. In de afgelopen maanden heeft ze hard gewerkt aan de ontwikkeling van een netwerk van ngo’s, en heeft ze contacten gelegd bij de overheid. Rosemary vertelt dat het doel van Solidaridad is om de informatieachterstand van lokale ngo’s en overheden weg te werken. “Op dit moment zijn ze nog geen serieuze partner in de gesprekken met de plantagebedrijven. Ik informeer onze partners om die achterstand op te lossen, zodat ze een goed gesprek kunnen voeren en voorstellen kunnen doen voor een echte duurzame ontwikkeling van de palmoliesector. Hoewel we allemaal erkennen dat palmolie economisch gezien van belang kan zijn voor Liberia, is het ontzettend belangrijk om lokale ngo’s te versterken om tegenkracht te kunnen bieden.” Ze heeft daarbij veel steun van de collega’s in het Solidaridad-netwerk. “In Indonesië hebben zij jarenlange ervaring met gelijksoortige problematiek en met de grote spelers in de sector. Zij helpen ons bij de ontwikkeling van onze strategie en zij delen hun ervaringen met ons.”

Samen met Rosemary ga ik op bezoek bij een kleinschalig oliepalmproject in Ghana dat sinds begin dit jaar loopt. Een kleine groep boeren in de Brong Ahafo-regio wordt door Solidaridad ondersteund bij het opbouwen van een boerenorganisatie. De eerste stap betreft de collectieve marketing van hun palmolie. De droom van deze boeren is om op een dag hun eigen verwerkingsfabriek te kunnen opzetten. Op dit moment zijn ze afhankelijk van een klein aantal grotere plantages die palmfruit op onregelmatige basis momenten afnemen. Die grote producenten doen alleen een beroep op deze boeren als de eigen plantage te weinig opbrengt om de capaciteit van de verwerkingsfabriek optimaal te benutten.

In het laagseizoen zijn de boeren aangewezen op lokale verwerking. Palmfruit wordt dan gekookt op een open vuur en vervolgens geperst met een handmatige mangel. Niet alleen is de opbrengst hiervan erg laag, de kwaliteit van de olie is ook slecht. De productie is sterk milieuvervuilend omdat de smerige dikke, vette soep die overblijft na het koken en persen op het oppervlaktewater wordt geloosd. De lokale gemeenschap is van diezelfde rivier afhankelijk voor drink- en waswater.

Bij aankomst in het dorp worden we door enkele boeren uitgenodigd om een kijkje te nemen bij één van de plantages. Na een korte rit staan we aan de rand van een palmolieplantage. Er komen net drie mannen het veld uitlopen. Ze dragen metalen schalen op hun hoofd waarin de grote bundels palmfruit liggen. De mannen brengen ons naar de eigenaar van de plantage en beoogd voorzitter van de nieuwe boerengroep. We lopen drie kwartier door de dichtbegroeide plantage. Een van de mannen baant met een kapmes een pad voor ons. Eindelijk zien we in de verte twee mannen die aan het oogsten zijn. Onder de oliepalmen zit een groep kinderen die alle losse vruchten die bij het oogsten van de bundels afvallen, bij elkaar zoeken en in grote metalen schalen doen. De jongste van het stel, naar mijn schatting hooguit tien jaar oud, vertelt me dat hij vijftien jaar is en hier vrijwillig werkt, nog voor ik er naar kan vragen.

Nelson, de eigenaar van de plantage, is 62 jaar oud. Volgens hem zijn veel van zijn collega’s van dezelfde leeftijd en is er onder de jeugd weinig interesse om actief te worden als oliepalmboer. Hij vertelt ons over de moeilijkheden die hij ondervindt om zijn plantage te vernieuwen en te investeren in onderhoud: “Krediet is voor ons niet weggelegd en we hebben in geen jaren ondersteuning van de overheid gekregen. Training of bijvoorbeeld kunstmest zoals cacaoboeren die in beperkte mate ontvangen, wordt ons niet aangeboden. Onze opbrengst is heel erg laag en door het ontbreken van een eigen verwerkingsfabriek zijn we altijd aangewezen op de grote plantages.”

Volgens Nelson gaat veel van de aandacht van de donoren en de overheid uit naar die grote palmolieplantages, terwijl er voor kleine boeren veel kansen zijn om de productiviteit te verbeteren. Volgens mij heeft Nelson gelijk, als we zouden beginnen met het productief maken van de kleinschalige oliepalmsector in West-Afrika, zou er veel minder behoefte zijn aan grootschalige uitbreiding. Met nieuwe variëteiten, een goede ondersteuning in de vorm van kredietprogramma’s en training, en het opbouwen van kleinschalige verwerkingscapaciteit kan West-Afrika in de komende tien jaar volledig voorzien in haar eigen behoefte en zelfs palmolie gaan exporteren.

De komende jaren wil Solidaridad in West-Afrika een palmolieprogramma opbouwen gericht op de productiviteitsverbetering van kleinschalige boeren, het versterken van hun organisaties en het opbouwen van eigen verwerkingscapaciteit. Daarnaast blijven we uiteraard ook met grote plantages werken waarbij de focus vooral zal liggen op het voorkomen van de fouten die de afgelopen tientallen jaren hebben geleid tot soms dramatische ecologische en sociale problemen in Azië.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.