10 november, 2011 | Auteur: Hans Perk | Trefwoord: ghana

Een nieuwe kans voor katoen in Ghana (6)

Katoen is al jaren geen serieus landbouwproduct meer in Ghana, maar wel een van de weinige cash crops voor het arme noorden van het land. In de komende vier jaar moet er in Ghana een nieuwe katoensector uit de as van de voormalige industrie herrijzen. Voor het zover is, moet er nog wel wat gebeuren. Solidaridad staat vooraan bij ontwikkeling van deze vernieuwde industrie en probeert samen met boeren, overheid en bedrijven een nieuwe duurzame sector te ontwikkelen.

Hans Perk is directeur van Solidaridad West-Afrika en vertelt vanuit Accra, Ghana in de rubriek Verbeter de Wereld over zijn werk in West-Afrika.

De productie van katoen in Ghana is nooit op een schaal geweest zoals die plaatsvindt in sommige buurlanden zoals Burkina Faso. Terwijl katoen een van de weinige gewassen is die direct geld voor boeren kunnen opleveren in het hete en droge noordelijke gedeelten van Ghana: Upper East, Upper West en de Northern Region. Naast het verbouwen van katoen is de agrarische sector in dit deel van het land vooral een landbouw die gericht is op zelfvoorziening.

In februari van het afgelopen jaar kondigde de overheid van Ghana aan de katoensector nieuw leven te willen inblazen. De oude sector, vrijwel volledig gecontroleerd door de overheid, moet worden geprivatiseerd. In de afgelopen tien jaar werd de katoenindustrie gecontroleerd door een semi-overheidsbedrijf, Ghana Cotton Company Limited. Het was grotendeels verantwoordelijk voor het uitzetten van het katoenzaad, het leveren van de technische ondersteuning aan de boeren en het verstrekken van de meststoffen. Maar ook voor het opkopen van de ruwe katoen, het ontpitten en de verwerking tot garens. Waar in 2000 nog ruim 90.000 balen katoen werden geproduceerd, was bij de laatste oogst in 2010 de productie teruggelopen naar nog geen 22.000 balen. Ondanks de hoge prijs en het ontbreken van een serieus alternatief, lijkt de afgelopen jaren het animo van boeren om te investeren in katoenproductie elk jaar verder af te nemen.

Sector in verval

Voor het verbouwen van katoen hebben boeren naast katoenzaad ook de nodige pesticiden en kunstmest nodig, en moet de grond worden geploegd. Al deze diensten betalen de katoenboeren over het algemeen terug met de oogst van katoen. Wat overblijft na de oogst is een betaling voor het werk van de boer. Op zich is dit een prima systeem, maar vertrouwen en betrouwbaarheid spelen hierbij wel een heel belangrijke rol. Door de grootschalige fraude over de afgelopen jaren door zowel boeren als de industrie, is de sector in verval geraakt. Vaak zijn de boeren aan het einde van het seizoen niet meer bereid of in staat om de katoen te leveren aan degene van wie zij zaad en kunstmest hebben ontvangen. Daarnaast waren er in de afgelopen jaren grote prijsschommelingen. Wat aan het begin van een seizoen nog een goede deal leek, kon aan het einde van het seizoen wel eens slecht uitpakken. Niet zelden bleven boeren na veel inspanning aan het einde van het seizoen met een schuld achter.

Het gebrek aan vertrouwen en de fraude hebben tot een negatieve spiraal geleid van steeds slechtere opbrengst, lagere terugbetaling, minder investering in de sector, et cetera. Met het nieuwe aangekondigde beleid probeert de overheid een aantal van de onzekere factoren te beperken en het vertrouwen in de sector terug te brengen. Zo zijn de katoenproductieregio’s nu in concessies uitgegeven aan handelaren. Hiermee wordt voorkomen dat boeren hun katoen, waarvoor ze zaad en kunstmest hebben ontvangen van een bepaalde handelaar, gaan leveren aan een partij waarvan ze niet de inputs hebben ontvangen, bedrijven kunnen hierdoor weer investeren in de sector. Een tweede belangrijke maatregel is het vaststellen van een vaste prijs. Aan het begin van elk seizoen wordt door de overheid een vaste prijs bepaald die de nodige zekerheid moet bieden voor boeren en handelaren.

Voor de ontwikkeling van een nieuw katoenprogramma heb ik samen met mijn collega  Abdulai, die afkomstig is uit het Noorden van Ghana, interviews gehouden met boeren die de afgelopen jaren katoen verbouwden. De gesprekken geven een aardig inzicht in de oorzaken van de neergang van katoen in Ghana.

Bij een van de gesprekken worden we op het heetst van de dag door een groep boeren ontvangen in een klein dorpje net buiten Tamale. De boeren zitten bij elkaar onder een grote mangoboom midden op het dorpsplein. Abdulai zal vandaag optreden als vertaler voor de groep. Na het uitwisselen van de gebruikelijke beleefdheden, komt het gesprek al snel op het boerenbestaan en dus over het weer. De boeren maken zich zorgen over het uitblijven van de regen; klagen over het weer blijkt een universele boerenbezigheid. Hoe later de regens komen, hoe groter de kans dat er geen goede oogst zal volgen. Abdulai vraagt de boeren wat ze vinden van het nieuwe katoenprogramma wat voor het noorden van Ghana wordt ontwikkeld. Een aantal van de aanwezige boeren heeft inderdaad dit jaar voor het eerst weer katoen gezaaid, de anderen geven aan de kat nog even uit de boom te willen kijken. Al snel komt het gesprek op de problemen die hebben geleid tot de huidige situatie.

Schuld

Een boer met zes hectare grond vertelt ons: “In de afgelopen jaren ontvingen we regelmatig zaad en kunstmest van slechte kwaliteit, vaak kregen we deze spullen ook nog te laat, en waren er nauwelijks tractoren beschikbaar voor het ploegen van het land. De opbrengst was laag en van slechte kwaliteit. Soms was het niet eens genoeg voor het terugbetalen van de kunstmest. Veel van mijn collega’s bleven na al het werk achter met een schuld aan de katoenfabriek.”

Serge, een andere boer, voegt daaraan toe: “Ik ken verschillende voorbeelden van landbouwvoorlichters van de Ghana Cotton Company Limited die het niet zo nauw namen met het verstekken van zaden en meststoffen. Boeren die in groepen verantwoordelijk zijn voor het terugbetalen van de meststoffen en andere inputs, werden opgezadeld met een lijst waarop boeren werden vermeld die we niet kennen. Dat noemen we hier altijd spookboeren. De landbouwvoorlichters verkochten deze spullen gewoon door aan andere boeren en staken het geld in eigen zak. Vervolgens moesten wij na de oogst wel de extra geleverde inputs aan het katoenbedrijf terugbetalen. De afgelopen jaren werden we op grote schaal belazerd, en waren we als groep aansprakelijk voor het terugbetalen van het totale krediet. Als gevolg daarvan hebben wij vaak katoenzakken geleverd die we verzwaarden met stenen en verkochten we katoen aan anderen dan waarvan we het zaad en de kunstmest hadden ontvangen. Dit om in ieder geval nog iets van ons werk terug te zien. Het was een grote puinhoop. We hebben heel vaak geklaagd bij de lokale overheid, maar er was niemand die daar iets aan deed. Veel van onze collega’s zijn gestopt met het verbouwen van katoen.”

Dat de overheid nu weer een nieuw katoenprogramma opbouwt, zien de boeren met interesse en met enige bedachtzaamheid tegemoet. ‘Eerst zien dan geloven’ gaat zeker op voor boeren die weinig hebben om op terug te vallen als een oogst tegenvalt en het krediet moet worden afbetaald. Op de terugweg naar Accra bespreek ik met Abdulai de mogelijkheden om een katoenprogramma voor Solidaridad op te zetten. Abdulai ziet veel mogelijkheden om de boeren te beschermen tegen de onvermijdelijke schokken in prijs en productie die gaan plaatsvinden. Abdulai: “Het organiseren van boeren zou onze eerste prioriteit moeten zijn, daarnaast is het belangrijk dat boeren minder afhankelijk worden van externe inputs, zoals de kosten voor het ploegen, kunstmest en pesticiden. In andere Afrikaanse landen worden al jaren hele goede resultaten behaald met Conservation Agriculture, waarbij het land niet wordt geploegd en kunstmest heel precies wordt toegediend. Dit heeft niet alleen tot gevolg dat boeren minder afhankelijk worden maar heeft ook belangrijke voordelen voor het milieu.

Overheid aan zet

Voordat we een programma verder kunnen ontwikkelen, is eerst de overheid aan zet. Ondanks de voortvarendheid waarmee het nieuwe beleid is ontwikkeld, ontbreekt het nu aan de uitvoering. De boeren en bedrijven hebben geïnvesteerd in de ontwikkeling van de eerste 40.000 hectare, maar de overheid is haar deel van de overeenkomst nog niet nagekomen. Ondanks herhaalde toezeggingen zijn bijvoorbeeld de zoneringovereenkomsten, die moeten voorkomen dat andere handelaren de katoen opkopen, nog niet geformaliseerd. Ook ontbreekt het nog aan een centraal aanspreekpunt en regulering van de sector.

De interne strijd tussen het Ministerie van landbouw en het Ministerie van industrie, die allebei een deel van de katoensector onder haar hoede hebben, zal vast niet bijdragen aan een snelle besluitvorming. Daarnaast staan in Ghana de verkiezingen voor de deur. Dat wil zeggen: over ruim een jaar. Volgens velen zal er tot de verkiezingen in december 2012 sowieso geen echte beslissingen meer worden genomen. Ghana heeft nog enkele weken voordat de eerste katoen van het veld komt, het wordt hoog tijd dat de overheid nu de nodige actie onderneemt om ervoor te zorgen dat het initiële vertrouwen niet verloren gaat. Wachten tot na de verkiezingen in december 2012 zal waarschijnlijk voor de prille sector en ruim 40.000 katoenboeren te laat komen.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.