17 juni, 2009 | Auteur: Nick Ottens | Trefwoord: iran
De vorige Iraanse revolutie
Mahmoud Ahmadinejad heeft de presidentsverkiezingen in Iran gewonnen te midden van vermeende verkiezingsfraude en aanhoudende demonstraties in Teheran. De vergelijking met de revolutie van 1979 wordt voorzichtig gemaakt, maar hoe ging het toen?
Iran is al tientallen jaren lang een autoritaire theocratie waarover de religieuze leider van het land, de grootayatollah, tezamen met een schimmige Raad der Hoeders, bestaande uit geestelijken en rechtsgeleerden, onverbiddelijk regeert. De president heeft minder macht dan zijn ambtsgenoten in het buitenland: de grootayatollah is verantwoordelijk voor zaken als buitenlands beleid, defensie en het kernenergieprogramma van Iran. Echter het presidentschap is wel het hoogste gekozen ambt van het land, ook al moeten kandidaten vooraf goedgekeurd worden door de Raad der Hoeders.
Vóór Iran een zogenaamde islamitische republiek werd was het een monarchie. De laatste sjah van het land, Mohammed Reza Pahlavi (1919-1980), voerde tegen het einde van de jaren vijftig en gedurende de vroege zestigerjaren een aantal hervormingen door, waaronder de instelling van een tweepartijenstelsel, algemeen kiesrecht en vrouwenemancipatie. Verder werden er een aantal landvervormingen doorgevoerd die als onbedoeld gevolg het platteland meer verpauperde dan tevoren. De kloof tussen platteland en stad groeide snel. De inwoners van de steden genoten van welvaart en weelde. De opkomende middenklasse leefde een westerse levensstijl. De sjah en zijn echtgenote werden, voor zij die bittere armoede leden, symbool voor de scheve welvaartsverdeling.
De geestelijkheid sprak zich al sinds de jaren zestig uit tegen het bewind van de sjah en nam het op voor de arme plattelandsbevolking. Met name ayatollah Ruhollah Khomeini (1902-1989) vertegenwoordigde deze stroming die sterk werd geïnspireerd door een radicale leer van de islam en zich fel tegen betrekkingen met het Westen en Israël in het bijzonder verzette. Khomeini werd omwille van zijn kritiek op de regering achtereenvolgens gearresteerd, gevangengezet en verbannen. Echter dit weerhield hem er niet van de oppositie tegen de sjah vanuit het buitenland te blijven aanvoeren. De onvrede in Iran bleef groeien en leidde ertoe dat eind jaren zeventig studenten de straat opgingen om tegen de sjah te protesteren.
De studentenoproer van 1977 eiste een staat duidelijker op islamitische leest geschoeid. De sjah probeerde het jaar daarop het volk tegemoet te komen en voerde daarom onder meer de islamitische kalender opnieuw in. Desondanks hield de opstand aan. In 1978 waren er voor het eerst zelfs doden te betreuren bij een optreden van het leger tegen een betoging. De sjah deed een beroep op de Verenigde Staten voor hulp, maar de Amerikanen geloofden niet dat de revolutie daadwerkelijk dreigde in Iran. Later datzelfde jaar werden meer van de sjah zijn maatregelen teruggedraaid; zo werden casino’s gesloten en meerdere politieke partijen toegestaan. Het mocht echter niet meer baten. Een staat van beleg werd afgekondigd om met geweld een einde te maken aan de demonstraties. Hierdoor vielen nog meer doden en het verzet nam nog meer toe. Uiteindelijk, op 16 januari 1979, zag de sjah zich genoodzaakt zijn land te ontvluchten. Khomeini keerde op 1 februari terug.
De theocratie die Khomeini en de zijnen stichtten houdt tot op de dag van vandaag stand. Iran is echter geen dictatuur. Het bewind schuwt geweld niet, maar heeft in tegenstelling tot andere regimes in het Midden-Oosten altijd de stem van het volk gehoord. Toen in 1997 de hervormingsgezinde Mohammed Khatami tot president werd verkozen reageerden de conservatieven rond de figuur van de Ali Khamenei, die in 1989 Khomeini had opgevolgd als grootayatollah, geschrokken. Toch stonden zij toe dat Khatami vier jaar later herkozen werd. In plaats van zijn verkiezing te voorkomen trachtten zij de president dusdanig tegen te werken dat van ware hervorming geen sprake kon zijn.
In 2005, toen het erop leek dat Ahmadinejad de eerste ronde van de presidentsverkiezingen niet zou halen, werd wederom ingegrepen. Stemformulieren werden gemanipuleerd, maar niet massaal vervalst. Dit is anders dan uit de recente verkiezingsuitslag blijkt. Het regime was nu wel bereid zover te gaan. Mir Hossein Mousavi leidde een bijzonder effectieve campagne. Hij slaagde erin vrouwen, studenten en de stedelijke middenklasse te verenigen achter een hervormingsagenda die Iran moest moderniseren en democratiseren. De steun voor Mousavi was zo groot dat sommigen al van een “Groene Revolutie” spraken. Groen is de kleur van de islam, de kleur die Mousavi zich aanwendde en voor velen, de kleur van hoop op een nieuw tijdperk in de Iraanse geschiedenis. Deze revolutionaire opwelling bleek echter meer dan het regime bereid was te accepteren.
Vanaf de namiddag van de verkiezingsdag, 12 juni 2009, ontstond er een situatie in Iran waarbij twee kampen tegenover elkaar kwamen te staan. Vlak voor de stembureaus sloten werd het in het gehele land onmogelijk om tekstberichten te versturen met mobiele telefoons. De veiligheidstroepen kregen opdracht de straten in te gaan en het ministerie van Binnenlandse Zaken, tevens hoofdkwartier van de verkiezingen, werd door betonnen obstakels en militairen omsingeld. Via de staatsomroep werden er voorgeprogrammeerde berichten uitgezonden, waarin de bevolking werd opgeroepen zich achter de winnaar te scharen. Daarop werd het Mousavi-team formeel medegedeeld dat zij de verkiezingen had gewonnen, echter vervolgens verklaarde het ministerie van Binnenlandse Zaken publiekelijk Ahmadinejad tot winnaar.
In tegenstelling tot voorgaande verkiezingen werden er geen resultaten per provincie bekend gemaakt die zijn vermeende zege zouden kunnen ontkrachten. Minder dan vierentwintig uur later feliciteerde de ayatollah president Ahmadinejad en daarmee bevestigde hij de uitslag definitief. Kort daarop werden alle mobiele telefoons en de toegang tot sociale netwerken als Facebook en de uitzendingen van buitenlandse media geblokkeerd, met de bedoeling dat niemand de officiële uitslag zou betwijfelen.
Dit mislukte, duizenden studenten trokken de straten van Teheran in om openlijk bezwaar te maken tegen de verkiezingsuitslag. Steeds meer mensen schaarden zich bij de protesterende menigte. Na enkele dagen van aanhoudende demonstraties heeft de Raad der Hoeders dinsdag ingestemd met een hertelling van de stemmen. Mousavi eist echter geheel nieuwe verkiezingen; de hertelling geeft het regime slechts de kans tot hernieuwde fraude, aldus een van zijn medewerkers. Het kamp van Ahmadinejad blijft vooralsnog volhouden dat het dankzij grote steun onder de plattelandsbevolking in staat is geweest een meerderheid van de stemmen te behalen.